zaterdag 24 april 2021

Dukaatslag

    ‘Mama, wij hebben gewandeld,’ zei Benjamin, waarna ik van schrik bijna alle schrijf- en tekenspullen uit mijn handen liet vallen.
    ‘Huh? Staat mijn gehoorapparaat wel aan? Zei je iets over wandelen?’
    ‘Ja, mam.’
    ‘Dat is onmogelijk!’
    ‘Geloof je me niet?’
    Nope, ik geloof je voor geen stap.’
    ‘Toch is het zo,’ mengt ineens Lara zich in het gesprek.
    ‘Ga jij nou ook zitten liegen? Weten jullie sowieso wat wandelen is?’
    ‘Maham, waarom is het zo moeilijk om dit te geloven?’
    ‘Omdat ik al 100.000 keer zei dat jij meer moet bewegen en jij me 100.001 keer zuchtend aankeek! Keer ik vanavond mijn creatieve wandelkont om samen met Celine te tekenen, sneaken jullie mijn huis uit om te wandelen. Wat een gra… Wacht, jullie namen natuurlijk een retourtje PLUS ter aanvulling op jullie troep-voorraad. Die ene kilometer heen en terug heet nog geen wandeling.’

Meneertje

Benjamin en wandelen is als lopen op het water. Dat kon maar één iemand en Hij heette niet Benjamin. Ik trek zijn niet-wandelen even breder: zoonlief beweegt werkelijk te weinig. Meneertje hoeft heus niet te wandelen omdat ik het zo graag doe, maar het is iets en beter dan fulltime computer-hangen. Wandelt hij eindelijk, dan is het naar het station of de PLUS, om zijn vriendin of snoeptroep op te halen. Beide zijn ongezond dichtbij.
    De benaming Meneertje klopt overigens niet meer. Zoonlief steekt met schouder en hoofd boven mij uit. Om daar lengte bij te zetten staat hij vaak op zijn tenen tegen me aan. Het voelt voor mij dan of hij mij de baas wil zijn. Alsof ik bang ben.
    Ik denk in ieder geval niet dat hij dan mijn grijze haren telt.
    En nog wat, hè?! I am not impressed als hij op me neerkijkt. Al ben ik little, ik laat niet met me sollen. Niet in mijn huis waar ik me big mama voel, als in: I’m the boss en dat maakt hem meneertje.

Stenentijdperk
Of hij kleineert mij door te zeggen dat ik onder een steen leef. Hoe hard hij ook schreeuwt, ik roep:
    ‘Kijk naar jezelf.’
    ‘Hoezo?’, vraag hij dan.
    ‘Wat is het grote nieuws van vandaag?’ Waarop hij zijn schouders op haalt. Het boeit hem niet. Zijn leven draait om een bepaald genre films, NFT’s, vectoren, full HD, 4K’s, Photoshop, YouTube en van alles waarvoor ik graag mijn kop in het zand steek, oh nee, onder een steen. Not my party. Maar… mijn verstand van bewegen, afwisseling in werk en andere dingen waar hij niets van wil horen maken mij weer wereldwijs.

Route
Tot ik hem vrijdag hoorde over zijn wandeling. Mijn ongeloof maakte plaats voor geloof. Hij wandelde echt en ik ben trots. Kan dit de start zijn van een beter leven? 
    I hope so! Hoe dan ook herkende ik het effect van wandelen op hem. Hij sprak enthousiast over deze tocht met zijn lief en hoe zij naar de Dukaatslag liepen en vervolgens via de Lupine-Oord naar de Orthodontiepraktijk wandelden.
    ‘Die op de Molen?’
    ‘Ja, hoe weet jij dat?’
    ‘Dat vraag jij aan madam-wandelt-Houten rond? Meneertje, je zult wel moe zijn, want het rondje dat jullie liepen mag je een wandeling noemen.’
    ‘Ja, goed hè?’, straalde hij.
    ‘Yep, daarom mijn korte applaus*.’ Ik genoot vooral van zijn enthousiasme. Hij bleef maar ronddartelen in de kamer. Hij leek gewoonweg de happiness van lopen te voelen.

Genept

Dat was allemaal vrijdagavond. Vanmiddag vroeg ik:
    ‘Wie gaat er mee wandelen?’
    ‘Ik ga alleen mee als we naar de Dukaatslag gaan,’ antwoordde meneertje. ‘Trouwens we liepen gisteren via de Plus en daar wat rondjes tot het saai werd en toen naar de Dukaatslag, Lupine-Oord...’
    ‘Ja, ja, duidelijk. Wij gaan naar de Dukaatslag, dat heb ik ervoor over om jou mee te krijgen.’ Meneertje trok zijn jas sneller aan dan ik mijn woorden uitsprak. Wonderlijk! Al besefte hij niet dat we links de weg op gingen en daarmee de Dukaatslag rechts lieten liggen. Ik zei het vooral niet hardop en genoot van deze wandeling waar hij en Lara bij waren. Tot hij een paar straten verder weg vroeg:
    ‘Mam, we lopen zeker heel dicht bij de Dukaatslag?’
    ‘Niet echt nee, jij bent er verder van weg dan je ooit wandelend bent geweest.’
    ‘Ja, maar ik wil wel naar de Dukaatslag!’
    ‘Weet ik, dat kan op de terugweg.’
    ‘En de Lupine-oord dan?’
    ‘Die doen we een andere keer. Nu niet zeuren, anders sla ik je zo in de stoel van de orthodontistpraktijk op de Molen. Ben ik benieuwd of je daarna ooit nog daarheen wilt.’
    'Waar ligt die dan vanaf hier?'
    'Boeit niet, geloof me.'
    En dan zegt hij dat ik onder een steen leef? Ik weet tenminste waar ik wandel.


* kort applaus: is in huize Typisch Irene één letterlijke klap in de handen.
Bij een lang applaus gaan we helemaal los.