zaterdag 20 december 2025

Brief aan mama

    ,Weet je? Toen ik bij papa naar buiten stapte om weer naar huis te komen, voelde ik ineens zo’n behoefte om mama te bellen,’ zei ik een paar weken geleden bij thuiskomst. Kijkend naar Marcel, vulden tranen mijn ogen. Het gekke is dat mama en ik maar zelden belden. Iets van geen-bericht-is-goed-bericht. Nu ze er niet meer is, wil ik haar steeds vaker even bellen. Ik mis het kúnnen bellen.
    ,En wat zou je haar willen zeggen?’, vroeg Marcel me.
    ,Dat het goed gaat met papa en dat ook ik het eigenlijk wel red. Al mis ik haar, echt wel.’ Ik bleef even stil en roerde in mijn cappuccino. Ik keek naar de koffie die zich mengde met het schuim. ,Gek eigenlijk, als ik aan mama denk, zie ik de 78 jarige vrouw die ze was. Met haar lieve glimlach, maar zonder de dementie. Ik herinner me haar als mama met een gezonde geest,’ snufte ik en veegde een traan van mijn wang. Opnieuw een stilte, waarin Marcel zich verplaatste van zijn bank naar mijn bank en een arm om me heen sloeg.

Schrijf
    ,Maar Irene,’ zei hij vervolgens. ,Je bent een schrijver.’ Ik keek hem niet begrijpend aan. ,Je ziet het niet hè?’ Ik schudde mijn hoofd van links naar rechts. Veegde met mijn hand over mijn wang. Hij vervolgde: ,Waarom schrijf je het niet op.’
    Ik brak. Zijn opmerking schoot recht mijn hart in. Waarom bedacht ik dat niet zelf? Schrijven… Het is hoe ik jarenlang mijn gedachten vorm gaf. Waar stopte ik met het creatieve schrijven? Met het luchten van gedachten op papier? Wat een gemis, besefte ik ineens.
    ,Oké ik ga een brief aan mama schrijven, maar wat doe ik er daarna mee?’, vroeg ik. Verbranden popte als eerste in mijn hoofd op, maar dat voelde niet oké. Alsof het te simpel, te verwacht, te wat-iedereen-altijd-doet achtig. Natuurlijk bedacht ik het idee om het gewoon op de bus te doen. Maar dat is, zoals ik al zei 'gewoon'. Bovendien, waar komt ongeadresseerde post terecht? Wie flikt het een envelop, niet aan jou gericht, te openen? Wil ik dat hetgeen ik mama schrijf, gelezen wordt door een onbekende?
    Wel wist ik dit: als ik deze brief af heb, moet het onderdeel zijn van iets groters. Een soort ritueel voor mama, voor mijn herinnering aan haar. Een manier om dat wat ik schrijf te delen; los te laten. Ik wil het adresseren aan de hemel – address unknown.
    Daarmee wist ik het.
    Eerst die brief.

Geheim
    Het gedachteloos schrijven aan mama, alsof ik het elke week deed en ze de brief echt krijgt, gaf me plezier. Nu weet ik: er speelt meer dat ik wil delen. Dat maakte het gemis aan mama deze week veel sterker en groter. Ik besefte opnieuw: mama was voor mij een veilige uitlaatklep, want ze vergat alles wat ik vertelde na een minuut of tien. Ik beschreef het al eens eerder in deze blog.
    Dus zit ik hier en mis het delen van wat in mijn hart speelt, wat me verdriet doet of waar ik zo super veel zin in heb. Het was zo fijn bij mama om mijn geheimen te delen. Mama luisterde, ze knikte, ze wist hoe te reageren op mijn boodschap. Ze bevestigde de frustratie, het verdriet, aaide me over mijn arm en glimlachte meelevend en was zeker blij met mijn blij. De geheimen, alles vergat ze snel.
    Maar ik voelde me stukken lichter. Mijn smart gedeeld.

Brievenbus
Terug naar mijn brief.
    Afgelopen zondag namen Marcel en ik de trein naar Utrecht Centraal. Met mijn brief voor mama veilig in mijn tas. We stapten uit aan de Jaarbeurszijde. Als je daar voorbij het Beatrixtheater links een stukje de Croeselaan op loopt, vind je een glimmende bol met de tekst: Cartas al cielo.
    Dat is Spaans voor: Brieven naar de Hemel. Een fantastische hemelse brievenbus gemaakt door Alicia Framis. Thank you!

Gepost
    Daar gleed mijn brief, de bol in. Daarmee voelde ik me lichter, opgelucht, getroost. Ik hou vast aan deze mogelijkheid. Het voelt zo goed dit te kunnen doen.
    Het is echter pas echt af als ik 'mama-de snoepkont' nog even in stijl herdenk. Met deze Latte Macchiato Karamel, besteld en gedronken bij Vascobelo in de Nachtegaalstraat. Ik weet zeker dat deze Latte Macciato en de locatie mama ook heel goed zouden smaken.
    ,Mama, deze is om jou! Tot schrijfs.’




dinsdag 9 december 2025

Flop-ommetje Hellendoorn-Nijverdal

    
,Dit noemen ze één van de vijf mooiste wandelroutes,’ zegt Marcel halverwege onze wandeling.
    ,Wat?’, reageer ik gelofeloos en verstap me bijna de Regge in. Die prachtige rivier meandert grillig door het landschap, maar voor de rest voert de wandeling veel te vaak over verharde wegen, langs de grote weg en door de bebouwde kom. ,Je bedoelt zeker de verwarrendste wandeling?’
    ,Nee,’ zegt manlief. ,Kijk hier: www.verslingerdaansalland.nl.'
    ,Misschien is het over 2543 stappen de mooiste,’ opper ik met groeiende weerstand in mijn schoenen.

Flops
De route startte met een grote stip op een onscherpe stadskaart met weinig straatnamen. Tegen onze verwachting in, starten we vanaf een verkeerd punt. Wat een flop. Tegelijkertijd raaskalde de routebeschrijving dat ieder genoemd wandelknooppunt als startpunt inzetbaar is. Alsof je overal de auto kwijt kunt. Waarom notuleerden de routemakers niet gewoon één duidelijk startpunt met een straatnaam erbij. Dat start zorgelozer.
    Huize de Voordam is zo’n punt. Daar herstartten wij onze route. Al kregen we daar direct het heen-en-weer in de zoektocht naar het eerste wandelrouteknooppuntbordje.
    ,Daar is ie,’ wijs ik ineens en loop er snel op af. ,Maar moeten we nou de oranje pijl daaronder volgen? Die matcht niet perfect, maar past het best bij het bordje.’ We besluiten die te volgen en het klopt tot we tegen een onduidelijkheidje opbotsen. We moeten namelijk rechts de weg op.
    ,Dat is toch geen weg?’, merkt Marcel terecht op. ,Dat is een pad.’
    ,Wanneer is iets een pad en wanneer een weg? Iets met asfalt?,’ filosofeer ik hardop. ,Laten we rechts gaan.’ Dat blijkt een goed besluit. De route is het met ons eens.

Andere flops

Verderop lezen we: …na het passeren van de sporthal (L), rechts de speelheuvel Cool Nature over.
    Wat bedoelen ze volgens jou met (L)? Volgens ons dat de sporthal links ligt. Daarom leg ik graag uit dat die rechts ligt. Hoe lang moet je lopen om die hal links te krijgen?
    Wel ligt er een heuvel achter de brandweerkazerne links van ons. Dan had er moeten staan: …na het passeren van de sporthal aan jouw rechterzijde, ga je links vóór de brandweerkazerne. Daarna sla je rechts de speelheuvel Cool Nature over.
    Nee! Niet de heuvel over. Rechts ligt wel een uitgesleten olifantenpaadje. Zo één waar jongeren in het donker over naar boven klimmen en in het donker ik-wil-niet-weten-wat uitspoken. Dat is geen pad. We checken de beschrijving, de kaart en onze ogen. Recht voor ons liggen de grote weg en een oversteekplaats. Al ligt die iets linkser dan op de routebeschrijving, de route klopt verder wel.

Meer flops
Tot we weer rechts moeten, maar daarbij tegen een gewijzigde verkeerssituatie opbotsen in de vorm van een gesloten hek en een bordje EIGEN WEG.
    ,We moeten hier echt rechts. Er loopt een weg, maar mijn respect voor dit bordje is sterker dan mijn wil om regels aan mijn wandelschoen te lappen.’ Wij pakken er master Google Maps bij en forcen onszelf met een omweg naar de andere kant van de EIGEN WEG. Vanaf daar lopen we een paar punten zorgeloos voorbij. We stappen zelfs opnieuw een grote weg over en volgen zelfverzekerd de beschrijving: rechtsaf het fietspad op.
    Daarna lezen we: Bij de eerste rotonde rechtdoor en bij de tweede neem je ¾.
    ,Dit is kat-in-het-ba…, voet-in-het-schoentje, met de rotonde in het vizier,’ klink ik hoopvol. De eerste rotonde voorbij, lopen we veel te lang over een saai stuk, langs oude fabrieksterreinen. We mogen er niet eens op. Tot ik na een half uur vraag:
    ,Waar blijft die tweede rotonde?’ Marcel raadpleegt verrader Google Maps. En wat blijkt? Er ligt geen rotonde op deze weg. ,Wat?’, piep ik. ,Zijn we zo van ’t padje af?’
    ,Sterker nog,’ mompelt Marcel: ,We lopen in tegengestelde richting op de route.’
    Hoe dat komt? Van bovenaf gezien, is rechtdoor op die eerste rotonde, anders dan wat wij vanaf de grond als rechtdoor interpreteerden. Stond er maar een straatnaam bij, dan dwongen onze schoenen ons in de juiste richting.

Opperflop

Ondertussen voelen de kilometers zwaar aan de voeten.
    ,Zullen we Google Maps vragen ons de kortste weg naar Huize de Voordam te wijzen? Ik ben nu wel uitgewandeld,’ hoor ik Marcel naast me. Helaas moeten we dan opnieuw langs al die fabrieksterreinen. Maar daar voorbij, wandelen we al snel langs een prachtig watertje met even zo mooie reflecties. En bospaden met bomen vol verkleurende bladeren. Tot bij Huize de Voordam.
    ,Eindpunt!’, verzucht ik.
    ,Eindpunt op twee fronten,’ stamelt Marcel. ,Naast het letterlijke eindpunt, maak ik niet meer waar dat ik de mooiste routes uitzoek. Ik zakte flink.’
    ,Wat? Denk jij de opperflop te zijn? De enige die flopt is Verslingerdaansalland. Jij bracht me veilig hier en dadelijk naar ons vakantiehuisje, waar je het vuur opstookt en we ons samen aan warmen.’
    Mooi niet dat ik Google Maps nu alle eer geef.
 

 

zondag 16 november 2025

Stofzuigermondstuk stuk stuk

    ,Zal ik voor deze keer je comebackblog schrijven?’, vraagt Marcel en kijkt me uitdagend aan.
    ,Oh, dat lijkt me enig!’
    ,Denk je? Ik pak je genadeloos terug voor al die keren dat je mij afkraakte.’
    ,En terecht,’ erken ik. Dat meen ik van mijn langste krul tot het scherpste puntje van mijn kleine teennagel.
    Stiekem weet ik dat hij die blog nooit schrijft. Vergeldingsangst is mij daarom vreemd. Mijn blog vindt namelijk eerder haar weg naar het Walgelijke Woelige Web, dan manlief ook maar één zin op zijn scherm tovert.
    Niet dat hij het niet kan. Als lezer van veel van mijn blogs, weet ik zeker dat hij mijn sfeer neerzet. Mogelijk merk jij niet eens dat hij het schreef. Het ervoor gaan zitten vormt zijn crux. In de kern is manlief te ongeduldig. Hij klinkt als Bliksem McQueen uit Cars: “I am speed. Faster than fast, quicker than quick.” Dat schrijven, schaven, schrappen en herlezen duurt hem te lang.

Wasmand
Dus maak ik hem nog lekker een keer de pi*paal en roep bijna uit: “Mannen! Wat is dat toch met mannen!” Maar ik mag jullie niet over één borstel spannen. Sommigen van jullie mollen vast en zeker niet het stofzuigermondstuk bij het eerste gebruik. Of laten het deken niet gefrommeld achter op de bank. Natuurlijk zijn er die de kapotte sokken niet in de wasmand, of naast de wasmand, maar in de prullenbak gooien. Of ze stoppen.
    Trouwens, bij het zien van een los naadje of gat in een kledingstuk, staat de naaidoos heel snel naast Marcel. Ik kan wel gaten en naden dichten, maar ben veel te prefectio…, pecfercio…, perfectiomistisch. Dan is Marcel beter: hij is speed.

Mondstuk
Hoe goed manlief naald en draad ook hanteert en de was niet buiten maar in de wasmand gooit - dat leerde ik hem zo’n 32 jaar geleden - er blijft genoeg om op te pikken. Ik bedoel maar: hoe krijgt meneer het voor elkaar om na eenmalig gebruik de stofzuigermond te mollen? Het maakt even niet uit dat hij deze gebruikte om mij in mijn ziek-zijn te helpen. Nou ja, dat was supertof en lief en geweldig en ja ik ben GEK OP DEZE MAN. Hoe krijgt hij het voor elkaar dat de knop zo uit fatsoen is dat die blijft steken op 7 over half 8? Het was amper twee weken oud. Het verving een oud versleten mondstuk, waar steeds een wieltje vanaf rolde.
    Daar gaat-ie! Pak ‘m.
    Anyway, het voelde voor de portemonnee beter alleen een mondstuk aan te schaffen dan een hele nieuwe stofzuiger.

Gerommel

Even over die drie stofzuigermondstanden:
    1. Helemaal naar links (zeg kwart voor 8) is voor vloerbedekking;
    2. Helemaal naar rechts (kwart over 8) is voor gladde vloeren;
    3. Recht omlaag (half 8) is voor… Ja, waarvoor eigenlijk?
    Hoor ik Celine en Marcel in koor:
    ,Die is het minst zwaar.’ Wat klopt. Ik noem het de halvebak-knop. Die zuigt lichter ongeacht de vloer, maar werkt halfslachtig en gebrekkig, dus half zo goed. Wie bedacht die stand? Een man? Vast! De borstelharen slijten er sneller door, daarmee voelt het over-de-borstel-spannen minder pijnlijk.
    Wat me herinnert aan ander gerommel van mijn lief: sokken met een gat erin vinden hun weg via de wasmand, de wasmachine, het wasrek, de ondergoedla naar zijn voet. En dat herhaalt zich tot ik Marcel met zijn neus in de prullenbak steek. Of de naaidoos voor zijn neus zet. Het stoppen van sokken gaat hem vast ook goed af. Hij koos laatst…
    Tromgeroffel…
    Rapapapam…
    …toch de prullenbak.
    Ik juich!

Vouwen

Vouw ik even door op dekens. Nee, dit gaat er niet over dat wij ons eronder verstoppen, zodat niemand ons ziet zoenen. Dit gaat erover hoe achteloos meneer die daarna aan de kant smijt en naar boven stiefelt om zich bed-klaar te maken.
    Tot ik hem vorige week de les hoe-vouw-ik-een-deken-à-la-Typisch-Irene leerde.
<  Zo lag het erbij na één oefening.
    Je ziet met één aai welke deken hij vouwde. De minst nette, de tweede. Of als je andersom kijkt de derde. Om alle twijfel weg te nemen: die lichtroze/witte.
    Na nog één avond oefenen zei Marcel wijzend op de stapel dekens op de bank:
    ,Kijk!’ En veegde trots over de deken en veegde nog eens en nog eens: ,Zelfs de haartjes staan in dezelfde richting.’ Ineens besefte ik: deze man doet echt zijn best. Hij helpt me. Hij steunt me. He provides me. En ik? Ik klaag over sokken. Piep over stofzuigermondstukken. Zeur over een deken. Ik kijk hem aan en zeg:
    ,Jij hoeft echt geen blog te schrijven, schatje. De eerstvolgende keer biecht ik op dat ik een
ongelooflijke perfectionitsische OCD-trut ben.’
    ,Mooi’, zegt-ie. Pakt de bovenste deken, trekt me er onder, zoent me plat, smijt de deken op de bank en vliegt naar boven.

zondag 31 augustus 2025

Mars tegen Femicide

Daar waar je een * ziet, huil ik. Want ik hou het niet droog. Niet deze keer.
    Huilen doet mijn hart al langer. Onophoudelijk. * Hoe passend dan ook de spreuk op de foto. Deze zag ik eerder vandaag tijdens de Mars tegen Femicide.
    Dat! Dat is precies wat ik voel. Ik huil, ik kook.

Fatbike tuig
En het was juist tijdens deze Mars tegen Femicide dat ik me toch weer rotschrok. Nadat we al een tijdje afwachtten wanneer de stoet in beweging kwam, lachten Marcel en ik om het busje dat in de menigte vaststond. In de open laadbak stonden dranghekken. Hij was een paar honderd mensen te laat. De Mariaplaats en Springweg stonden vol.
    De mannen van het busje stapten uit, klommen in de laadbak en bekeken de mensenmassa.
    Net op het moment dat die zich in beweging zette, probeerden twee jongens van een jaar of 13 op hun fatbike in tegengestelde richting vooruit te komen. Ze kwamen even tot stilstand naast het busje. Ineens keek de bestuurder van de fatbike de mannen in de laadbak lachend aan. Hij wees in de rijrichting en zei:
    ,,Gewoon doorrijden.”
    Ik schrok en vroeg Marcel of ik het goed hoorde.
    ,,Ja,” zei hij, terwijl ik achter hem dezelfde verontwaardiging herkende in het gezicht van een andere vrouw.

Verbouwereerd
Nu nog, voel ik me geschokt. Ook door mezelf. Waarom liet ik die jongen ermee wegkomen? Waarom leerde ik hem geen lesje? Ik dacht weer eens te laat. Verbouwereerd. Ik had vóór zijn verrekte fatbike moeten gaan staan en zeggen:
    ,,Oké, rij dan gewoon door. Kom maar. Flik het maar met honderden getuigen om me heen om over mij heen te rijden. Of pak je liever een vrouw als ze alleen loopt en tik je haar tegen de billen?” *
    Ik wil die jongen nog steeds op zijn bek rammen. Hem kleineren. Hem alle hoeken van de Mariaplaats laten zien. Ik wil dat hij de rest van zijn leven bang is voor vrouwen.
    Maar nee, ik slikte. Weer. Ik liep door en zij kwamen ermee weg. De woorden ‘gewoon doorrijden’ resoneerden menigmaal in mijn hoofd tijdens de Mars tegen Femicide. En hoe treffend deze woorden:
Marcel zag later ook een paar jongens op hun fatbike langs de Mars tegen Femicide rijden. Weet je hoe? Met opgestoken middelvinger. Ik zag het niet. Alleen al dat Marcel het zei, bracht me in schok. *
    Is dit niet hier waar het in beginsel al misgaat? Disrespect? Neerkijken op de ander? Jongens van dertien die zich al verheven voelen boven de vrouw? En hoe komt dat? Leren kinderen geen respect meer?
    Protect your daughters EDUCATE YOUR SONS, plopt op in mijn hoofd.

Disrespect
Ook daarom liep ik mee aan deze Mars tegen Femicide. Ik liep niet alleen voor iedere vrouw die haar leven liet of kapot is gemaakt door een man. Voor de vrouw die bevroor, verloor en niet op kon staan tegenover hem die haar overmeesterde. Ik liep mee tegen de man die haar niet respecteert. Waarom kunnen zij een vrouw aanvallen, terwijl ik niet eens twee rotknapen op hun nummer kan zetten?

Afkorten? Nooit!
Ik kort trouwens bewust Mars tegen Femicide niet af naar Mars of zo. Het mag nooit gemakkelijk worden. Het woord femicide moet klinken, herhaald en uitgeschreeuwd worden. Het mag niet verstommen. Niet afgekort. Nooit. Het is ernst. * Femicide, de moord van vrouwen omdat ze vrouw zijn. Moet je lezen. Sluit je ogen niet voor seksuele intimidatie, ongewenst aangeraakt worden, wellustig bekeken worden, aangerand, verkracht of vermoord worden omdat we vrouw zijn.
En ja, het zijn niet alle mannen. Ik weet me veilig bij een heleboel.

Onveilig
Het zijn andere, onbekende mannen, waar ik wel angst bij voel. Niet alleen in de nacht. Ook overdag als ik zogenaamd stoer door het bos wandel. Ik zet geen meter zonder angst. Marcel en ik doen er grappig over dat hij me op de terugweg uit het Taalhuis ophaalt als het donker is. ,,Ik moet mijn vrouw beschermen,” zegt hij. Maar ten diepste is het diep triest dat het moet. Het moest niet nodig zijn.
    Nooit!
    Maar veilig? Nee, zo zal ik me nooit voelen. Hoe graag ik het ook wil. Daarvoor heb ik me te lang niet veilig gevoeld. Het is mijn way of life. Daarom was de Mars tegen Femicide ook emotioneel, naast indrukwekkend. * Het deed pijn. Mijn hart huilt om mijn gevoel van onveiligheid.

Kokend
En mijn bloed kookt. Ik ben boos. En dat het mag, werd bevestigd tijdens de toespraak aan het eind van de Mars tegen Femicide:
    ,,Wij mogen boos zijn.” Wij zijn niet alleen maar lief, dus.
    Ik ben boos om de ongelijkheid in de maatschappij. Op de werkvloer, in de gezondheidszorg en zelfs in de kerk. * Het is tijd voor gelijkheid en gelijkwaardigheid. Maar wat daarvoor nodig is?
    Ik denk dus mannen. Mannen die mannen aanspreken. Mannen die zich een sukkel durven voelen bij het aanspreken van een seksegenoot op zijn uitspraken, gedrag of houding ten opzicht van vrouwen.
    Welkom! Dat gevoel van sukkel-zijn kennen wij vrouwen al zo lang.

Mannen sta op!
We hebben onverminderd nodig dat jij opstaat voor ons. Hoe? Dat is jouw uitdaging. Ga die eens aan met andere fatsoenlijke mannen. En loop een volgende keer mee met de Mars tegen Femicide. Want we hebben nodig dat jullie weten en meeleven in onze onmacht, onze angst, onze veiligheid.
    Nu al voelde ik me bemoedigd en ervoer ik kracht.
    Hoe dan als er veel meer mannen mee lopen?







zondag 17 augustus 2025

Daar tussen Luistenbuul en Zouweboezem

    ,Ik vond een tocht van 9 kilometer,’ zegt Marcel uitdagend.
    ,Zo veel?’, piep ik. ,Jij denkt zeker: mijn Queen klauterde bij 36°C een bergwandeling van 6 kilometer, dan lukt een petite promenade (kleine wandeling) van 9 kilometer bij 21°C in ons platte landje al helemaal.’
    ,Nu je het zegt. Jij loopt dit er zo uit, na al dat klimmen, stijgen en dalen. Kom!’ Hij grist zijn rugzak uit de hoek en vult de waterflessen. Ik trek mijn zwaar uitgedroogde wandelschoenen aan.
    ,Straks moeten we die eerst verwennen met een vetlaagje. De warmte en droogte van de Ardèche hebben niet alleen mij, maar ook mijn schoenen volledig uitgedroogd. Nu spaar ik liever mijn energie voor de grande promenade van jou. Waar vinden we die eigenlijk?’
    ,Bij Lexmond. Iets met Zouweboezem.’
    ,Dat klinkt bekend. Zeker weten dat we er niet al eens herkend zijn?’
    ,Ik ken het niet. Wat denk je? Vest mee?’, vraagt manlief. Ik frons mijn wenkkies, of eigenlijk geen wenkkies. Maar frons.
    ,Wat is een fest?’
    ,Een vest. Die trek je aan als je het koud hebt.’
    ,Oh, een vest, niet met een f, maar met een v! Met al die hitte van de afgelopen tijd, vergat ik het bestaan daarvan. Goeie, met een temperatuurdaling van 41°C naar 21°C. Dat kan best koud voelen.’ Ik rol een vest op en leg die overdreven netjes bovenop Marcels in elkaar gepropte vest in zijn rugzak.
    ,Natuurlijk, de Queen wil er uiteraard kreukvrij bij lopen,’ merkt manlief op.

Legkip
Na een half uur rijden, stappen we op een kleine parkeerplaats bij Lexmond uit. Mijn twijfel over bekendheid met deze wandeling verdwijnt volledig. Ik herken het beginpunt al niet. We bonden de rugzakken op onze ruggen (where else) en hup, richting dijk.
    ,Zullen we een legkip kopen?’, vraagt manlief bij het voorbijlopen van een bord: legkippen te koop. ,Hup in de rugzak met zijn kop er bovenuit.’
    ,Haar kop,’ herstel ik. ,En bij thuiskomst kieper jij de rugzak leeg boven een koekenpan, want ze legt natuurlijk onderweg al eieren.’

Poeper

Het kakelen over een kip verstomt. Al kakelt Marcel weer over iets nieuws.
    ,Lopen we wéér op een helling,’ verzucht ie.
    ,Hé pieper, jij koos deze wandeling.’ Het is altijd gemakkelijk stoer doen als de ander zich als watje gedraagt. Daar ging ik. Hem vooruit. Om eenmaal op de dijk weer een piep te horen.
    ,Waarom hebben ze dáár geen pad?’, wijst Marcel naast de dijk. ,Dat is leuker dan hier op de dijk, met al die auto’s.’
    ,En motoren,’ schreeuw ik van achter hem. Met die herrieschoppers ver voor ons vervolg ik: ,Maar kijk om je heen. Zo’n 360° view is toch prachtig.’ Ik draai een rondje met gespreide armen. ,Kijk daar de rivier, daar een kerktoren, daar vliegt een vogel en nog een kwart rond zien we… Aan de kant! Fietsers!’
    Gelukkig lopen we toch al snel dáár langs de dijk. Alleen naderen we de rivier niet. Wel een reiger. Die vliegt natuurlijk op het laatst weg. Eenmaal daar waar die stond, betrekt Marcels gezicht.
    ,Zo! Die reigers poepen wel behoorlijk hè?’

Broodtrommelschaamte

Rond lunchtijd ontdekt Marcel een leuk bankje waar we ons lunchtrommeltje openen. Het duurt niet lang of alle bewijzen van vier vier boterhammen met pindakaas verdwenen.
    ,Ik mis toch wel een Club Poulet of Pan Bagnat*,’ erkent Marcel.
    ,Absoluut, al hou ik La France gelukkig nog even vast in deze baby carottes. Wat zullen mensen trouwens denken als ze ons hier zien zitten met onze lunchtrommel. Dat blijkt echt niet meer hip te zijn, hè? Laat staan dat ik toegeef nog iedere werkdag jouw lunch te maken.’
    ,Eigen schuld,’ lacht Marcel. ,Jij beloofde dit te doen tot ik stop met werken.’
    ,Dan wordt het tijd dat je stopt met werken.’

Wolkje
Voordat we onze tocht vervolgen, checkt Marcel het weer. Hij houdt daarbij zijn telefoon ook even onder mijn neus.
    ,De zon moet zo langzamerhand wel doorkomen, zoals voorspeld om 14.00 uur. Kijk, allemaal zonne… Wacht, zag je dat?’. Hij kijkt me aan met grote ogen. ,Er schoof gewoon een wolkje voor de zon. Vandaar dat de zon niet schijnt. Stomme app.’

Herkenningspunt
Al snel lopen we de dijk weer op tot we aan de andere kant een weg in slaan. Ineens pak ik Marcel beet.
    ,Wacht! Je ziet ze nu niet, maar verderop staan aan iedere kant van de weg een rij bomen. Ik herken deze weg. We wandelden hier al eens eerder. Tenzij die bomen er niet staan.’
    En daar stonden ze. Net als jaren geleden, zoals je ziet in deze blog. Ze weerspiegelden mooi in het water. Met die bomen als herinneringspunt, wist ik prompt precies hoe de rest van deze route verliep. Maar of het op mijn netvlies stond of dat ik het voelde aan mijn water? Ik bedoel kont? Destijds ging ik namelijk vol op mijn pips, languit in de modder. Kijk maar naar de video onder diezelfde blog. Ja, nee, je ziet me niet vallen, je ziet de blubber, waardoor ik gleed. En nu? Kijk die scheuren in de bodem.
    Wij turen ondertussen vanuit twee vogelkijkhutten naar vogels en ontdekten twee hele vreemde. Moet je zien:


Rietpad
Om bijna op het eind een d-tour te volgen over een vlonderpad. Nou ja, meer een rietpad. Door het riet zagen we de vlonders bijna niet, laat staan water of moeras. Aan dit pad heb ik echter geen enkele actieve herinnering, zoals aan de rest van de wandeling. Terwijl ik zo gek ben op vlonderpaden.
    ,Marcel, ik vraag me af waarom ik dit niet meer weet. Of mochten we er toen niet op, want het was winter. Was het te glad? Of bestond het toen helemaal niet? Voelde ik er toen niets voor na die modderige slippartij? Of waren we te moe? Trouwens, voel jij je benen ook?’
    ,Niet zo, maar kijk, daar is de auto.’
    ,Pfoe, gelukkig.’ Zeg ik en bedenk: hoe kan dit? Afgelopen dinsdag liepen we potverloopie 33.852 stappen bij 35°. Klaagde ik toen?
    Nee!
    Nou ja, dat was dan ook in Paris. Daar word ik nooit moe van.


Mocht jij wel een legkip willen kopen of deze wandeling na willen lopen? Hier vind je ‘m.
* een baguette met kip of tonijn als belangrijkste ingrediënt naast sla, tomaat, ui en speciale sauzen.

Hier vind je meer foto's van deze wandeling.

zaterdag 9 augustus 2025

Queen

,Kom op Irene, peddelen. We moeten loskomen,’ waarop ik peddel alsof ik vlucht voor een drie meter lange piranha. Geen idee hoe lang die beesten in werkelijkheid zijn, maar mijn leven hangt ervan af. Nog eens roept Marcel:
    ,Hup, Irene, je kunt het.’ Waarbij ik mijn hele lichaam van voor naar achter beweeg. Alles in de hoop dat de kano daarmee sneller in beweging komt.
    ,Naar voor, naar achter,’ moedigt Marcel me aan.
    Omdat we echter geen steen vooruitkomen en blijkbaar echt vastliepen, steek ik mijn peddel zo diep mogelijk tussen de rotsen naast de kano. Wat ik daarbij in mijn ooghoek zie?
    ,Hé, jij doet helemaal niets. Ik zit hier al het werk te doen,’ roep ik verbolgen. Marcel hangt relaxt achterover in de kano. Hij lacht zich wat extra water in de Ardèche.
    ,Het zag er zo leuk uit, om jou te zien zwoegen.’

Vlot trekken
En ik maar trots zijn dat we vlekkeloos door twee kanoglijbanen roetsjten en een aantal versnellingen foutloos bevoeren. Anderen liepen vast. Nu voelde ik me de kluns. Meneer wist dat we te vast zaten om los te komen en liet mij ploeteren.
    ,Weet je wat jij doet? Uitstappen en ons vlot trekken.’ Waarop Marcel - voor de eerste keer deze tocht - uit de kano stapt en ons niet los krijgt.

Queen
Even tussendoor: Ik voel me ineens niet meer zo koninginnelijk behandeld in de kano. Terwijl ik nog maar een uurtje geleden ‘Queen’ werd genoemd en trots plaatsnam in de kano. Daarom zei ik bij dit vastlopen tegen Marcel:
    ,Dit is je straf, omdat je me niet met zoveel respect behandelt als de vrouw bij de kano’s. Zelfs als jouw respect zo diep was als het diepste deel van de Ardèche, kwam je niet in de buurt van haar ontzag voor mij.’
    ,Haar ontzag geldt voor jouw krullen. Dat hoorde je toch wel?’
    ,Ja. Kun je nagaan. Zelfs al zit mijn haar door föhnloosheid voor geen krul, daar was zij. Ze vindt het koninklijk. Maar ja, haar lokken waren dan wel heel stijl.’
    ,Enne, respect zo diep als het diepste stuk van de Ardèche? Je weet dat we de hele tocht de bodem kunnen zien?’
    ,Hou je kop jij! Je snapt wat ik bedoel. Ik geniet van het feit dat ik de Queen ben, het wordt tijd dat jij ernaar handelt.’

Water lozen

Dus stapt Marcel uit de kano. Geeft mij zijn peddel en trekt en trekt en trekt. De boot komt niet los, zoals bij anderen. Het verlies van Marcels gewicht had de kano lichter moeten maken en daarmee gemakkelijker los moeten komen, maar niet dus.
    ,Irene, ben je nou zoveel aangekomen deze vakantie?’
    ,Wat? Moet je zien wie hier aangekomen is. De kano!’, blaf ik manlief, nou ja, manstout toe. Hij kijkt.
    ,Oh ja, die zit vol water.’
    Bij een eerdere stroomversnelling misten we de bocht zo hard, dat we vol tegen een rots op botsen. Daarbij lagen we zo schuin dat we flink water haalden. We zaten beide in een laag van vijftien centimeter. Maar we gingen niet om, zoals veel anderen. En dat water?
    ,Lekker koel,’ opperde ik bij een temperatuur van 33 graden.
    ,Zekerweten.’
    ,Al negeerde je wel mijn uitroep: BIJ DE DERDE STEEN LINKS! Je ging rechts of eigenlijk rechtdoor. En bam! Tot zover ons gevoel van wij-zijn-goed. Waar we anderen bij stroomversnellingen inhaalden.’
    ,Zeg Queen, kan jij het beter?’
    ,Wie weet. Maar als ik jou was zou ik nu heel hard links bijsturen anders gaan we vol die omgevallen boom in.’
    ,Te laat. We varen in ieder geval wel in de schaduw.’
    ,Ja ja,’ mompel ik terwijl ik wat afgerukte bladeren uit maar haar pluk.
    Ondertussen probeer ik water te lozen met een doek die ik meeheb om mijn schouders te beschermen tegen de oververhitte zon. Ik druk de doek in de kano tot die vol water zit en wring die uit boven de rivier. Pas bij de derde bocht van de Ardèche, is het waterpeil op een acceptabel niveau.

Waterdichte ton
Zie ons verder varen, deze tweede tocht van 14 kilometer. De vorige telde 17 kilometer. Ik zit weer koninginnelijk heerlijk in de kano, terwijl Marcel het meeste werk doet. Hij geniet daarvan en beschermt er mijn zwakke schouders mee. Ik mag alleen roeien bij stroomversnellingen om vaart te maken. Wat de kans op vastlopen verkleint. Dan krijg ik orders van achter. Want achter zit de stuurman en voor de roeier. Bij deze Queen, zitten die twee achter in één stoere man. Hij is gewoon de King, maar dat zeg ik nu pas. Anders zou hij tijdens het kanoën nog eens naast de boot roeien.
    En warempel we lopen opnieuw vast. Daar springt Marcel weer uit de boot. Sneller dan de vorige keer, komt de boot los, maar drijf ik zo snel weg, dat Marcel niet in kan stappen.
    ,Rennen!’, roep ik hem na. Gelukkig kom ik in rustiger vaarwater en weet de boot na even wat gestuntel toch best behendig terug te varen. Je dacht toch niet dat ik hem achter zou laten?
    Met een jump neemt Marcel zijn plek als stuurroeier in en neemt er een paar liter water bij mee. Hoor je hem klagen? Ja.
    ,Het had wel meer water mogen zijn zeg. Met deze warmte kan de boot niet vol genoeg.’
    ,Ach schatje, het maakt niet meer uit. We zijn bij het eindpunt. Kijk daar.’
    We varen naar de kant, stappen uit, leveren de kano af bij de bus en worden teruggebracht naar het beginpunt. Daar roep ik:
    ,The Queen is back!’ Waarop de vrouw achter de balie me toelacht.
    We legen de waterdichte ton. Net wanneer Marcel die overhandigt lees ik in grote letters QUEEN op de ton.
    ,Yes I see, there she is again,’ zegt de vrouw en neemt de ton van Marcel aan.
    ,Oh, het was de ton,' klinkt er eentje beteuterd.

donderdag 31 juli 2025

‘Bij volle verstand’

Zie me zitten aan de Ardèche. Nagenietend van een wandeling door Labeaume met uitzicht over het plein. Mannen spelen een spelletje Jeu de Boules. Ik slurp van een Calippo cola. Zonder enige aanleiding dwalen mijn gedachten naar mijn eigen camping. Hoe dat zo?
    Ja, dat weet ik eigenlijk ook niet. Ik denk dat ik mijn zotte kop even ter afkoeling in de Ardèche plons.

Schreeuwerds
Nog voor ik opsta voor die plons, deins ik geschrokken terug. Een paar kinderen zeilen het plein over onder luid geschreeuw.
    ,Waar is de beer?', roep ik uit. Ik bedoel maar. Geen idee waar ze het anders over hebben. Wel klinkt het hard en totaal onbegrijpelijk. Zo gemeen - zij spreken Frans. Zo klein en dat kunnen ze. En ik niet.
    Hun geschreeuw, waarbij de een harder klinkt dan de ander, komt ongehoord helder over. Zie ze staan, amper een meter uit elkaar. Toch schreeuwen ze elkaar toe alsof ze het hele dorpsplein, waar net de weekmarkt plaatsvindt, moeten overbruggen.

Camping
    ,Als ik ooit een camping begin…,’ verzucht ik.
    ,Waarom zou jij een camping beginnen?’, valt Marcel me in de rede.
    ,Oh, blaatte ik dat hardop?’
    ,Ja. Maar waarom zou jij een camping beginnen? Weet je wat een werk dat vergt?’ Ineens blaft een hond onafgebroken naar een andere hond.
    ,Natuurlijk weet ik dat niet. Wel weet ik, dat ik ‘als’ zei. Dus ‘als’ ik een camping begin is die verboden voor honden.’
    ,Honden?’
    ,Ja. Het heeft vier poten, een tong uit zijn bek en ik ben er bang voor. Kijk die blaffende joekel daar voor ons. Die vertrouw je toch voor geen hondendrol.’
    ,Nou, eigenlijk dacht ik dat je camping verboden is voor kinderen. Hoor dat geschreeuw.’
    ,Die hond leidde me af. Dat wilde ik inderdaad zeggen. Die dus ook.’
    ,Dus toch.’
    ,Ja, wat denk jij.’

Rust

Als een kind het kinderknietje tot bloedens toe kapot valt, dan mag zo’n blaag natuurlijk ontroostbaar huilen. Dan huil ik zelfs mee. Dat is toch zielig. Maar vallen, opstaan en doorgaan hoort bij het leven. Dus pleister erop, kusje ernaast, traantjes drogen en door.
    Het gejank omdat een kind overduidelijk aan bed toe is. Of dat het per se een ijsje wenst, terwijl het de hele dag al loopt te snoepzooien en mama zegt ‘nee’. Dat is geen reden tot huilen. Dat is huilen om niets en totaal nutteloos. Toch is dat wat ik hoor op de camping. Daarom stel ik helder:
    ,Dank je de koekoek. Op mijn camping komen mensen voor de rust en om angstvrij achterover te leunen.’
    ,Ja, want kinderen zijn angstaanjagend,’ vult Marcel aan.
    ,Neehee, honden zijn beangstigend,’ kreun ik. ,En wat te denken van onnodig geblaf op de camping. Een camping vrij van dat? Het idee… Heerlijk.’
    ,Nou, Irene…’
    ,Nou wat? Wil jij een hond?’
    ,Nee, zeer zeker niet, maar je weet dat jij behoorlijk kunt blaffen?’
    ,Oh ja? Wie stond er anders vanmiddag af te wassen?’
    Stilte.

Verdovende middelen
Tot ineens een walm sigarettenrook mijn neus binnendringt en ik vervolg:
    ,En…’
    ,Ja, ik ben het ermee eens,’ komt Marcel er doorheen. ,Roken is ook verboden op onze camping.’
    ,Yes! Het is al onze camping,’ merk ik vrolijk op. ,Maar goed geroken. Wat denk je, zullen we alle verdovende middelen verbieden? Dus ook alcohol en drugs?’
    ,Goeie.’
    ,Dan weet ik de perfecte naam voor onze camping. Ra-pam-pam, hoor de trommels roffelen. We noemen haar ‘Bij volle verstand.’ Waarna ik even plotseling als dit gesprek begon, besef dat er dan niemand komt. Ik bedoel maar. Iemand met volle verstand zou nooit kamperen.
    Je moet toch echt een beetje gek zijn, eigenlijk knetter, om te kamperen.
    Ja, echt! Ik kan het weten.

donderdag 19 juni 2025

Mama is!

Mama is niet meer.
Daarop volgt automatisch mama was.
Maar ik ga terug naar haar zijn.

Stel dat mams hier nu was. Ja, dan waren wij hier niet. Maar stel… Dan zat ze hier naast papa en stapte ik opzij van deze plek, draaide een rondje en zei: “Kijk, mama, ik heb een nieuwe jurk. Met blauw, speciaal voor jou. Het is niet helemaal het blauw van blauwe irissen, maar het is tenminste geen roze.”
    Ik zou haar aankijken, blij als een kind. Blij als haar kind. En mama? Ze zou me na mijn dansje met een kalme, lieve glimlach aankijken. Blij zijn met mijn blij. Ze zou deze jurk mooi vinden, omdat ik ‘m draag. Het ging haar volgens mij nooit om hoe ik eruitzag. Wel om hoe ik me voelde.
    Gelukkig.

Authentiek
Wist mama hoe mijn geluk van haar afhing? Zij leerde me dat ik mocht zijn wie ik was. Dat iedereen mag zijn wie die is.
    Mama wees nooit iemand af. Dat brengt me terug bij kleding. Ik snap wel dat papa op mama viel. Waar mama er alles aan deed om er als een dame bij te lopen – dat zie je aan haar foto’s van vroeger – liet ze mij erbij lopen als Pipi Langkous. Ik mocht aantrekken wat ik maar wilde. Iets met mezelf mogen zijn? Zie me lopen in mijn favoriete rok, met daaronder een vloekende, maar niet kriebelende maillot, en een trui die zwaar afstak tegen dat alles. Ja, ik liep voor gek! Ik was al een rare met die sabbat, vegetarisch eten en een kop met vreselijke krullen. Dit maakte het plaatje Irene compleet. En toch, als mama hier was, zou ik zeggen: “Dank je wel, dat je dit deed. Al lag ik eruit op school, je leerde mij mezelf te zijn.”
    Authentiek.

Handen
Door mama durf ik nu nog steeds voor gek te lopen. Kijk mijn wandelschoenen! Deze draag ik tijdens het wandelen. Logisch, denk jij, maar wel onder een jurk als dit. Het ziet er niet uit, maar ik heb in de avond geen last van mijn benen of voeten.
    Het zijn echter mama’s handen die me koesterden met tomeloze liefde en geduld. Ze ruimde mijn kamer op, wanneer ik door papier, plak en potloden mijn bed niet meer zag. Ze zat iedere ochtend bij mij tijdens het ontbijt. Dat deed ze vast ook bij papa, José en Heidi. Ze nam voor ieder van ons de tijd.        Haar zorgende handen, ik wist ze te vinden. Al raakte ik ze twee keer echt kwijt. Iedereen denkt dat mama alleen afgelopen 15 mei acht uur lang vermist was.
    Ik maakte het al eens eerder mee. Zevenaar was te klein. Mijn paniek eens zo groot. Het voelde als acht uur. Mama was niet thuis, toen ik uit school thuiskwam. Dat was ongehoord. Mama was er altijd.
    Ze stapte waarschijnlijk een minuut of tien na mij binnen en zei: “Ik was bij Ceciel.” Onze buurvrouw. Ik barst niet vaak uit in woede, maar ik denk dat ik zo boos was, dat mama nooit meer niet thuis gaf. Als ze nu hier was, zou ik mijn excuses aanbieden: “Sorry dat ik je zo kaapte. Het huis zonder jou was leeg en stil. Zonder jou voelde ik me onveilig. Jij was mijn veilig. Jij wist met één blik, door mijn toen loensende oog, hoe het met me ging. Ik kon niet zonder jou. Jij beschermde me. Jij was mijn rust.”
 
Rust
Daarover gesproken. Was het voor mama’s eigen rust, of alleen voor mijn rust, dat ze na mijn avonddiensten in het verpleeghuis klaarstond om me veilig thuis te brengen? Zie ons samen fietsen door de donkere Zevenaarse straten. Ze kende mijn angst voor het donker… Ze hielp me erdoorheen.
    Zoals ze mij ook beschermde voor de grote, overweldigende wereld. Het had toen nog geen naam, maar ze wist het van mij. Ze bood mij een veilig plekje thuis achter de bank of aan haar voeten tussen de kerkbanken. Zo was ik er altijd bij, maar in mijn eigen wereldje.
Veilig.

Bedplassen
Nooit hoorde ik een zucht. Ook niet toen ik als kleine meid, met mijn punt in de hand en mijn duim in de mond, ’s nachts naast mama’s bed stond. Mijn pyjama was nat. Net als mijn bed. Ik besef nu dat mama waarschijnlijk schone broekjes in haar kamer had liggen. Ze bood me er een aan en opende het bed aan haar voeteneinde, zodat ik de rest van de nacht veilig sliep. Daar ging haar nachtrust, voor die van mij. Ze cijferde zichzelf met liefde weg.

Het is allemaal langer geleden – deze veiligheid, deze rust, deze liefde die mama toonde. Het vormde de basis voor wie ik nu ben. “Dank je wel mama.”

Wat blijft?
Mama is niet meer.
Mama is…
in mijn hart.


zaterdag 10 mei 2025

Theeleut

Muntthee, ofwel Takkenthee, blijft mijn favoriete thee. Al hoor ik roddels dat gemberthee ontstekingsremmend werkt. Hoezo roddel? Mogelijk is het een feitelijke waarheid. Dat leest lekker in de ogen van iemand die snel ontstekingen en reumatische klachten vertoont.
    Misschien probeer ik maar weer eens gemberthee. Het smaakte me jaren geleden echt niet lekker.
    Liet ik stukken gember te lang in het water dobberen, waardoor het zo scherp werd? Weet jij het lekkerste gembertheerecept? Of hoe lang ik die stukken wortel in het water moet laten badderen? En hoeveel gember moet er in een glas? Bedenk erbij dat ik mijn theeën zoetloos drink. Dus haal suiker, honing of zoetstof uit de buurt.

Sprookje
In afwachting van lekkere varianten gemberthee, slurp ik van mijn muntthee. Het is niet zo erg als bij koffie, dat iedereen de mond moet houden of liever nog verdwijnen, zodat ik ongestoord en intens geniet van mijn bakkie cappuccino.
    Daar zul je het hebben, komt precies dan manlief thuis:
    ,,Vrouw, waar blijft mijn eten.”
    Nee, hoor, gein. Dat is onze grap. Deze zin uit het Eftelingluistersprookje Klein Duimpje maakte jaren geleden grote indruk op ons. Het is echt absurd hoe die zin blijft hangen. Onze kinderen tellen inmiddels 26 en 23 jaar. Stop de tijd! Breng me terug naar de sprookjes.

Goedkoopst
Maar niet zonder munt.
    Al zoek ik wel naar de goedkoopste variant. Want tja, het is niet de goedkoopste theesoort. Toch gun ik het mezelf wel, want tegenover allerlei calorieën die ik uitsluit (en toch aankomen hè), is munt mijn beloning. Het smaakt echter nog beter als de aanschafprijs keldert.
    Precies dat lukte me afgelopen week verrassend goed. Bij de Lidl. Kijk even mee: 40 gram munt kost bij de Appie €1,39. De zelfscankassa van de Lidl toonde echter een bedrag van €0,99 voor hetzelfde aantal grammen. Dat is winst! Tot ik bij diezelfde Lidl ‘bos munt’ zag in ruil voor €1,49. De weegschaal toonde daarbij 109 gram. Natuurlijk zet ik daar wekelijks graag wat extra stappen voor op de teller en slurp met een geruster hart een volgende beker leeg.
    Zie me de Appie voorbij banjeren en later terugkomen om… Nee, ik ga heus niet het zakje munt voor het gezicht van grote vriend groenteman heen en weer zwaaien met een ‘nanananana’. Dat vind ik ook zowat. Hij bepaalt de prijs tenslotte niet.

Bos munt?
Toch bleef ik zitten met één vraag. Bij de Lidl staat op het zakje van 40 gram gewoon ‘munt’. Op het andere zakje in dit geval van 109 gram staat ‘bos munt’. Komt dat uit het bos? Welk bos dan? En waarom is die zoveel goedkoper? Is het een nep soort? Van dichterbij gekomen? Meer bespoten? Machinaal geplukt? Genetisch gemanipuleerd?
    Alsof dat nog uitmaakt in alles wat gemanipuleerd is. Zelfs ik loop te manipuleren in mijn blogs, alleen niet genetisch. Al weet ik dat zelf ook niet eens zo zeker. Hoe puur ben ik zelf nog?

Navraag
Afijn, ik liep naar de Lidl groenteman en vroeg:
    ,,Wat is het verschil tussen deze bos munt en die munt?” Zie je me al wijzen van de hogere naar een lagere schap.
    ,,Er is geen verschil,” klonk kort en akelig krachtig.
    ,,Hoe bedoelt u? Hier staat bos munt op de verpakking en daar munt.”
    ,,Ja, want het is een bos munt.”
    ,,U bedoelt dus dat het een bos is, maar niet dat het uit het bos komt.”
    ,,Het is gewoon een bosje munt en dezelfde soort als die andere, maar bij elkaar gebonden, dus een bos.”

Dom

Ik voelde me zó dom, hè? Ik kon het als schrijver weten. Als het uit het bos kwam had er bosmunt op gestaan. Joehoe, schrijvertje. You should know.
    Om toch zeker te weten dat ik niet de enige domme was. Het voelt beter om dat zeker te weten, vroeg ik thuis, terwijl ik daar het zakje munt wel voor de ogen van manlief en dochterlief heen en weer wiebelde:
    ,,Wat zegt deze bos munt jullie?”
    ,,Dat het uit het bos komt,” klonk in koor.
    Ik juichte, sprong in de lucht en danste een geluksdansje. Nou ja, dat is allemaal een beetje overdreven, maar het zegt iets van mijn blijdschap. Tot manlief ineens zei:
    ,,Dat is het! Je wilt geen munt uit eigen tuin, want het woekert zo. Maar wat dacht je ervan om het in het bos te verbouwen.”
    ,,En waar is dat bos dan?”
    ,,Joehoe! Aan de andere kant van de rondweg. Iets met Bos Nieuw Wulven?”
    ,,Stttt, niet zo hard. Niet doorvertellen. Anders plukt binnenkort iedereen daar mijn munt.”

zaterdag 12 april 2025

Verbluffend Herwijnen

    ,,Wat denk je van deze wandeling?”, vraagt Marcel me. Daarop lees ik hardop: ,,Buitengebied, dorp, oude en nieuwe dijk, boomgaard, uiterwaarden, dorpskernen en monumentale panden. Wat denk je zelf dat ik hiervan denk? Dit wil ik. Maar Herwijnen? Waar ligt dat?”
    Gelukkig weet Google dat, want Marcel zou maar zo de andere kant op rijden.

Voorbereidingen
Ik loop de serre uit om mij voorbereidingsschema te doorlopen. Die van: sokken pakken en aantrekken, flessen vullen, appeltje wassen, rugzak vullen, schoenen aan en…
    ,,Zal ik een extra vest meenemen?”, vraagt Marcel en sprint naar boven. Hij propt die in zijn rugzak.
    ,,Ik doe nog even een tussenstop. En nee je hoeft niet te gaan zitten alsof ik heel lang weg blijf. Ik ben zonder poep en een scheet klaar." Ik duik het toilet in.

Gekwaak

Na zo’n dertig minuten in de auto stappen we uit bij de bakker in Herwijnen. En vinden al snel onze eerste routepaal. Die wijst ons naar een klein sluippaadje. Het leidt ons rond het terrein van voormalig kasteel Engelenburg. Het is er sereen en rustig, zoals rond Fort 't Hemeltje (voor wie het kent). Wat mij betreft een super goed begin. Mede door de prachtige roze bloesem. We staan dus eigenlijk alweer stil voordat we goed en wel op weg zijn.
    We zijn ook niet alleen, want ineens zet moeder-eend het op een luid gekwaak. Ik zie haar het water over zwemmen met twaalf kuikentjes achter zich. Ze zijn te snel voor een foto, maar dat ik ze zag telt voor mij.

Ooievaars
Even verderop zien we een eerste en nogal lage ooievaarsnest inclusief ooievaar. Hoger in de lucht ontdekken we verschillende ooievaars. Zo gaaf. Dan weer zetten we een paar stappen, dan weer staan we stil en kijken in de lucht, lopen ietwat door en wijzen naar weer een ooievaar. Zo staccato wandelend, vinden we onszelf na een meter of 200 op de Waaldijk terug. We laten de poort van Engelenburg achter ons.
    Met vóór ons een authentieke oude boerderij. We moeten rechts, maar zien links een prachtig natuurgebied met nog meer ooievaarsnesten in de bomen.
    ,,Jammer dat we daar niet heen gaan,” piep ik. ,,Kijk dan wat een heerlijk stukje natuur.” 
  
Buitenplaats
Na even zwijmelen, vervolgen we de route. Tot het hek van Historische Buitenplaats Frissestyn ons trekt. Het staat niet op de route. Wel staat op het bord dat we het terrein op mogen.
    ,,Jippie! Eindelijk geen VERBODEN TOEGANG,” juich ik en zie Marvel meters voor me lopen. Ik buig me nog even over het roestende poortbeslag. Eenmaal mijn lief volgend, blijkt het een klein rondje maar verbluffend mooi. Met uitzicht op Frissestyn, een oude loopbrug (mij daarop niet gezien) en vele ooievaarsnesten. Zelfs drie in één boom.
    ,,Dit rondje had ik niet willen missen,” merkt Marcel terecht op.
    Na het verlaten van de buitenplaats ontdekken we op de dijk verschillende fotogenieke huizen, boerderijen, een schuurtje, stadsmuur, boomgaard, ooievaarsnest op een schoorsteen en de kerk. Tussen dit alles wordt ons duidelijk waarom het hier wemelt van de ooievaars. Er is hier een ooievaarsopvang.
    ,,Aha!”
 
Graftrommels  
Voor de kerk lopen we de dijk af en bezoeken de begraafplaats onderaan de dijk. Hier leren we wat graftrommels zijn. Nooit eerder van gehoord, nooit eerder gezien. Ze intrigeren me met hun doorzichtige bovenkant, teksten en kunstbloemen. Het is een bijzondere vorm van ‘grafsteen’ als je het mij vraagt. Ernaar kijkend, weet ik welke tekst in mijn trommel moet staan: En als ik voor jullie een plaats klaargemaakt heb, kom ik terug. Dan neem ik jullie mee, en dan zullen jullie bij mij zijn.
    Voor altijd samen.
    Maar nog even niet. Ik ben springlevend! Jippie! En door. Achter het dorp langs, onderaan de dijk zien we alles van de achterkant. Het is al even indrukwekkend: van prachtig onderhouden tot bouwvallig - van verzorgde tuin tot ingestort dak. Herwijnen toont het allemaal.
 

 
Gehecht
We pauzeren op het eerste bankje dat we tegenkomen. Met 22 graden smaken water en een koekje me goed. Ik zie een mooi doorkijkje door een cortenstalen kunstwerk. De foto genomen, stap ik naar achter, maar wordt zonder waarschuwing aangevallen door een braamstruiktak. Terwijl ik met beleid mijn jurk van de tak pluk hoor ik achter me:
    ,,Ben je er al aan gehecht?”
    ,,Hoe snel ik me ook emotioneel aan dingen hecht, nooit aan een tak vol stekels die mijn nieuwe jurk aanvalt."

Wolligheid
Na onze pauze lopen we over het bruggetje, door het hekje en doorkruisen na een paar bochten een boomgaard. Dat de boer dat toestaat vind ik fantastisch. Ik had hem graag gevraagd waarom de bomen die tegen de houten palen staan aanmerkelijk meer bloeisel vertonen dan de vrijstaande stammen.
    Om niet veel later in een andere gedeelte van Herwijnen de wandeling te vervolgen. We lopen aan de voet van de dijk. Daar komt eindelijk, na járen hiephiephoera, helemaal uit zichzelf een schaap naar me toe. Ook zijn zwarte soortgenoot laat zich over zijn snuit aaien. Ik geniet van hun wolligheid in mijn handen.

Glijbaan
Verderop lopen we haaks terug de dijk op om zo bovenlangs terug te wandelen. Hiermee bewonderen we alles vanuit een andere hoek, met inbegrip van de schapen, uiteraard. Weer een aai en kroel. Eerder viel het me niet op, maar nu zag ik het huis met naast de trap een glijbaan die van de eerste verdieping naar de begane grond reikt. Als Benjamin dit ooit had gezien, had hij hierom gesmeekt, tot hij zijn zin zou krijgen. Zo'n glijbaan is dan ook fantastisch, natuurlijk. Ik zie mij, ik bedoel Benjamin al gaan.
    Vroeger zei ik overigens altijd: 'Ik wil ook wel eens wat.' Daarover gesproken: ik lust ondertussen wel een slokje water en mijn appel.
    ,,Kijk, een bankje," hoor ik naast me. Delen we toch weer één gedacht.
    ,,Het is misschien niet de mooiste plek, maar wel bij een prachtige tekst."
    Een prachtige uitsmijter, zou ik zeggen.