zaterdag 21 november 2015

Curlsys

Om maar met de krullen binnen te vallen: ik ben overgelopen. Na vijftien jaar in een luxe (massage)stoel, in een modern salon en me toevertrouwend aan Patricia, ben ik een andere kapsalon binnengelopen. Nooit gedacht, toch gedaan. Ik voel een klein schuldgevoelentje.

Het is echt niets persoonlijks. Patricia mag zich koesteren in de wetenschap dat ik altijd buitengewoon tevreden was. Ze verdient een vette krul! We hebben een band gesmeed, lief en leed gedeeld. Ze kent me, heeft aan een half woord genoeg en onderneemt nooit iets dat ik niet wil. Als ik iets wilds wilde proberen, kon ze zonder pardon een coup plegen en ging voorzichtiger te werk. Ze was bij elke verandering van coupe, verwende me met overheerlijk ontspannende hoofdmassages terwijl een massagestoel mijn rug verwende. Ik wil niet weg!

Maar ja, van mede-krullenbollen moet ik het hebben. Zo attendeerde Wilma me op een andere knipmethode die me behoorlijk verknipt in de oren klonk. Ze zei dat met CURLSYS ze meer krul in je haar knippen. Belachelijk idee toch?
    Mijn vriend Google weet alles en vertelde en verbaasde  me met zijn kennis. Wat Wilma vertelde, bevestigde hij. CURLSYS is tovenarij.

Maar niet heus. Het gaat over een wijze kapper die bedacht dat krulhaar anders is dan stijl haar. Duh! Daarbij bedacht hij dat de schaar er dan ook anders in moet. Hé, dat had ik ook bedacht. Maar ja, ik ben geen kapper en wie luistert er nou naar mij? Ze zouden alleen maar denken: heb je haar met haar warhoofd. Gelijk hebben ze, ik ben en heb dat warhoofd. Who am I?
    Gelukkig gebruikte Brian McLean zijn kop- en kapperskennis en ontwikkelde een theorie en knipmethode voor kroeskoppen. Ik zeg: zoek zelf even op CURLSYS en see it yourself. Waarom zou ik uitleggen wat daar te vinden is?

Diezelfde zoekmachine fluisterde me echter ook in dat in Maartensdijk de dichtstbijzijnde CURLSYS kapper is. Enigszins gespannen stap ik in mijn rode monster en ga op weg naar Miranda. Zij gaat een uur lang met mijn koppie in de weer. Hopelijk met een verbluffend resultaat. Anders loop ik nooit meer over, maar terug.

Ik ben afwachtend tot in mijn haarwortel. De foto’s die ik op internet zie, zijn miraculeus. Fotoshop is echter overal op internet aanwezig. Dus wat is echt en wat is echt nep? Als de helft van wat CURLSYS belooft waar gemaakt wordt op mijn hoofd, vind ik het al winst. Ik geloof echter pas wat echt is als ik met eigen ogen zie wat op mijn eigen koppie plaatsvindt.

Grappig detail: dertig jaar geleden zou geen krul op mijn kop zich hiervoor lenen? Meer onhandelbare eigenwijze kopkronkels die als houtkrullen zo klein, stug, onhandelbaar en eigenwijs op mijn haar dansten? Ben je gek? Minder, minder, minder zou ik uitroepen.
    Iedereen in mijn omgeving was jaloers op mijn kop met verdraaide plukken. Ze mochten het hebben, terwijl ik mijn kop overgaf aan straighten. Samen met mijn zus en een crème die een half uur moest inwerken, werd gezorgd voor een wonderlijke verdwijntruc – coupe stijl was het gevolg. Het ging samen met een onverzadigbare behoefte aan maskers en oliën.
    Dat het er niet uitzag toen er bij de hoofdaanzet weer krullen ontstonden, daar hoor je mij niet over. Ik liet het vooral doorgroeien om mijn wens der eeuwen uit te laten komen: lang haar.

En nu, dertig jaar later ben ik op weg om meer krul in mijn haar te knippen. Het klinkt belachelijk zo bij elkaar, maar bewijst dat tijden veranderen. Niet alleen mijn lijf, maar ook mijn krul, zakt uit. De houtkrul heeft plaats gemaakt voor lossere krullen. Ik ben er blij mee, maar iets meer krul mag wel weer.

Daarom geef ik me over aan mijn eerste CURLSYS behandeling bij HAIR DESQUE Maartensdijk en kan het niet laten om weer terug thuis elk halfuur in de spiegel te kijken. Het is geen fotoshop-spiegel en Miranda heeft niets gefotoshopt. Mijn haar is reallife met de hand bewerkt en ik heb echt meer krullen. Het is tovenarij met als resultaat: vet gaaf en wonderlijk verrassend meer krullen. Zelfs Marcel moet toegeven dat het werkt en vraagt of hij dat ook kan, terwijl hij door zijn haren (ahum) strijkt.

Maar eerlijk: ik mis de massagestoel, ik mis het dicht bij huis, ik mis Patricia. Ik zou haar met een knip in mijn vinger het CURLSYSen willen leren. Ik zeg: Patricia, je bent er geknipt voor en voor je het weet val ik weer met mijn krullen bij je binnen.



 voor                                           na  
 

zondag 15 november 2015

Decibellen



Opstaan zou verboden moeten zijn! Het kunstje van ochtendmens-zijn, kan ik niet. Laat me liggen!

Ik denk met liefde aan mijn moeder. Vroeger wekte ze me softly en tenderly elke ochtend weer. Ze klaagde nooit over de moeite dat het haar kostte. Ze is er volgens mij mee gestopt toen ik naar de middelbare school ging. Stomme school.

Hiermee begon mijn relatie met een roze HEMA bellenwekker. De klok kwam op een plankje aan de muur boven mijn bed te staan en moest me dagelijks met zijn indringende herrie uit dromenland rammen.
    Met zijn twee grote bellen aan de bovenkant en een klepeltje in het midden, wist het ding op wektijd een tring-herrie voort te brengen waarvan het hele huis uit zijn grondvesten sprong en iedereen vanuit bed tegen het plafond gedrukt werd. Gevolg: iedereen wakker.
    Behalve ik dan, want na een paar weken hoorde ik de wekker gewoon niet meer. Hij stond wel aan, maar ik werd er doof voor. Zo kwam mijn moeder weer in zicht.

Met een oplossing. Ze bedacht dat de wekker op een porseleinen schoteltje moest worden gezet. 
    Had ik het eerder over tring-herrie? Nu klonk het weksignaal als oorverdovende lawaai. Het leidde geen twijfel dat de mensen in de flat tegenover ons zelfs wakker werden van het geluid van mijn wekker.
    Maar madam slaapmuts leerde ook hier doorheen te slapen.

Moeders liet het er niet bij en bedacht iets nieuws: de wekker moest op het schoteltje blijven, maar er kwam een theelepel bij. Ik verheugde me op een theekransje met van die schattige Engelse theekopjes, waarbij na één flinke slok de bodem droog viel. Ik wilde al bijna een dienblad pakken voor de koektrommel en theepot, maar mamalief greep me in de kraag en zei dat het lepeltje voldoende moest zijn.

Je zou het geluid van deze wekcombinatie zelf eens moeten horen. Zet het alarm op een paar minuten later dan nu. Ga gerust even facebooken op je Phone en wacht af. Vergeet die hele wekker. Ik weet zeker dat bij het afgaan van het geluid je met eigen ogen zal zien dat je Phone kan vliegen. Een geweldig kabaal zal niet alleen jou en de flat aan de overkant, maar ook het hele dorp wakker schudden.
    Geloof het of niet, deze schone slaapster presteerde het weer om er doof voor te worden en sliep als een roosje. Wat voor mij het bewijs is dat ik dood ga tijdens het slapen.

Toen kwam de dag dat ik het veilige nest verliet en op kamers ging. De grootste uitdaging was te ontdekken wat mij elke ochtend uit mijn dood zou doen herrijzen? Marcel was nog niet in zicht en mijn moeder woonde te ver weg.
    De oplossing bleek in de kamer zelf te liggen; de akoestiek was verbluffend. Mijn schotel-lepel-wekker combinatie klonk in deze kamer als Salvator (de grootste klok van de Domtoren). Ik moest me vasthouden aan de bedrand om niet uit bed geblazen te worden. Hoewel loslaten uiteindelijk zou betekenen dat ik werkelijk uit bed zou zijn. Zelfs de slechthorende bewoners in het bejaardenhuis ernaast zouden om 06.00 uur niet weten wat ze meemaakten.

Eenmaal in de armen van Marcel veranderde er veel. Hij nam de ondankbare taak op zich om mij dagelijks uit mijn diepe slaap te halen. Ik huiver bij de gedachte of hij opnieuw met mij zou trouwen als hij wist hoe zwaar die klus zou wegen.

Zoonlief is wat betreft opstaan gelukkig het tegenovergestelde van mij. Hij besloot een aantal maanden geleden dat hij vroeger op wilde staan dan wij. Daarom kreeg hij een eigen digitale wekker, die in de testfase elke dag een tikje zachter moest. Ik vond het alleen maar leuk om te zien dat dit kind tenminste niet het probleem heeft dat ik heb.
    Tot ik ontdekte dat de dik geïsoleerde muur en gesloten deuren ten spijt ik nu bijna elke ochtend een half uur te vroeg wakker wordt van juist die wekker. Snap jij het?



zondag 8 november 2015

Boomplantdag



Mijn regenlaarzen, regenjas en (speciaal voor deze gelegenheid gekochte) tuinhandschoenen zitten in de big shopper. Een schep hou ik over mijn rechter schouder en in mijn broekzak zit het toegangsbewijs. Ik ben er klaar voor: Parkbos de Haar, here I come!

Eenmaal bij de parkeerplaats van Kasteel de Haar schrik ik van de bedrijvigheid. Parkeerwachten begeleiden mij naar een parkeerplek, waar ik eerst mijn nette laarzen verwissel voor de regenlaarzen en mijn regenjas aantrek. Het miezelt een ietsie, maar mevrouw de suikerklont klaagt verder niet.
   Ik sluit mijn auto af en banjer met de schep in mijn hand richting de oversteekplaats, speciaal voor voetgangers.
   Twee meneren, gehuld in oranje hesjes, letten op het verkeer. Ze laten een paar auto’s door, maar gaan vervolgens midden op de weg staan om een vluchtig praatje met me te maken. Gezellig hoor. Dat zouden ze vaker mogen doen.

Eenmaal aangekomen op het terrein, valt me een bak met kleine boompjes op. Wat een leuk idee om die te verkopen. Die zijn natuurlijk geschikt om in een bak in de tuin te zetten. Misschien koop ik er later wel één, zo werk ik mee aan meer zuurstof voor mij en mijn tuin.

Eerst hier maar een boom planten. Daarvoor ben ik hier. Die boom is natuurlijk groter dan de bomen die me zojuist hebben begroet. Ik bedoel, ik ga meewerken aan een heus bos, niet aan een bos van ielige takjes met een paar blaadjes eraan. Dat zou een ieniemienie bos worden.

Ik zoek gelijk even een flinke kerel. Hem moet ik strikken om het zware werk te doen. Ik loop hier wel rond met mijn schep, maar mijn spierballen heb ik way back achtergelaten in New Zealand.
   Trouwens die schep, dat is een idee van mezelf. Je denkt toch niet dat ik met mijn gellac nageltjes ga zitten graven in een enorme zandbak die binnenkort bos mag heten? Ik ga er mijn nagels niet over breken.

Dus zoek ik nu een Wilg en een boom van een kerel en kijk verder dan mijn nagels lang zijn. Hoewel ik vooral hoger verwacht te zien dat de boomkruinen uitnodigend naar me waaien.
   Het enige dat overal boven uitsteekt is een bord met de tekst: BOMEN met een pijl naar links.

Wacht… Alles wat is zie zijn boompjes die amper langer zijn dan ikzelf (1,64 m.). Na mijn ontworteling loop ik dichterbij en ontmoet de vriendelijke ogen van een vrouw.
   ‘Wat voor boom zoekt u?’
   ‘Ik zoek een wilg, maar er zijn drie soorten. Op mijn inschrijfformulier vind ik niet welke soort ik moet hebben.’
   ‘U mag zelf kiezen.’ De eerste die ik onder ogen krijg is een Kraakwilg (Salix fragilis). Zeg maar een sprietje zonder blad, zonder zijtak, zonder… Over fragiel gesproken. Het is een sprietje van anderhalve meter hoog met onderaan drie worteltjes. Medelijden, dat is wat ik voel.
   ‘Zijn die wortels wel genoeg?’
   ‘Mevrouw, de Wilg is een gemakkelijke boom. Eigenlijk heeft het helemaal geen wortel nodig. Als je alleen de tak in de grond steekt zal die ook groeien en snel.’
   ‘We hebben het dus over een snelgroeiend sprietje. Ik neem ‘m. Sprietje heeft in al zijn ieligheid mijn hart gestolen.’

Eenmaal op de boomplantplek kan ik Sprietje in een al uitgegraven gat zetten. Ik prop het hoopje klei dat ernaast ligt in het gat en daar staat ie dan. Ik heb mijn schep niet eens nodig. Vandaar dat Natuurmonumenten het daar niet over had in de mail.

Zo rondkijkend, zie ik allemaal lieve kleine sprieten en takken boven de grond uit steken en besef dat een boompje in de grond zetten, nooit genoeg kan zijn voor een heel bos. Wie gaat de boompjes en Sprietje koesteren, knuffelen en water geven?

Had ik ooit in gedachten Schaapherder (een sterk verhaal uit mijn boek) te willen worden?
   Dat is helemaal niet mijn roeping. Ik moet boswachter worden. Laat mij maar boomknuffelaar en tree whisperer zijn. Met deze zekerheid: onder mijn hoede zal één boom gewillig de grootste zijn, Spriet!








zaterdag 31 oktober 2015

Halloween 2015

Marcel heeft zojuist de avond van zijn zoon verpest, terwijl zoonlief er zo naar uitgekeken heeft.
    De hele dag, wat zeg ik? De hele week, nog langer zelfs, misschien wel een maand of twee, zit Benjamin zich te verheugen op vandaag: 31 oktober 2015. Keer op keer trof ik hem aan met op het beeldscherm van zijn iPod zombies, littekens en open wonden met vooral heel veel bloed.

Twee weken geleden, toen ik even alle akelige gruwelijkheden van zijn scherm achter me had gelaten kwam Benjamin binnen stormen.
    ‘Mama, ik ben van mijn skateboard gevallen.’ Hij overdonderde me met een gapende open wond. Overal zat bloed! In blinde paniek greep ik naast de telefoon, want die zat niet in de houder. Natuurlijk, net wanneer er nood is. Ik draai me geschrokken om en zie Benjamin vermaakt kijken.
    ‘Mama, kijk nou goed!’ De pompoen valt; ik ben gefopt. Ik was vergeten dat meneertje nepbloed had gekocht en ondertussen flink geoefend heeft. Hij vroeg me een foto op Facebook te plaatsen om te zien of er meer mensen in zouden trappen. Een monsterlijk aantal mensen trapte in de grap tot grote blijdschap van mijn zoon en ook mij. Ik was gelukkig niet de enige.

Dit gebeuren gaf mijn zoon de boost om zich verder te specialiseren in shock-effects. Hij oefende er griezelig op los en deelde steeds zijn creaties met mij. Hoe beter hij werd, hoe bleker ik achterbleef en hoe groter mijn hekel aan Halloween groeide.
    Ik hou niet van de bijkomende angstspanning, van de sfeer van gevaar en afschrikwekkende figuren, van bloeddoorlopen ogen en afgehakte ledematen, van de spanning in het donker, van de horror-sfeer. Laat staat dat ik er over zou schrijven. Dat leek mij not done.

Tot vandaag.
    Want de tijd van oefenen is voorbij. Vandaag is het Halloween. Vanavond is er een Halloween-optocht in het Oude Dorp. Dat heeft Marcel eerder vandaag opgezocht. Dat is natuurlijk helemaal geweldig voor onze zom-boy! Tijd voor het echte werk. Samen met zijn vriendinnetje en zus werkt Benjamin aan zijn en hun uiterlijk. Hoe lelijker hoe beter. Hoe enger, hoe gaver. Raar eigenlijk hoe hij eerst altijd op zijn mooist voor zijn vriendinnetje wil verschijnen, maar vandaag op zijn spookachtigst naast haar wil lopen.

En dat allemaal om kleine kindjes bang te maken. Best zielig eigenlijk.
   Terwijl ik bedenk dat ik blij ben dat ik niet zo’n klein kindje ben, stappen een zombie, scar-face en old-man-bleeding mijn kamer in. Ik voel het bloed in mijn lijf omlaag zakken en wankel op mijn benen. Marcel vangt me op, waardoor ik niet op de grond stuiter. Ik hoor in de verte dat hij de kinderen veel plezier wenst bij de Halloween optocht en zet mij op de bank.

Tegen de tijd dat ik helemaal tot mezelf ben gekomen, gaat de telefoon. Het is Celine.
    ‘Mama! Wij zien hier niemand, is de optocht wel in het Oude Dorp?’
    ‘Wacht even, ik laat papa het even checken.’ Tenslotte had hij lucht gekregen van deze optocht. Hij kijkt op zijn telefoon en weet me te vertellen dat de optocht om 19.30 uur is gestart. Ik geef dat door.
    ‘Celine, ze komen je kant op. Heb nog even geduld.’

    ‘Ships!’, hoor ik Marcel ineens uitroepen. Ik kijk geschrokken zijn kant op.
    ‘Wat?’
    ‘Ik heb niet naar de datum gekeken.’ Hij houdt het scherm voor mijn neus.
    ‘Bedoel jij dat deze optocht vorige week was? Ik denk dat je zoon nu zwaar teleurgesteld is. Zijn avond is verpest! Als ik jou was, zou ik er vliegensvlug op een bezemsteel vandoor gaan, want je weet dat Benjamin een mes bij zich heeft, toch?’