vrijdag 19 juni 2026

Rolstoelleven

Tada! Hoera! Ik ben weer up and running. Al ren ik voorlopig nog geen meter. Wel wandel ik weer, fiets nog verder en rijd weer auto. Daarmee verklaar ik mijn gebroken enkel voor hersteld. Nu start het trainen op souplesse en terugwinnen van kracht. Hm, dat kan ik wel op meer plekken gebruiken, maar ja, iets met 54.

Rolstoel

Hiermee keek ik de gehuurde rolstoel aan alsof Marcel me een kom pompoensoep voorzette. Ik lustte die stoel niet meer. En bracht het lopend terug.
    ,,Heb je er veel aan gehad?”, vroeg de vrouw van Medipoint.
    ,,Ja, we bezochten Den Haag, Maastricht en Utrecht.” Zij keek me verrast aan. Terwijl ik terugkeek op momenten van frustratie en plezier.

Treinreizigers
Het startte met het afzeggen van Camping Oosterberg. Het geklauter uit de vouwwagen en gestrompel met krukken en douchetas in het sanitair gebouw? Toedelecamping.
Wel maakten we een dagje Maastricht onveilig met Celine en haar vriend die daar wel kampeerden. Marcel en ik reisden met de trein heen en weer. Heerlijk relaxt.
    Tot het gat tussen het perron en de trein groter bleek te zijn dan gedacht. Mister spierbundel tilde me echter met rolstoel en al de sprinter in. Gelukkig ontdekten we een volgende rit dat er een speciale ingang is, waar dat gat minder groot is. Bij een intercity, moest ik sowieso met krukken de trein in strompelen en tilde Marcel de rolstoel achter me naar binnen. Rijden maar!

Uitstappen
Tot het uitstappen volgde.
    Reizigers drommen altijd samen om als eerste de trein in te stappen en een plekje te bemachtigen. Dat maakte uitstappen soms tot een onneembare horde. In al de focus op hun beeldschermpjes zagen reizigers niet dat wij er niet langs konden. Alleen met een lompe bots, dus toch uitstappen, schrokken ze op. We moesten er tenslotte toch uit. Dan maar door te bumpen. Pardon!
    Sowieso viel me op hoe mensen in hun beeldschermleven verdwijnen. Pas bij een bijna-boem schrokken ze op. Dan sprongen ze op het laatste moment nog opzij. Hoe vaak ik mijn been niet wat introk om geboem tegen mijn voet te ontwijken.

Liftleed
De liften van Hoog Catharijne the Mall dan. Het zijn er twee, waarvan een buiten werking. Er passen ook maar twee rolstoelers en begeleiders in. De buiken inhouden hoefde nog net niet. Verrassender waren de jonge mensen zonder enige beperking. Blijkbaar waren zelfs de roltrappen voor hen te zwaar. Door hen wachtten wij soms drie beurten voordat wij een verdieping hoger of lager zoefden.

Den Haag

Bij de kommer tel ik ook fun op. Onderweg naar Den Haag, waar we de 50ste verjaardag van een vriendin meevierden, bood een jonge man direct zijn plek aan. Hij zat op de invalidenplek. Maar mocht wat ons betreft blijven zitten, want ik kon in de rolstoel ergens anders staan en Marcel vond een eigen plekje in de overvolle trein. Toch was die jongen de enige die ook bij ons vertrek zijn hulp aanbood. Onvergetelijk.
    Of dat we vastliepen in de tramrails in Den Haag. Marcel duwde me zorgeloos over een paar rails tot ineens een voorwiel er in vastklikte. Ik keek direct links en rechts. Gelukkig kwam er geen tram aan. Ineens voel ik hoe Marcel de rolstoel naar achter kantelde en duwde me zo verder.
    ,,Kijk, ik kan op alleen achterwielen,” riep ik hard lachend.

Post
Na al dat duwen van Marcel, dacht ik mezelf een keer op pad te kunnen duwen in die rolstoel. Binnenshuis ging het tenslotte ook al zo smooth. Het ritje van 500 meter naar de brievenbus moest dan toch lukken? Al besefte ik toen nog niet dat alle stoepen schuin aflopen naar de weg toe. Vooruitkomen lukte me wel, maar dat tegenduwen om niet de stoep af te glijden. Het bleek mijn meest zware arm work-out ooit.

Ervaringsrijkdom
Dit tijdelijke rolstoelleven maakt dat ik nooit meer hetzelfde naar rolstoelgebruikers kijk. Ik besluit hen vanaf nu bewust meer ruimte te geven. Niet omdat ze zielig zijn, maar zodat ze weten: ik zie je.
    Daarbij zie ik ook de helden in de duwers. Zoals mijn Marcel. Hij bracht me overal.
    En aan het eind van de dag? Dan checkte hij altijd even onze smartwatches. Dan klonk steevast:
    ,,Yes, ik zette weer de meeste stappen.”
    Tenminste iemand die blij is met mijn rolstoelleven.
    En nu weg ermee.

zaterdag 23 mei 2026

Geluk bij een ongeluk

Potverpootje! Zo liep ik heerlijk vrolijk weg bij een fijn interview, keek omhoog naar de bomen met hun frisgroene bladeren en hoorde merels fluiten. Zo lag ik daar. Gevallen. Kaboem! Met een enorm pijnlijke enkel en een hevig bloedende knie.
    Ik bleef er bij zitten. Neergeknald. En zocht mijn lief op via onze hotline. Even mijn frustratie luchten. Daarna checkte ik of ik op mijn voet kon staan. Het deed erg pijn, maar een kleine stap lukte en een volgde ook. Mits ik mijn voet goed recht zette en geen enkele oneffenheid mijn voet deed wiebelen. Ik zette nog wat voorzichtige stappen en hoorde mama in gedachten zeggen: ,,Met een verzwikte enkel moet je zo snel mogelijk lopen. Dan loop je de pijn er uit.” Ik volgde haar advies. Wel jammer dat mama geen pleister op mijn andere knie kon plakken. Die bloedde echt hevig.

Gebroken
Dertig minuten later, tien minuten langer dan ik over de heenweg deed, stak ik de sleutel in het sleutelgat. Ik was thuis, maakte mijn knie schoon, legde mijn andere been op een kruk en probeerde het mooie interview te vangen in woorden op mijn beeldscherm.
    De pijn en ellende in mijn lijf leidde me echter zo erg af, dat ik al snel mijn laptop dichtklapte. Ik voelde me totaal verslagen. Omdat de pijn verhevigde en mijn enkel snel dikker werd, belde ik de huisarts. Ze verwees me direct door, maar op de eerste hulp zagen ze geen breuk. De huisarts verwees me een dag later opnieuw door. Nu met een spoedverwijzing. Vier dagen na mijn val, zag de orthopeed na twee keer kijken toch een breuk aan de onderkant van mijn kuitbeen. Zijn advies: drie weken rust.
    Even later zei de gipsmeester:
    ,,Belasten naar gevoel,” en stuurde me met een brace naar huis. Ik wist een ding zeker: Marcel houdt me vanaf nu het advies van de gipsmeester voor.

Krukken
Ook hield hij me krukken voor. Regelde een rolstoel en zaagde de arm- en rugleuningen van een oude bureaustoel. Daarmee kon ik ‘s nachts vanuit ons bed naar de drempel van de slaapkamer deur rollen, waar ik de krukken pakte en naar het toilet strompelde. Hoewel hij voor ieder probleem een oplossing uitdokterde, wist hij één probleem niet zondermeer weg te wuiven; mijn verloren vertrouwen in mijn lijf en leven.
    Zwakke schouders, artrose aan mijn borstbeen en een evenwichtsprobleem maakten het lopen met krukken tot de zwaarst mogelijk work-out. Hoe ik ook oefende, het lukte me niet. Ik voelde me intens onveilig met mezelf.

Doorzetten

En ik was moe. Zo moe. Niet alleen mijn eigen gezondheidsproblemen maar ook zorgen om andere zaken drukten me met deze ene val volledig neer. Verschillende keren zei ik: life is a struggle. Voor altijd stoppen met werken en diep wegkruipen lonkte.
    En Marcel? Hij liet me huilen. Hij knuffelde me. Hij ving me op. Langzaam kwam er weer beweging in meer dan alleen mijn voet. Hij zette alles op alles om mij op de rit te zetten. Hoe hij het voor elkaar bokste, weet ik niet. Wel weet ik dat hij me aanzette om met krukken in mijn handen mijn voet toch lichtjes te belasten. Het mocht en zou me meer vertrouwen geven in lopen met krukken. En inderdaad ik voelde me ineens iets veiliger en vertrouwder. Hij zette me in een rolstoel om naar buiten te kunnen en samen boodschappen te doen en om Utrecht, Den Haag en zelfs Maastricht te bezoeken. Met de trein nog wel.

Aanmoediging
Waar ik dacht: rot maar op met het werk. Ik kap ermee. Herinnerde hij me aan het aanpassen van mijn website. Ik heb namelijk een nieuwe droom. Die om als schrijfgids intuïtieve schrijfworkshops te gaan geven. Ik ben bijna klaar met een training tot schrijfcoach, wat vraagt om aanpassingen op mijn site. Daarom vroeg Marcel me een eerste opzet te bekijken en zette me daarmee aan het schrijven. Inmiddels is die webpagina klaar. Hij motiveerde me om mijn verlegenheid opzij te zetten en een artikel over PENspiratie naar Houtens Nieuws te sturen. En we ontwierpen een folder die nu in druk is. Hij duwde me over grenzen. Moedigde me liefdevol aan. Haalde me het huis uit en richtte me op mijn werk als schrijfgids.

Struggle
Hij zette me opnieuw aan. Soms tot mijn frustratie, maar nu vooral met dankbaarheid. Want sneller dan ik had durven hopen, voel ik weer vertrouwen in mijn lijf en in mij. Ik stond stil. Neergeknald. Maar stond weer op. Ik kreeg tijd om te heroverwegen waar ik mee bezig was, wat ik wil en wat ik nodig heb. Al vind ik het leven nog steeds een struggle. Daar achteraan klinkt:
    ,,But I struggle back harder.

Geluk
Daarom kon ik eergisteren ook zeggen:
    ,,Is dit niet allemaal stiekem een geluk bij een ongeluk?”

Anek-kadootje over PENspiratie

- waar on-regelmaat mijn regelmaat is -

Oh, ik heb zulk leuk nieuws. Zo’n tof Anek-kadootje. Hou je vast, ra-pa-pam:
Ik ben schrijfgids.

Met die paar zinnen, smijt ik meteen twee woorden in de prullenbak: nieuwsbrief en schrijfcoach.

Anek-kadoojes
Dit is dus geen nieuwsbrief, dat klinkt te afgezaagd. Al toont het veel raakvlakken. Ik serveer liever ‘Anek-kadootjes’, waarin ik workshopdata, workshopthema’s, nieuwe plannen, geluksflitsjes, praatjes en andere interessanterigheden deel.
Dit past me. Typisch.

Dwangbuis
Zoals ook de zin onder de titel: ‘waar on-regelmaat mijn regelmaat is’.
    Dat zegt dat ik zonder vaste regelmaat berichten op het Wereldse Wobbelige Web slinger. Als persoontje van ver voor 2000, het internet en verslavende smartphones, prop je mij niet in een dwangbuis van zo-hoort-het of zo-word-je-gezien. Ik geloof in de kracht van schrijvers die zichzelf graag verliezen in hun pen op papier. Omdat hun hart spreekt. Zij vinden die ‘nieuws/blog’-knop op mijn PENspiratie webpagina, klikken daar op en melden zich aan.
    Zo, zij missen niets meer.

Fladderen
Schrijfgids dus.
    Met al zoveel coaches, klinkt gids net even anders. Ik sta daarin voor schrijven in alle veiligheid over wat gevoeld, gedacht en ontdekt wil worden. Voor woorden die onverwacht ontstaan. Schrijfgids klinkt lekker kort en krachtig met zijn twee lettergrepen. Al maakte Schrijffladderaar me ook blij. Ik hou van dat woord fladderen.
    Wacht, fladderen, dat komt mooi terug als thema voor een workshop. Zo werkt inspiratie.

-----

Wie ik ben?
Geboren in Christchurch op 1 april1972, ontdekte ik al heel vroeg dat er magie zat in een pen. Ik zag er mijn ouders mee in de weer. Ikzelf vond mijn schrijfweg in het overschrijven van mooie teksten, inspirerende quotes, lieve gedichten en emotionele liedjes. Heel soms schreef ik zelf gedichtjes.

Groei
Tot ik Hyves ontdekte en mensen wist te raken met mijn vrolijke schrijfsels. Reacties als ,,het is of ik erbij ben” raakten me diep en vormden de basis voor een jarenlange wekelijkse blog. Tegelijkertijd kreeg ik meer zelfvertrouwen in schrijven door een schrijf- en een blogcursus naast intuïtieve schrijfworkshops. Het leidde allemaal tot mijn werk als freelance journalist bij Houtens Nieuws. Schrijven werd mijn werk. Plezierig werk.
    Tot mijn hart eind 2025 zei: Irene ga intuïtief schrijven. Het deed me weer fladderen over het papier. Een wens groeide - deze vorm van schrijven wil ik delen. Ik schreef me in voor een training Schrijfcoach en tada!
    Hier sta ik. Schrijfgids.

Doe je mee?
Fladder, ik bedoel zin in schrijven?
Ga naar de agenda op www.typisch-irene.nl/penspiratie en meld je aan voor een gratis introductieworkshop.



ps. dit bericht staat als 'nieuws/blog' op www.typisch-irene.nl/penspiratie, maar leek me vooral ook tof om hier te delen.


zaterdag 11 april 2026

Narcis haat

Als het aan manlief lag verstopte ik me vorige week zaterdag zo snel mogelijk achter de eerst volgende boom en kwam ik er voorlopig niet achter vandaan.
    ,,Jij moet je doodschamen,” zei hij en vervolgde zonder blikken en blozen met: ,,Jij discrimineert.”
    Ik dook toch maar achter die boom, want die aantijging beangstigde me. Ik reageerde nog wel even:
    ,,Ik? Een discriminator? Ik geef vrijwillig taalles aan mensen tijdens de Taalinloop van het Taalhuis. Ik discrimineer niet!”, klonk ik ernstig gramstorig. Nee, gebelgd.*
    ,,Dat ben je wel. Want je maakt wel foto’s van verschillende tulpen, maar van geen enkele narcis.”
    ,,Klopt. Ik vind narcissen stom. Maar even. Serieus? Neem jij het op voor een bloem? Nou ja, niet voor één enkele bloem, maar voor een heleboel narcissen die as we speak in Houten bloeien. Wat schattig. Mag ik nu achter de boom vandaan?”
    ,,Nee.”

Nep
Wat betreft de narcis: sorry. Ik vind het een rare bloem. Duiden kan ik het niet, maar ze komen nogal nep, gemaakt, onnatuurlijk en gemanipuleerd op me over. Alsof ze nooit zo bedoeld waren. Met hun gele blaadjes en toetertje in het midden. Ik mis geluid. En dat schrijf ik schaamteloos over deze bloemsoort, terwijl ik bekend sta als bloemliefhebber. Nee, bloemvereeuwiger. Marcel verzucht een paar keer per wandeling:
    ,,En daar ziet ze weer een bloem." Met een 'klik’ uit mijn phone.

Gemanipuleerd
Prompt diepte Marcel zijn phone uit zijn kontzak op.
    ,,Daar gaan we weer,” jammerde ik. ,,Hij moet weer zo nodig opzoeken of iets van mijn verhaal mogelijk waar is. Of die bloemen nep zijn of zo. Nou stop dan maar met zoeken op wijsneus Google. Ik weet heus wel dat ze niet nep zijn. Kijk, ze staan hier voor me. Voel eens hoe echt ze zijn.” Ik stapte achter de boom vandaan en voelde aan een narcis. ,,Hij oogt nep. Maar voor de sake of my mariage, hier, kijk, ik maak een foto ‘klik’ van deze narcis. Ben je nu blij?”
    ,,Nee! Ik ben niet blij,” klonk hij onverwacht teleurgesteld terwijl hij naar zijn scherm keek. Ik sprong van schik weer achter de boom.
    ,,Ik begrijp het niet. Hoezo ben je niet blij? Ik maakte een foto van die narcisjes,” wees ik naar het bosje bloemen. ,,Ik bewijs de bloemsoort niet langer te discrimineren. Is het wéér niet goed.”
    ,,Ja, nee, ik lees hier dat de wilde soort veredeld is.”
    ,,Joh, ik versta je niet zo goed, ver wat?”
    ,,Verbeterd.”
    ,,Tada! Zie je? Ge-ma-ni-pu-leerd! Ik wist het,” klonk ik met veel nadruk.

Meningsvrijheid
Stil! Natuurlijk weet ik dat tulpen ook veredeld worden en vast en zeker in veel grotere mate dan de narcis. Er bestaan vast en zeker meer tulpensoorten dan narcissoorten. En toch serveer ik die tulpen niet op dezelfde manier af als de andere soort.
    Gelukkig leef ik in een vrij land en mag ik mijn mening hebben. Laten we dat zo houden en er geen relaties om laten breken. Verschil mag er zijn. Het gaat om leven en laten leven met verschillende smaken, kleuren, ideeën en bloemen naast elkaar. Hoe fijn kan het zijn als we vriendelijk blijven.
    Zoals Marcel en ik daar bij die boom. Nou ja, ik er achter.

Leed
Al ontdekte ik sneller dan deze woorden op het scherm verschijnen dat Marcels frustratie om mijn narcissenweerzin diep zat. Met een eerste stap van achter de boom vandaan, want ik dacht goed te zijn met Marcel, vroeg hij onverwacht diep misnoegd:
    ,,Wat hebben ze je eigenlijk aangedaan?”
    ,,Wie?”
    ,,Die narcissen.”
    ,,Oh, zijn we daar weer.” Ik stapte terug achter de boom. ,,Nou, ze groeiden eens zo hoog dat de bladeren en stelen me voorbij groeiden en zich om me heen wikkelden. Ze verstikten me bijna…”
    ,,En toen werd je wakker uit je nachtmerrie.”
    ,,Ja, dat was een hele enge droom. Sindsdien ben ik bang voor die bloemen.”
    ,,Net als die droom over een enge mannen achter een boom?”
    ,,Ja! Je begrijpt me,” klonk ik blij.
    ,,Nou, kijk nu eens wie er nu achter een boom staat.”


* 'gramstorig en gebelgd' zijn in mijn ogen leukere synoniemen van verbolgen. Weer een paar nieuwe woorden geleerd. ;)

Schrijfs,
Irene


zondag 5 april 2026

Wereldprobleem

Snotver-regenbui! Waar blijft die lente?!
    Het is pure armoe waar ik op teer. Hoog tijd om mijn winterjas de prullenbak in te mikken. Maar nee, hij hangt weer aan de kapstok. Nu niet piepen dat die jas zo leuk is en dat rood mooi kleurt. Dat is trouwens geen gepiep, dat is waar. Er is echter een tijd van aantrekken en een tijd van uitdoen en de tijd van zwaaizwaai is voor mijn jas gekomen. Jammer, want ik hoor graag de complimenten dat men mij van verre al aan ziet komen en dat het zo leuk combineert met mijn krullen. Ja, het is wel een beetje mijn imago geworden.
    Mensen werden zelfs boos toen ik een dag een donkergrijze jas droeg. Ze herkenden me niet.

Grijs

Maar wie goed kijkt, ziet dat ik voor gek loop. Ik ben overigens niet bang om leuk gek rond te banjeren. Kijk wat mijn voeten vandaag siert: ik ben in mijn eendjes. Waarmee ik zeg dat een beetje gezonde gekkigheid geen kwaad kan. Sterker nog, het maakt de absurde wereld even iets leuker.
    Maar met mijn jas bereik ik een grens. Valt het je niet op dat ik wat verder van je af sta bij een babbeltje op straat of dat ik niet dichter bij je kom zitten op een bankje in het park? Dat is niet omdat ik me schaam voor mijn grijze haren. Die bewijzen 6 herfsten en 48 lentes op mijn naam. Ik zie liever grijs op mijn kop dan grijs in mijn hart. Wauw, die kan zo op een tegeltje.
    Dus hou ik afstand door mijn aftandse jas. Dat ding is pure armoe aan mijn lijf. Door op afstand te blijven, zie jij niet dat wat van ver nog wat lijkt, dichterbij bedroevend lelijk is. Kijk dan!


Zoektocht

En nou niet zeggen: koop dan gewoon een nieuwe.
    Waar denk je dat ik de hele winter naar zocht? Met zoonlief bezocht ik Westfield Mall of the Netherlands. Manlief en ik struinden Utrecht af, brachten een uitgebreid bezoek aan Amsterdam en vereerden Amersfoort met onze aanwezigheid. Met Mr. Spriet van 1.88 m naast moi, bolletje van 1.64 m, liep ik soms amper een winkel in of hoorde achter me:
    ,Hier hangt niets roods,’ of ,Hier hangt geen rode jas.’ Dan liep ik via een rondje kledingrek linea recta weer naar buiten. Meneer overzag het vaak met één blik. Menig kledingverkoper lieten we verward achter met een:
    ,Toedeloe!’

Eisen
Nergens, maar dan ook nergens vonden we een jas die voldeed aan de volgende eisen:
- rood: zeg maar RAL 3020 - verkeersrood. Lekker toepasselijk op straat;
- halflang: want dit bolletje ziet er in een lange mantel nog boller uit;
- getailleerd: ik ben namelijk trots op mijn taille in een tijd dat recht-toe-recht-aan vaker voor lijkt te komen;
- geen jeukstof;
- goede kwaliteit.

Imago
Het ongeslaagd zoeken maakt moedeloos. Hoe kan zo’n leuke jas zo moeilijk te vinden zijn? Zelfs Wehkamp, waar ik deze drie jaar geleden bestelde, verkoopt ‘m niet meer. Ja, wel een zusje, zonder taille. Afschuwelijk! Ik moet er bijna om huilen. Dit is mijn wereldpro… Nee, dit is zeer zeker geen wereldprobleem. Nee zeg! Maar toch… die rode jas in combinatie met mijn krullen, mijn imago. Ik hou daar graag nog langer aan vast.
    Oh wacht, dat is het! Ik verf mijn haar komende winter verkeersrood.
    Opgelost! Ging dat maar zo met alle wereldproblemen.

Hulptroepen
Of… ik roep hulptroepen in. Niet schrikken, daar komt ie:
 
Geloof het of niet; dit is een hele overwinning voor madam zelf-doen. Maar daar waar de nood groeit, leer je hulp vragen. Daarom mijn oproep:

Kijk jij eens mee? Stel dat jij een manteljas ziet die voldoet aan mijn eisen.
App, bel, mail, dm, contactformulier of trek me aan mijn jurk.
Deel een foto, een link, een sample en wie weet kom ik ‘m halen.

    
Nou niet denken: hallo, het is bijna lente, daarna zomer. Die jas vinden we nooit. Misschien leest iemand uit New Zealand mee. Daar is het nu herfst. Ik ben daar (op 1 april) in de herfst geboren en in de lente jarig . Wie weet, hangt daar die jas. Dat zou eigenlijk wel heel tof zijn.
    Wat die mag kosten? Geen € 800,- natuurlijk, zoals ik ergens online een prachtige rode jas vond. Zo rijk ben ik nou ook weer niet. Oh, laat dan die jas in New Zealand ook maar zitten. De reis alleen al is duurder.
    Hoe dan ook heb ik er wel iets voor over om er de komende winter niet zo bij te lopen.*


* met dank aan Marcel voor de foto en AI voor het overdrijven van mijn opdracht de jas te verouderen.

woensdag 21 januari 2026

Tasinhoud

    „…rode jas…”, hoorde ik ergens en wachtte op de woorden ‘en krullen’. Dat bleef uit. Ik bedacht dat het misschien wel gezegd is, maar dat ik het niet goed hoorde. Ik viel duidelijk midden in een uitroep en zocht waar het geluid vandaan kwam.
    Je moet weten dat ik door eenzijdige doofheid in soortgelijke situaties wel íets hoor, maar niet weet wáár ik het hoor. Dat maakt heel onzeker. Met een goed rechteroor klinkt voor mij alles standaard van rechts. Maar het leven leerde me tijdens vijftien jaar slechthorendheid dat de meeste geluiden overal vandaan kunnen komen. Zeker niet alleen van rechts. Daarom kijk ik alle kanten op als ik een geluid of uitroep hoor. Het ziet er vast niet uit voor de roepende. Maar ja, zo gaat het bij mij. Heel onhandig, on-orig eigenlijk vooral, om half doof te zijn.

Ellen
En zo dwaalde ik weer helemaal af van wat ik eigenlijk wilde delen.
    Zoekend naar waar dat ‘rode jas’-geroep vandaan kwam, zag ik ineens Ellen recht op me af komen.
    „Ah, jij riep iets van mijn rode jas,” stelde ik vast. Ze lachte, zoals ik haar ken. Altijd blij en vriendelijk. Zit het bij haar ook in de krullen? Maar dan zonder rode jas. Heel gek is dat niet, want vind maar eens een mooie en goede rode jas. Ik weet ’m dit jaar ook niet te vinden.
    Ellen en ik kennen elkaar al langer. Geen idee hoe lang, want volgens mij groeiden we heel langzaam naar elkaar toe. Het verliep vooral gewoon heel natuurlijk en onbewust, zoals met meer mensen bij de Appie. Natuurlijk, het zal daar eens niet zijn. Daar ligt gewoon mijn sociale netwerk.

Gesjopt
Anyway, ik stapte op Ellen af en begroette haar uitgebreid:
    „Ah, jullie hebben gesjopt.” Ja ja, ik weet, het is shoppen, winkelen, geld over de balk gooien, de economie spekken of hoe je het ook wilt noemen, maar sjoppen schrijft zoveel leuker. Blijkbaar keek ik er nogal nieuwsgierig bij, want Ellen trok direct een van de tassen open. Die tas oogde overigens heel chique. Wat blijkbaar ook zo was, want Ellen vertelde me dat ze de zeeppomp die in die tas zat in een speciale winkel liet bijvullen. Nee, ik weet niet meer hoe die winkel heet, vraag dat maar aan Ellen zelf. Het moet trouwens wel een heel lekkere zeep zijn. Eens zien of ik een keer mijn handen kan wassen bij Ellen.
    Daarna opende ze de andere tas en toonde me haar hele ‘stash’, als in alles wat ze scoorde, terwijl haar dochter meekeek. Leuke meid trouwens. Zo hield Ellen een Linda magazine voor mijn neus en meer. Tot een tussen-de-tenen-ding me opviel. Volgens mij vermindert dat de druk tussen de tenen en voorkomt daarmee onder andere onwenselijke likdoorns.
    Daar zag ik brood in...
    Nee, natuurlijk zag ik daar geen brood in, dat zat er sowieso niet in. Die likdoorn moet ik niet meer zien. Of voelen. Daarom klonk mijn vraag:
    „Waar kocht je die?”
    
„Bij So-Low.” Oei, of all places. Als we daar nou eens stoppen met sjoppen. Dan kunnen Chinese kinder- of andere handjes stoppen met werken en weer spelen. Al hou ik beter mijn mond, want ik draag slofsokken die precies daar vandaan komen. Niet dat ik ze kocht, ik kreeg ze van Benjamin. Volgens mij kreeg hij ze ook cadeau.
    Je denkt trouwens toch niet dat ik sokken met die tekst waag te kopen? Ik durf die tekst niet eens te schrijven. Let op: ku* kou; *ut kou; k*t kou. Zie, het lukt me niet eens. Laat staan dat ik ze zou kopen. Toch ben ik het stiekem wel met die tekst eens. En dat wist Benjamin. Ik bedoel… ik haat kou. Maar om het nou met die andere krachttermen de wereld in te gooien? Dat vind ik lelijk voor onze taal.
    Blijft feit: met het dragen van deze sokken, ben ik medeplichtig aan een aankoop bij So-Low. Da’s k*dt! Dus, hoop ik die anti-likdoorn-dingen te vinden bij Kruidvat of Etos en anders bij de apotheek. Hopelijk slaag ik echt dichter bij huis.

Tasinhoud
Ondertussen houdt Ellen nog steeds haar hele tasinhoud voor mijn neus. Ik bedacht dat zij en ik echt zussen moeten zijn. Van twee anderen wordt gezegd dat zij mijn echte zussen zijn, maar van geen van hen herinner ik het moment dat zij hun hele tasinhoud toonden. Vooral zomaar midden op straat. De vibe die Ellen hier tentoonspreidt, is echter wel helemaal mijn vibe.
    Want stel dat jij en ik elkaar tegen het lijf lopen en je keek net zo nieuwsgierig als ik blijkbaar deed. Dan schroomde ik er net als Ellen niet voor om mijn hele tasinhoud op te diepen. Dan klinkt daar:
    „Kijk wat ik heb gekocht! Leuk hè?"


zaterdag 10 januari 2026

Winterliefde

Okay, I really tried.
Ik gaf er mijn alles voor.
    Wat dat alles inhoudt, leg ik verder niet uit. Dan moet ik dingen bedenken. En daar heb ik precies geen zin in. Daarmee is deze uitspraak totaal nutteloos en nietszeggend. Je doet het er maar mee. Wat blijft? Ik probeerde het en geef nu op.
    Hoor ik jou vragen: Wat geef je op?
    Nou, het omarmen van de sneeuw. Die koude zooi lief te hebben. De natte prut te omstrengelen. Sneeuwpoppen te omhelzen. Echt, ik deed mijn ijskoude best en geloofde er met het plaatsen van een paar mooie foto’s bijna in dat ik eindelijk het sneeuwliefdepunt bereikte.

Schattig rokje

Tot ik een foto zag van een klein meisje op het strand. Van onder haar dikke winterjas piepte een prachtig lichtroze rokje. Het bestond uit tig lagen tule. Schitterend! Haar winterjasje bezorgde me een Michelin-vrouwtje gevoel. Hetzelfde voel ik bij die lange soortgenoten, zeg maar slaapzakken. Mij daar niet in gezien, staat voor geen vrouwelijke meter. Eigenlijk zeg ik liever dat ik ze stom vind, maar ja, ik moet tegenwoordig uitkijken met wat ik zeg.

Ingepakt
Terug naar dat meisje op het strand. Aan haar winterjasje zit een nep-bontkraagje. Van het puntje van haar hoofd tot onder haar kin omhult een wollig mutsje haar koppie. Bovenop zit een lieflijk pomponnetje. Haar handen zitten verstopt in bijpassende wollige wantjes en haar pootjes zitten vast in laarsjes met bont. Alles bij elkaar oogt het als een goed beschermd mensje. Ze kan alleen geen kant meer op. Ze staat stijf van de isolatie.
    Zoomen we even in op het koppie. Dan zie je haar keihard huilen. Ik voel haar intense haat. Boven haar koppie staat dan ook: I wasn’t made for winter.

Bibbers
Aha, ze haat winter. Hardgrondig. That’s me. I wasn’t made for winter too.
    Ik deed nog zo mijn best sneeuw leuk te vinden, maar de haat is niet weg te smelten. Ook niet met een paar mooie foto’s. Never niet, nooit niet ben ik gemaakt voor sneeuw en winter. Die haat zit diep. Maar waarom? Dat wist ik niet te verklaren tot vandaag.
    Ik deelde de foto van dat meisje, waarop een vriend reageerde met: "Ben je gevallen dan? Of gewoon de bibberssss?"
    Gevallen? Nee zeg. Ik kijk wel uit. Mij niet gezien in een sneeuw-fiets-combinatie. Wel zag je mij drie dagen achtereen lopend mijn dagelijkse boodschappen doen. Verschrikkelijk tijdrovend, maar vooral heel veilig voor deze dame met balansproblemen.
    Natuurlijk was ik super blij dat het donderdag-fietsdag was.

Tijdrovend
En de bibberssss? Ja, dat sowieso. Daarmee komen we in de buurt van mijn winterhaat. Potverkoudje, het zit ‘m in de voorbereidingen vóór vertrek. Voordat ik éindelijk klaar ben om de deur uit te gaan, ben ik weet-ik-hoeveel tijd kwijt. Er moet geen brand uitbreken.
    Eerst moet de jas aan. Omdat ik opgepropte mouwen onder mouwen vreselijk vind, moet dat met beleid. Zit het eenmaal goed, dan voel ik me al opgesloten in die winterjas. Knoop ik daar potverstrak een dikke das bij om. Dat veroorzaakt dan weer ellende met die prachtige krullen. Want langer haar + een das = klittengarantie. Natuurlijk kan ik het vastbinden in een staart of zo, maar dan ben ik behoorlijke isolatie kwijt. Daarmee kies ik boven een muts voor klitten. Want ik krijg jeuk op mijn kop van een muts. Dan nog de handschoenen aan en klaar is ze.
    Oh nee, ik moet plassen.
    Alles weer uit en in de herhaling. Ik zei toch: het duurt tien minuten. Jij dacht vast al: wat doet ze dan allemaal?

Verstopt
Daarmee benoemde ik deels, maar zeker niet de hele reden van mijn winterhaat. Die ligt in het antwoord dat ik mijn vriend terugstuurde:
    "Ik vind winter gewoon niet leuk. Al is sneeuw prachtig om te zien. Voor één dag! Maar dan moet je er niet doorheen moeten. Al die kleren aan boven mijn leuke jurken. Het dikke inpakken. Oppassen dat je niet valt. De kou! Bah! Kijk die jurk van dat meisje! Die verdient geen kou!"
    En daarmee is het duidelijk. Alle leuke kleren ten spijt, ze raken verstopt onder een dikke laag winterkleding. Doe ik ’s ochtends zó mijn best om er leuk uit te zien met een kleurrijk shirt of mooie vrouwelijke jurk. Ziet niemand het, want het zit verstopt.
    Dan nog wat: onder zo’n jurk moet een thermolegging. Heerlijk voor buiten, maar binnen smelt ik weer weg bij de eerstvolgende vliegopper. Ik stik! Benauwdheid. Uit, uit, uit dat ding. En dat terwijl ik midden op de dag omkleden vreselijk vind. Moet alles weer op z'n plaats en het haar weer op orde. Wat een gedoe.
    Conclusie: naast het uitglij-gevaar, is de winter een onvrouwelijk seizoen. Het is saai, donker en dik inpakken. Eén ding maakt het ietsjes goed...
    Mijn rode winterjas.