zaterdag 10 januari 2026

Winterliefde

Okay, I really tried.
Ik gaf er mijn alles voor.
    Wat dat alles inhoudt, leg ik verder niet uit. Dan moet ik dingen bedenken. En daar heb ik precies geen zin in. Daarmee is deze uitspraak totaal nutteloos en nietszeggend. Je doet het er maar mee. Wat blijft? Ik probeerde het en geef nu op.
    Hoor ik jou vragen: Wat geef je op?
    Nou, het omarmen van de sneeuw. Die koude zooi lief te hebben. De natte prut te omstrengelen. Sneeuwpoppen te omhelzen. Echt, ik deed mijn ijskoude best en geloofde er met het plaatsen van een paar mooie foto’s bijna in dat ik eindelijk het sneeuwliefdepunt bereikte.

Schattig rokje

Tot ik een foto zag van een klein meisje op het strand. Van onder haar dikke winterjas piepte een prachtig lichtroze rokje. Het bestond uit tig lagen tule. Schitterend! Haar winterjasje bezorgde me een Michelin-vrouwtje gevoel. Hetzelfde voel ik bij die lange soortgenoten, zeg maar slaapzakken. Mij daar niet in gezien, staat voor geen vrouwelijke meter. Eigenlijk zeg ik liever dat ik ze stom vind, maar ja, ik moet tegenwoordig uitkijken met wat ik zeg.

Ingepakt
Terug naar dat meisje op het strand. Aan haar winterjasje zit een nep-bontkraagje. Van het puntje van haar hoofd tot onder haar kin omhult een wollig mutsje haar koppie. Bovenop zit een lieflijk pomponnetje. Haar handen zitten verstopt in bijpassende wollige wantjes en haar pootjes zitten vast in laarsjes met bont. Alles bij elkaar oogt het als een goed beschermd mensje. Ze kan alleen geen kant meer op. Ze staat stijf van de isolatie.
    Zoomen we even in op het koppie. Dan zie je haar keihard huilen. Ik voel haar intense haat. Boven haar koppie staat dan ook: I wasn’t made for winter.

Bibbers
Aha, ze haat winter. Hardgrondig. That’s me. I wasn’t made for winter too.
    Ik deed nog zo mijn best sneeuw leuk te vinden, maar de haat is niet weg te smelten. Ook niet met een paar mooie foto’s. Never niet, nooit niet ben ik gemaakt voor sneeuw en winter. Die haat zit diep. Maar waarom? Dat wist ik niet te verklaren tot vandaag.
    Ik deelde de foto van dat meisje, waarop een vriend reageerde met: "Ben je gevallen dan? Of gewoon de bibberssss?"
    Gevallen? Nee zeg. Ik kijk wel uit. Mij niet gezien in een sneeuw-fiets-combinatie. Wel zag je mij drie dagen achtereen lopend mijn dagelijkse boodschappen doen. Verschrikkelijk tijdrovend, maar vooral heel veilig voor deze dame met balansproblemen.
    Natuurlijk was ik super blij dat het donderdag-fietsdag was.

Tijdrovend
En de bibberssss? Ja, dat sowieso. Daarmee komen we in de buurt van mijn winterhaat. Potverkoudje, het zit ‘m in de voorbereidingen vóór vertrek. Voordat ik éindelijk klaar ben om de deur uit te gaan, ben ik weet-ik-hoeveel tijd kwijt. Er moet geen brand uitbreken.
    Eerst moet de jas aan. Omdat ik opgepropte mouwen onder mouwen vreselijk vind, moet dat met beleid. Zit het eenmaal goed, dan voel ik me al opgesloten in die winterjas. Knoop ik daar potverstrak een dikke das bij om. Dat veroorzaakt dan weer ellende met die prachtige krullen. Want langer haar + een das = klittengarantie. Natuurlijk kan ik het vastbinden in een staart of zo, maar dan ben ik behoorlijke isolatie kwijt. Daarmee kies ik boven een muts voor klitten. Want ik krijg jeuk op mijn kop van een muts. Dan nog de handschoenen aan en klaar is ze.
    Oh nee, ik moet plassen.
    Alles weer uit en in de herhaling. Ik zei toch: het duurt tien minuten. Jij dacht vast al: wat doet ze dan allemaal?

Verstopt
Daarmee benoemde ik deels, maar zeker niet de hele reden van mijn winterhaat. Die ligt in het antwoord dat ik mijn vriend terugstuurde:
    "Ik vind winter gewoon niet leuk. Al is sneeuw prachtig om te zien. Voor één dag! Maar dan moet je er niet doorheen moeten. Al die kleren aan boven mijn leuke jurken. Het dikke inpakken. Oppassen dat je niet valt. De kou! Bah! Kijk die jurk van dat meisje! Die verdient geen kou!"
    En daarmee is het duidelijk. Alle leuke kleren ten spijt, ze raken verstopt onder een dikke laag winterkleding. Doe ik ’s ochtends zó mijn best om er leuk uit te zien met een kleurrijk shirt of mooie vrouwelijke jurk. Ziet niemand het, want het zit verstopt.
    Dan nog wat: onder zo’n jurk moet een thermolegging. Heerlijk voor buiten, maar binnen smelt ik weer weg bij de eerstvolgende vliegopper. Ik stik! Benauwdheid. Uit, uit, uit dat ding. En dat terwijl ik midden op de dag omkleden vreselijk vind. Moet alles weer op z'n plaats en het haar weer op orde. Wat een gedoe.
    Conclusie: naast het uitglij-gevaar, is de winter een onvrouwelijk seizoen. Het is saai, donker en dik inpakken. Eén ding maakt het ietsjes goed...
    Mijn rode winterjas.





zaterdag 3 januari 2026

Slechtste voornemen

En? Wat neem jij je voor in het nieuwe jaar?
    Toch niet om weer, meer of sowieso te gaan sporten? Vooral geen fitness en al helemaal niet bij Anytime Fitness, toch? Dan moet ik je waarschuwen. Niet doen! Daarin weet ik Marcel niet alleen vierkant, maar ook met twee dumbbells, achter me. Dus, knoop in je biceps: Sporten? Schrappen! Dat is jouw beste voornemen. Bewegen is niet vol te houden. Ga er maar aan staan, minimaal twee keer per week dat gezweet. Bah. Slecht idee.
    Zo blijft er meer ruimte over voor mij.

Traktatie
Oké, ik spreek mezelf wel even streng toe: Wat klink ik, bolle little bitch, toch weer egoïstisch. Nee, ik geef mezelf er niet van langs met een halter. Wel met een kwartier extra crosstraining. Met als mooie bijkomstigheid dat mijn bips en buik daarin grote dankbaarheid tonen. Die genoten de afgelopen weken van heerlijke ossenhaas, lekkere Viennetta, frisse bowl, zoete oliebollen en meer zalige traktaties. Een beetje extra sport-tucht kan daarom geen kwaad.

Synchroon

Hoe leuk dan ook dat ik tijdens de kerstvakantie samen met mijn lief buffelde. Met onze foto ontlokte ik onverwacht schattige reacties op straat en social media. Mensen vinden ons romantisch. Ahw, ik zag hartoogjes.
    Maar hallo! Er is niets sexy of romantisch aan mijn fitness. Het is keihard sappelen. En alle zweetness ten spijt, Marcel en ik werken totaal verschillende schema’s af. De foto is eigenlijk het enige waar we samen aan werkten in de sportschool. Want behalve dat ik langer bezig ben dan Marcel, houdt hij zich bezig met dumbbells en ik met apparaten. Al zou Marcel die laatste zinsnede zo willen lezen: …en ik met geklets.

Extase
Daarmee snap je waarom hij het volgende zei op de terugweg naar huis:
    ,Natuurlijk ben jij langer bezig. Het is óveral hetzelfde met jou. Wáár jij ook bent, je klètst! Bij Anytime met de trainer; in de Appie met Ton en anderen; op straat met Mies, Lies en weet ik hoe ze heten. Waar ieder ander met een half uur de boodschappen binnen heeft, kom jij na anderhalf uur eens een keer aanfietsen. Ik geef je nog net niet op als vermist. Als je nou eens stopt met al dat kletsen…’ Meneer haalt even adem voordat hij doorschalt: ,Als al dat geklets de bedoeling was, dan zou het wel een sport- en kletsschool heten.’ Ik kijk hem verbluft aan.
    ,Wat een waterval aan tekst. En dat uit jouw tetter.’ Zelfs ik moet ervan bijkomen, voordat ik extatisch uitroep: ,Maar dat is een geweldig idee. Ik open de eerste sport- en kletsschool van Houten, nee van Nederland.’

Sportscholen

Ondertussen ploeter ik met gewichtige trots door bij Anytime en snap dat jij je verheugt op die kletsschool. Om toch gains te behalen wil je natuurlijk alvast wat kracht en conditie opbouwen. Prima, maar kies dan voor de blije Happy Bodies, het kwieke Vital Gym, vul het plein van Piazza Sports, hou het simpel bij Basic-Fit of ga naar Body Business, voor het echte lichaamswerk. Al die sportscholen zijn mij te ver van mijn comfortzone. Het zou de uitdaging enkel maar verzwaren.
    Vergeet in ieder geval Anytime. Want nu moet ik soms al wachten op mijn beurt. Als jij er ook nog eens bij komt, moeten we misschien nummertjes trekken. Al vind ik dat altijd beter dan een sprintje.

Eigenwijs
Mogelijk ben je poepeigenwijs en kies je toch Anytime. Bel of mail me dan eerst, want als een vriend of vriendin zich via mij inschrijft, krijg jij een maand gratis sporten en ik een rugzak. Bedenk vooral niet of je wel of niet als mijn vriend te boek wil staan, maar neem die korting. Gun mij die rugzak. Marcel heeft die. Hij kan gewicht hebben.
    Marcel? Jazeker.
    Nee, de rugzak natuurlijk.
    En nog eens nee, hier is geen sprake van betaalde reclame.

Energie
Eigenlijk is sporten helemaal geen slecht voornemen. Wil jij je net als ik verbazen over jouw doorzettingsvermogen en het onverwacht goed volharden? Ga ervoor en schrijf je net als ik direct in voor een jaarabonnement. Dan moet je door, want geld doel- of nutteloos weggooien mag niet.
    Geloof me als ik zeg dat fitness geen enkele keer als een last voelde. Daarom stonden manlief en ik op tweede kerstdag in the gym. Eigenlijk puur omdat ik me er zo goed bij voel. Dan is volhouden geen kunst.
    Ik weet nog dat de trainer bij mijn inschrijving beloofde dat ik me energieker zou gaan voelen. Ik dacht: yeah sure. Ik, meer energie? Ik weet al twintig jaar niet hoe echte energie voelt.
    Nu, drie maanden later erken ik: ik voel me energieker dan ik me in jaren voelde.

Of…
Speelt er iets anders? Is er meer?
    Jammer voor jou, dat komt een volgende keer.

zaterdag 20 december 2025

Brief aan mama

    ,Weet je? Toen ik bij papa naar buiten stapte om weer naar huis te komen, voelde ik ineens zo’n behoefte om mama te bellen,’ zei ik een paar weken geleden bij thuiskomst. Kijkend naar Marcel, vulden tranen mijn ogen. Het gekke is dat mama en ik maar zelden belden. Iets van geen-bericht-is-goed-bericht. Nu ze er niet meer is, wil ik haar steeds vaker even bellen. Ik mis het kúnnen bellen.
    ,En wat zou je haar willen zeggen?’, vroeg Marcel me.
    ,Dat het goed gaat met papa en dat ook ik het eigenlijk wel red. Al mis ik haar, echt wel.’ Ik bleef even stil en roerde in mijn cappuccino. Ik keek naar de koffie die zich mengde met het schuim. ,Gek eigenlijk, als ik aan mama denk, zie ik de 78 jarige vrouw die ze was. Met haar lieve glimlach, maar zonder de dementie. Ik herinner me haar als mama met een gezonde geest,’ snufte ik en veegde een traan van mijn wang. Opnieuw een stilte, waarin Marcel zich verplaatste van zijn bank naar mijn bank en een arm om me heen sloeg.

Schrijf
    ,Maar Irene,’ zei hij vervolgens. ,Je bent een schrijver.’ Ik keek hem niet begrijpend aan. ,Je ziet het niet hè?’ Ik schudde mijn hoofd van links naar rechts. Veegde met mijn hand over mijn wang. Hij vervolgde: ,Waarom schrijf je het niet op.’
    Ik brak. Zijn opmerking schoot recht mijn hart in. Waarom bedacht ik dat niet zelf? Schrijven… Het is hoe ik jarenlang mijn gedachten vorm gaf. Waar stopte ik met het creatieve schrijven? Met het luchten van gedachten op papier? Wat een gemis, besefte ik ineens.
    ,Oké ik ga een brief aan mama schrijven, maar wat doe ik er daarna mee?’, vroeg ik. Verbranden popte als eerste in mijn hoofd op, maar dat voelde niet oké. Alsof het te simpel, te verwacht, te wat-iedereen-altijd-doet achtig. Natuurlijk bedacht ik het idee om het gewoon op de bus te doen. Maar dat is, zoals ik al zei 'gewoon'. Bovendien, waar komt ongeadresseerde post terecht? Wie flikt het een envelop, niet aan jou gericht, te openen? Wil ik dat hetgeen ik mama schrijf, gelezen wordt door een onbekende?
    Wel wist ik dit: als ik deze brief af heb, moet het onderdeel zijn van iets groters. Een soort ritueel voor mama, voor mijn herinnering aan haar. Een manier om dat wat ik schrijf te delen; los te laten. Ik wil het adresseren aan de hemel – address unknown.
    Daarmee wist ik het.
    Eerst die brief.

Geheim
    Het gedachteloos schrijven aan mama, alsof ik het elke week deed en ze de brief echt krijgt, gaf me plezier. Nu weet ik: er speelt meer dat ik wil delen. Dat maakte het gemis aan mama deze week veel sterker en groter. Ik besefte opnieuw: mama was voor mij een veilige uitlaatklep, want ze vergat alles wat ik vertelde na een minuut of tien. Ik beschreef het al eens eerder in deze blog.
    Dus zit ik hier en mis het delen van wat in mijn hart speelt, wat me verdriet doet of waar ik zo super veel zin in heb. Het was zo fijn bij mama om mijn geheimen te delen. Mama luisterde, ze knikte, ze wist hoe te reageren op mijn boodschap. Ze bevestigde de frustratie, het verdriet, aaide me over mijn arm en glimlachte meelevend en was zeker blij met mijn blij. De geheimen, alles vergat ze snel.
    Maar ik voelde me stukken lichter. Mijn smart gedeeld.

Brievenbus
Terug naar mijn brief.
    Afgelopen zondag namen Marcel en ik de trein naar Utrecht Centraal. Met mijn brief voor mama veilig in mijn tas. We stapten uit aan de Jaarbeurszijde. Als je daar voorbij het Beatrixtheater links een stukje de Croeselaan op loopt, vind je een glimmende bol met de tekst: Cartas al cielo.
    Dat is Spaans voor: Brieven naar de Hemel. Een fantastische hemelse brievenbus gemaakt door Alicia Framis. Thank you!

Gepost
    Daar gleed mijn brief, de bol in. Daarmee voelde ik me lichter, opgelucht, getroost. Ik hou vast aan deze mogelijkheid. Het voelt zo goed dit te kunnen doen.
    Het is echter pas echt af als ik 'mama-de snoepkont' nog even in stijl herdenk. Met deze Latte Macchiato Karamel, besteld en gedronken bij Vascobelo in de Nachtegaalstraat. Ik weet zeker dat deze Latte Macciato en de locatie mama ook heel goed zouden smaken.
    ,Mama, deze is om jou! Tot schrijfs.’




dinsdag 9 december 2025

Flop-ommetje Hellendoorn-Nijverdal

    
,Dit noemen ze één van de vijf mooiste wandelroutes,’ zegt Marcel halverwege onze wandeling.
    ,Wat?’, reageer ik gelofeloos en verstap me bijna de Regge in. Die prachtige rivier meandert grillig door het landschap, maar voor de rest voert de wandeling veel te vaak over verharde wegen, langs de grote weg en door de bebouwde kom. ,Je bedoelt zeker de verwarrendste wandeling?’
    ,Nee,’ zegt manlief. ,Kijk hier: www.verslingerdaansalland.nl.'
    ,Misschien is het over 2543 stappen de mooiste,’ opper ik met groeiende weerstand in mijn schoenen.

Flops
De route startte met een grote stip op een onscherpe stadskaart met weinig straatnamen. Tegen onze verwachting in, starten we vanaf een verkeerd punt. Wat een flop. Tegelijkertijd raaskalde de routebeschrijving dat ieder genoemd wandelknooppunt als startpunt inzetbaar is. Alsof je overal de auto kwijt kunt. Waarom notuleerden de routemakers niet gewoon één duidelijk startpunt met een straatnaam erbij. Dat start zorgelozer.
    Huize de Voordam is zo’n punt. Daar herstartten wij onze route. Al kregen we daar direct het heen-en-weer in de zoektocht naar het eerste wandelrouteknooppuntbordje.
    ,Daar is ie,’ wijs ik ineens en loop er snel op af. ,Maar moeten we nou de oranje pijl daaronder volgen? Die matcht niet perfect, maar past het best bij het bordje.’ We besluiten die te volgen en het klopt tot we tegen een onduidelijkheidje opbotsen. We moeten namelijk rechts de weg op.
    ,Dat is toch geen weg?’, merkt Marcel terecht op. ,Dat is een pad.’
    ,Wanneer is iets een pad en wanneer een weg? Iets met asfalt?,’ filosofeer ik hardop. ,Laten we rechts gaan.’ Dat blijkt een goed besluit. De route is het met ons eens.

Andere flops

Verderop lezen we: …na het passeren van de sporthal (L), rechts de speelheuvel Cool Nature over.
    Wat bedoelen ze volgens jou met (L)? Volgens ons dat de sporthal links ligt. Daarom leg ik graag uit dat die rechts ligt. Hoe lang moet je lopen om die hal links te krijgen?
    Wel ligt er een heuvel achter de brandweerkazerne links van ons. Dan had er moeten staan: …na het passeren van de sporthal aan jouw rechterzijde, ga je links vóór de brandweerkazerne. Daarna sla je rechts de speelheuvel Cool Nature over.
    Nee! Niet de heuvel over. Rechts ligt wel een uitgesleten olifantenpaadje. Zo één waar jongeren in het donker over naar boven klimmen en in het donker ik-wil-niet-weten-wat uitspoken. Dat is geen pad. We checken de beschrijving, de kaart en onze ogen. Recht voor ons liggen de grote weg en een oversteekplaats. Al ligt die iets linkser dan op de routebeschrijving, de route klopt verder wel.

Meer flops
Tot we weer rechts moeten, maar daarbij tegen een gewijzigde verkeerssituatie opbotsen in de vorm van een gesloten hek en een bordje EIGEN WEG.
    ,We moeten hier echt rechts. Er loopt een weg, maar mijn respect voor dit bordje is sterker dan mijn wil om regels aan mijn wandelschoen te lappen.’ Wij pakken er master Google Maps bij en forcen onszelf met een omweg naar de andere kant van de EIGEN WEG. Vanaf daar lopen we een paar punten zorgeloos voorbij. We stappen zelfs opnieuw een grote weg over en volgen zelfverzekerd de beschrijving: rechtsaf het fietspad op.
    Daarna lezen we: Bij de eerste rotonde rechtdoor en bij de tweede neem je ¾.
    ,Dit is kat-in-het-ba…, voet-in-het-schoentje, met de rotonde in het vizier,’ klink ik hoopvol. De eerste rotonde voorbij, lopen we veel te lang over een saai stuk, langs oude fabrieksterreinen. We mogen er niet eens op. Tot ik na een half uur vraag:
    ,Waar blijft die tweede rotonde?’ Marcel raadpleegt verrader Google Maps. En wat blijkt? Er ligt geen rotonde op deze weg. ,Wat?’, piep ik. ,Zijn we zo van ’t padje af?’
    ,Sterker nog,’ mompelt Marcel: ,We lopen in tegengestelde richting op de route.’
    Hoe dat komt? Van bovenaf gezien, is rechtdoor op die eerste rotonde, anders dan wat wij vanaf de grond als rechtdoor interpreteerden. Stond er maar een straatnaam bij, dan dwongen onze schoenen ons in de juiste richting.

Opperflop

Ondertussen voelen de kilometers zwaar aan de voeten.
    ,Zullen we Google Maps vragen ons de kortste weg naar Huize de Voordam te wijzen? Ik ben nu wel uitgewandeld,’ hoor ik Marcel naast me. Helaas moeten we dan opnieuw langs al die fabrieksterreinen. Maar daar voorbij, wandelen we al snel langs een prachtig watertje met even zo mooie reflecties. En bospaden met bomen vol verkleurende bladeren. Tot bij Huize de Voordam.
    ,Eindpunt!’, verzucht ik.
    ,Eindpunt op twee fronten,’ stamelt Marcel. ,Naast het letterlijke eindpunt, maak ik niet meer waar dat ik de mooiste routes uitzoek. Ik zakte flink.’
    ,Wat? Denk jij de opperflop te zijn? De enige die flopt is Verslingerdaansalland. Jij bracht me veilig hier en dadelijk naar ons vakantiehuisje, waar je het vuur opstookt en we ons samen aan warmen.’
    Mooi niet dat ik Google Maps nu alle eer geef.
 

 

zondag 16 november 2025

Stofzuigermondstuk stuk stuk

    ,Zal ik voor deze keer je comebackblog schrijven?’, vraagt Marcel en kijkt me uitdagend aan.
    ,Oh, dat lijkt me enig!’
    ,Denk je? Ik pak je genadeloos terug voor al die keren dat je mij afkraakte.’
    ,En terecht,’ erken ik. Dat meen ik van mijn langste krul tot het scherpste puntje van mijn kleine teennagel.
    Stiekem weet ik dat hij die blog nooit schrijft. Vergeldingsangst is mij daarom vreemd. Mijn blog vindt namelijk eerder haar weg naar het Walgelijke Woelige Web, dan manlief ook maar één zin op zijn scherm tovert.
    Niet dat hij het niet kan. Als lezer van veel van mijn blogs, weet ik zeker dat hij mijn sfeer neerzet. Mogelijk merk jij niet eens dat hij het schreef. Het ervoor gaan zitten vormt zijn crux. In de kern is manlief te ongeduldig. Hij klinkt als Bliksem McQueen uit Cars: “I am speed. Faster than fast, quicker than quick.” Dat schrijven, schaven, schrappen en herlezen duurt hem te lang.

Wasmand
Dus maak ik hem nog lekker een keer de pi*paal en roep bijna uit: “Mannen! Wat is dat toch met mannen!” Maar ik mag jullie niet over één borstel spannen. Sommigen van jullie mollen vast en zeker niet het stofzuigermondstuk bij het eerste gebruik. Of laten het deken niet gefrommeld achter op de bank. Natuurlijk zijn er die de kapotte sokken niet in de wasmand, of naast de wasmand, maar in de prullenbak gooien. Of ze stoppen.
    Trouwens, bij het zien van een los naadje of gat in een kledingstuk, staat de naaidoos heel snel naast Marcel. Ik kan wel gaten en naden dichten, maar ben veel te prefectio…, pecfercio…, perfectiomistisch. Dan is Marcel beter: hij is speed.

Mondstuk
Hoe goed manlief naald en draad ook hanteert en de was niet buiten maar in de wasmand gooit - dat leerde ik hem zo’n 32 jaar geleden - er blijft genoeg om op te pikken. Ik bedoel maar: hoe krijgt meneer het voor elkaar om na eenmalig gebruik de stofzuigermond te mollen? Het maakt even niet uit dat hij deze gebruikte om mij in mijn ziek-zijn te helpen. Nou ja, dat was supertof en lief en geweldig en ja ik ben GEK OP DEZE MAN. Hoe krijgt hij het voor elkaar dat de knop zo uit fatsoen is dat die blijft steken op 7 over half 8? Het was amper twee weken oud. Het verving een oud versleten mondstuk, waar steeds een wieltje vanaf rolde.
    Daar gaat-ie! Pak ‘m.
    Anyway, het voelde voor de portemonnee beter alleen een mondstuk aan te schaffen dan een hele nieuwe stofzuiger.

Gerommel

Even over die drie stofzuigermondstanden:
    1. Helemaal naar links (zeg kwart voor 8) is voor vloerbedekking;
    2. Helemaal naar rechts (kwart over 8) is voor gladde vloeren;
    3. Recht omlaag (half 8) is voor… Ja, waarvoor eigenlijk?
    Hoor ik Celine en Marcel in koor:
    ,Die is het minst zwaar.’ Wat klopt. Ik noem het de halvebak-knop. Die zuigt lichter ongeacht de vloer, maar werkt halfslachtig en gebrekkig, dus half zo goed. Wie bedacht die stand? Een man? Vast! De borstelharen slijten er sneller door, daarmee voelt het over-de-borstel-spannen minder pijnlijk.
    Wat me herinnert aan ander gerommel van mijn lief: sokken met een gat erin vinden hun weg via de wasmand, de wasmachine, het wasrek, de ondergoedla naar zijn voet. En dat herhaalt zich tot ik Marcel met zijn neus in de prullenbak steek. Of de naaidoos voor zijn neus zet. Het stoppen van sokken gaat hem vast ook goed af. Hij koos laatst…
    Tromgeroffel…
    Rapapapam…
    …toch de prullenbak.
    Ik juich!

Vouwen

Vouw ik even door op dekens. Nee, dit gaat er niet over dat wij ons eronder verstoppen, zodat niemand ons ziet zoenen. Dit gaat erover hoe achteloos meneer die daarna aan de kant smijt en naar boven stiefelt om zich bed-klaar te maken.
    Tot ik hem vorige week de les hoe-vouw-ik-een-deken-à-la-Typisch-Irene leerde.
<  Zo lag het erbij na één oefening.
    Je ziet met één aai welke deken hij vouwde. De minst nette, de tweede. Of als je andersom kijkt de derde. Om alle twijfel weg te nemen: die lichtroze/witte.
    Na nog één avond oefenen zei Marcel wijzend op de stapel dekens op de bank:
    ,Kijk!’ En veegde trots over de deken en veegde nog eens en nog eens: ,Zelfs de haartjes staan in dezelfde richting.’ Ineens besefte ik: deze man doet echt zijn best. Hij helpt me. Hij steunt me. He provides me. En ik? Ik klaag over sokken. Piep over stofzuigermondstukken. Zeur over een deken. Ik kijk hem aan en zeg:
    ,Jij hoeft echt geen blog te schrijven, schatje. De eerstvolgende keer biecht ik op dat ik een
ongelooflijke perfectionitsische OCD-trut ben.’
    ,Mooi’, zegt-ie. Pakt de bovenste deken, trekt me er onder, zoent me plat, smijt de deken op de bank en vliegt naar boven.

zondag 31 augustus 2025

Mars tegen Femicide

Daar waar je een * ziet, huil ik. Want ik hou het niet droog. Niet deze keer.
    Huilen doet mijn hart al langer. Onophoudelijk. * Hoe passend dan ook de spreuk op de foto. Deze zag ik eerder vandaag tijdens de Mars tegen Femicide.
    Dat! Dat is precies wat ik voel. Ik huil, ik kook.

Fatbike tuig
En het was juist tijdens deze Mars tegen Femicide dat ik me toch weer rotschrok. Nadat we al een tijdje afwachtten wanneer de stoet in beweging kwam, lachten Marcel en ik om het busje dat in de menigte vaststond. In de open laadbak stonden dranghekken. Hij was een paar honderd mensen te laat. De Mariaplaats en Springweg stonden vol.
    De mannen van het busje stapten uit, klommen in de laadbak en bekeken de mensenmassa.
    Net op het moment dat die zich in beweging zette, probeerden twee jongens van een jaar of 13 op hun fatbike in tegengestelde richting vooruit te komen. Ze kwamen even tot stilstand naast het busje. Ineens keek de bestuurder van de fatbike de mannen in de laadbak lachend aan. Hij wees in de rijrichting en zei:
    ,,Gewoon doorrijden.”
    Ik schrok en vroeg Marcel of ik het goed hoorde.
    ,,Ja,” zei hij, terwijl ik achter hem dezelfde verontwaardiging herkende in het gezicht van een andere vrouw.

Verbouwereerd
Nu nog, voel ik me geschokt. Ook door mezelf. Waarom liet ik die jongen ermee wegkomen? Waarom leerde ik hem geen lesje? Ik dacht weer eens te laat. Verbouwereerd. Ik had vóór zijn verrekte fatbike moeten gaan staan en zeggen:
    ,,Oké, rij dan gewoon door. Kom maar. Flik het maar met honderden getuigen om me heen om over mij heen te rijden. Of pak je liever een vrouw als ze alleen loopt en tik je haar tegen de billen?” *
    Ik wil die jongen nog steeds op zijn bek rammen. Hem kleineren. Hem alle hoeken van de Mariaplaats laten zien. Ik wil dat hij de rest van zijn leven bang is voor vrouwen.
    Maar nee, ik slikte. Weer. Ik liep door en zij kwamen ermee weg. De woorden ‘gewoon doorrijden’ resoneerden menigmaal in mijn hoofd tijdens de Mars tegen Femicide. En hoe treffend deze woorden:
Marcel zag later ook een paar jongens op hun fatbike langs de Mars tegen Femicide rijden. Weet je hoe? Met opgestoken middelvinger. Ik zag het niet. Alleen al dat Marcel het zei, bracht me in schok. *
    Is dit niet hier waar het in beginsel al misgaat? Disrespect? Neerkijken op de ander? Jongens van dertien die zich al verheven voelen boven de vrouw? En hoe komt dat? Leren kinderen geen respect meer?
    Protect your daughters EDUCATE YOUR SONS, plopt op in mijn hoofd.

Disrespect
Ook daarom liep ik mee aan deze Mars tegen Femicide. Ik liep niet alleen voor iedere vrouw die haar leven liet of kapot is gemaakt door een man. Voor de vrouw die bevroor, verloor en niet op kon staan tegenover hem die haar overmeesterde. Ik liep mee tegen de man die haar niet respecteert. Waarom kunnen zij een vrouw aanvallen, terwijl ik niet eens twee rotknapen op hun nummer kan zetten?

Afkorten? Nooit!
Ik kort trouwens bewust Mars tegen Femicide niet af naar Mars of zo. Het mag nooit gemakkelijk worden. Het woord femicide moet klinken, herhaald en uitgeschreeuwd worden. Het mag niet verstommen. Niet afgekort. Nooit. Het is ernst. * Femicide, de moord van vrouwen omdat ze vrouw zijn. Moet je lezen. Sluit je ogen niet voor seksuele intimidatie, ongewenst aangeraakt worden, wellustig bekeken worden, aangerand, verkracht of vermoord worden omdat we vrouw zijn.
En ja, het zijn niet alle mannen. Ik weet me veilig bij een heleboel.

Onveilig
Het zijn andere, onbekende mannen, waar ik wel angst bij voel. Niet alleen in de nacht. Ook overdag als ik zogenaamd stoer door het bos wandel. Ik zet geen meter zonder angst. Marcel en ik doen er grappig over dat hij me op de terugweg uit het Taalhuis ophaalt als het donker is. ,,Ik moet mijn vrouw beschermen,” zegt hij. Maar ten diepste is het diep triest dat het moet. Het moest niet nodig zijn.
    Nooit!
    Maar veilig? Nee, zo zal ik me nooit voelen. Hoe graag ik het ook wil. Daarvoor heb ik me te lang niet veilig gevoeld. Het is mijn way of life. Daarom was de Mars tegen Femicide ook emotioneel, naast indrukwekkend. * Het deed pijn. Mijn hart huilt om mijn gevoel van onveiligheid.

Kokend
En mijn bloed kookt. Ik ben boos. En dat het mag, werd bevestigd tijdens de toespraak aan het eind van de Mars tegen Femicide:
    ,,Wij mogen boos zijn.” Wij zijn niet alleen maar lief, dus.
    Ik ben boos om de ongelijkheid in de maatschappij. Op de werkvloer, in de gezondheidszorg en zelfs in de kerk. * Het is tijd voor gelijkheid en gelijkwaardigheid. Maar wat daarvoor nodig is?
    Ik denk dus mannen. Mannen die mannen aanspreken. Mannen die zich een sukkel durven voelen bij het aanspreken van een seksegenoot op zijn uitspraken, gedrag of houding ten opzicht van vrouwen.
    Welkom! Dat gevoel van sukkel-zijn kennen wij vrouwen al zo lang.

Mannen sta op!
We hebben onverminderd nodig dat jij opstaat voor ons. Hoe? Dat is jouw uitdaging. Ga die eens aan met andere fatsoenlijke mannen. En loop een volgende keer mee met de Mars tegen Femicide. Want we hebben nodig dat jullie weten en meeleven in onze onmacht, onze angst, onze veiligheid.
    Nu al voelde ik me bemoedigd en ervoer ik kracht.
    Hoe dan als er veel meer mannen mee lopen?







zondag 17 augustus 2025

Daar tussen Luistenbuul en Zouweboezem

    ,Ik vond een tocht van 9 kilometer,’ zegt Marcel uitdagend.
    ,Zo veel?’, piep ik. ,Jij denkt zeker: mijn Queen klauterde bij 36°C een bergwandeling van 6 kilometer, dan lukt een petite promenade (kleine wandeling) van 9 kilometer bij 21°C in ons platte landje al helemaal.’
    ,Nu je het zegt. Jij loopt dit er zo uit, na al dat klimmen, stijgen en dalen. Kom!’ Hij grist zijn rugzak uit de hoek en vult de waterflessen. Ik trek mijn zwaar uitgedroogde wandelschoenen aan.
    ,Straks moeten we die eerst verwennen met een vetlaagje. De warmte en droogte van de Ardèche hebben niet alleen mij, maar ook mijn schoenen volledig uitgedroogd. Nu spaar ik liever mijn energie voor de grande promenade van jou. Waar vinden we die eigenlijk?’
    ,Bij Lexmond. Iets met Zouweboezem.’
    ,Dat klinkt bekend. Zeker weten dat we er niet al eens herkend zijn?’
    ,Ik ken het niet. Wat denk je? Vest mee?’, vraagt manlief. Ik frons mijn wenkkies, of eigenlijk geen wenkkies. Maar frons.
    ,Wat is een fest?’
    ,Een vest. Die trek je aan als je het koud hebt.’
    ,Oh, een vest, niet met een f, maar met een v! Met al die hitte van de afgelopen tijd, vergat ik het bestaan daarvan. Goeie, met een temperatuurdaling van 41°C naar 21°C. Dat kan best koud voelen.’ Ik rol een vest op en leg die overdreven netjes bovenop Marcels in elkaar gepropte vest in zijn rugzak.
    ,Natuurlijk, de Queen wil er uiteraard kreukvrij bij lopen,’ merkt manlief op.

Legkip
Na een half uur rijden, stappen we op een kleine parkeerplaats bij Lexmond uit. Mijn twijfel over bekendheid met deze wandeling verdwijnt volledig. Ik herken het beginpunt al niet. We bonden de rugzakken op onze ruggen (where else) en hup, richting dijk.
    ,Zullen we een legkip kopen?’, vraagt manlief bij het voorbijlopen van een bord: legkippen te koop. ,Hup in de rugzak met zijn kop er bovenuit.’
    ,Haar kop,’ herstel ik. ,En bij thuiskomst kieper jij de rugzak leeg boven een koekenpan, want ze legt natuurlijk onderweg al eieren.’

Poeper

Het kakelen over een kip verstomt. Al kakelt Marcel weer over iets nieuws.
    ,Lopen we wéér op een helling,’ verzucht ie.
    ,Hé pieper, jij koos deze wandeling.’ Het is altijd gemakkelijk stoer doen als de ander zich als watje gedraagt. Daar ging ik. Hem vooruit. Om eenmaal op de dijk weer een piep te horen.
    ,Waarom hebben ze dáár geen pad?’, wijst Marcel naast de dijk. ,Dat is leuker dan hier op de dijk, met al die auto’s.’
    ,En motoren,’ schreeuw ik van achter hem. Met die herrieschoppers ver voor ons vervolg ik: ,Maar kijk om je heen. Zo’n 360° view is toch prachtig.’ Ik draai een rondje met gespreide armen. ,Kijk daar de rivier, daar een kerktoren, daar vliegt een vogel en nog een kwart rond zien we… Aan de kant! Fietsers!’
    Gelukkig lopen we toch al snel dáár langs de dijk. Alleen naderen we de rivier niet. Wel een reiger. Die vliegt natuurlijk op het laatst weg. Eenmaal daar waar die stond, betrekt Marcels gezicht.
    ,Zo! Die reigers poepen wel behoorlijk hè?’

Broodtrommelschaamte

Rond lunchtijd ontdekt Marcel een leuk bankje waar we ons lunchtrommeltje openen. Het duurt niet lang of alle bewijzen van vier vier boterhammen met pindakaas verdwenen.
    ,Ik mis toch wel een Club Poulet of Pan Bagnat*,’ erkent Marcel.
    ,Absoluut, al hou ik La France gelukkig nog even vast in deze baby carottes. Wat zullen mensen trouwens denken als ze ons hier zien zitten met onze lunchtrommel. Dat blijkt echt niet meer hip te zijn, hè? Laat staan dat ik toegeef nog iedere werkdag jouw lunch te maken.’
    ,Eigen schuld,’ lacht Marcel. ,Jij beloofde dit te doen tot ik stop met werken.’
    ,Dan wordt het tijd dat je stopt met werken.’

Wolkje
Voordat we onze tocht vervolgen, checkt Marcel het weer. Hij houdt daarbij zijn telefoon ook even onder mijn neus.
    ,De zon moet zo langzamerhand wel doorkomen, zoals voorspeld om 14.00 uur. Kijk, allemaal zonne… Wacht, zag je dat?’. Hij kijkt me aan met grote ogen. ,Er schoof gewoon een wolkje voor de zon. Vandaar dat de zon niet schijnt. Stomme app.’

Herkenningspunt
Al snel lopen we de dijk weer op tot we aan de andere kant een weg in slaan. Ineens pak ik Marcel beet.
    ,Wacht! Je ziet ze nu niet, maar verderop staan aan iedere kant van de weg een rij bomen. Ik herken deze weg. We wandelden hier al eens eerder. Tenzij die bomen er niet staan.’
    En daar stonden ze. Net als jaren geleden, zoals je ziet in deze blog. Ze weerspiegelden mooi in het water. Met die bomen als herinneringspunt, wist ik prompt precies hoe de rest van deze route verliep. Maar of het op mijn netvlies stond of dat ik het voelde aan mijn water? Ik bedoel kont? Destijds ging ik namelijk vol op mijn pips, languit in de modder. Kijk maar naar de video onder diezelfde blog. Ja, nee, je ziet me niet vallen, je ziet de blubber, waardoor ik gleed. En nu? Kijk die scheuren in de bodem.
    Wij turen ondertussen vanuit twee vogelkijkhutten naar vogels en ontdekten twee hele vreemde. Moet je zien:


Rietpad
Om bijna op het eind een d-tour te volgen over een vlonderpad. Nou ja, meer een rietpad. Door het riet zagen we de vlonders bijna niet, laat staan water of moeras. Aan dit pad heb ik echter geen enkele actieve herinnering, zoals aan de rest van de wandeling. Terwijl ik zo gek ben op vlonderpaden.
    ,Marcel, ik vraag me af waarom ik dit niet meer weet. Of mochten we er toen niet op, want het was winter. Was het te glad? Of bestond het toen helemaal niet? Voelde ik er toen niets voor na die modderige slippartij? Of waren we te moe? Trouwens, voel jij je benen ook?’
    ,Niet zo, maar kijk, daar is de auto.’
    ,Pfoe, gelukkig.’ Zeg ik en bedenk: hoe kan dit? Afgelopen dinsdag liepen we potverloopie 33.852 stappen bij 35°. Klaagde ik toen?
    Nee!
    Nou ja, dat was dan ook in Paris. Daar word ik nooit moe van.


Mocht jij wel een legkip willen kopen of deze wandeling na willen lopen? Hier vind je ‘m.
* een baguette met kip of tonijn als belangrijkste ingrediënt naast sla, tomaat, ui en speciale sauzen.

Hier vind je meer foto's van deze wandeling.