zaterdag 3 oktober 2026

Opstandingsverhaal

Hoorde jij al het gegak van ganzen die in V-formatie overvliegen op hun weg naar het zuiden? Ik wel. Wandelend door het bos, stond ik afgelopen week even stil en keek naar boven. Genietend van hun vlucht en onbegrijpelijke taal. Of verwonderd, want wie vertelt ze dat zij moeten vertrekken? Ach, ik weet wel Wie.

Terugblik
De ganzen brachten me terug naar 24 juni. Ik zat aan het water van de slotgracht van Kasteel Duurstede en hoorde het oorverdovende gegak van een gans. Wat een druktemaker.
    
Eerder die dag reden Celine en ik daarheen. Zij voor een afspraak met een kunstenaar en ik om eens een ander rondje te lopen dan een overbekend Houtens rondje. Daarbij neem ik altijd mijn notitieboek en vulpen mee. Zie me over de kasseien lopen van de gezellige oude straten en de bewegwijzering naar het kasteel volgen.

Plofjes
Eenmaal daar, wandelde ik het park driekwart rond tot ik me installeerde op een bankje dat in de schaduw stond. Ik keek over het wandelpad en een grasstrookje over het water naar het kasteel. Naast foto’s nam ik allerlei geluiden en beelden in me op en diepte even later mijn schrijfspullen op. Ik noteerde de datum en plek en hoorde rechts van me een doffe plof. Ik negeerde het.
    Tien minuten later klonk weer een plof. Oké, geregistreerd, maar nog steeds schreef ik onverstoorbaar door.
    En plof.

Opstanding
Ik stopte met schrijven. Drukte de dop op de vulpen en keek naar rechts, waar het geluid vandaan kwam. Zo’n vijftien meter bij mij vandaan, onder een joekel van een boom lagen drie fluffy bolletjes op het wandelpad. Terwijl ik keek, leek er eentje door de wind te bewegen.
    En plof.
    Deze vierde leidde me af, terwijl mijn verbazing groeide. Wat zijn dat voor pluizenbollen? Waarom vallen die uit de boom? Ineens stond er eentje op. Niks wind, het had pootjes. Ik wist niet waar ik het had. Wat is dit voor horror? Of was ik getuige van een wonderbaarlijke opstanding live? Ik bedoel maar, vier fluffy’s vallen uit de boom, staat er eentje op.

Noodlottig

Ik durfde niet dichterbij, want vreesde een open kerkhof op het wandelpad. Dit moest toch noodlottig aflopen? Ik keek de fluffy-dood mooi niet in de ogen.
    En plof!
    En weer eentje stond op. Het bleken kuikentjes. Waarom vielen die uit de boom? Waar is papa of mama? Ik bedacht dat een roofvogel al die kuikens in zijn bek verzamelde? Natuurlijk vielen die uit zijn bek. Rotbeest. Ik kan ook geen vijf winterpenen in mijn mond houden? Die donderen er allemaal uit. Groot verschil: wortels vallen dan niet dood.
    Anyway, ik wist geen andere verklaring voor uit-de-boom-vallende kuikens.
    En plof!

Duizelingwekkend
In totaal ploften tien kuikentjes in een half uur tijd uit de boom. De een na de ander stond op, duizelde, wankelde, zakte door de pootjes, rustte wat, stond weer op, stapte een stukje verder, zakte weer door de pootjes, maar stond steeds iets sterker op. Liep het wandelpad over en bereikte de waterkant.
    Oh, wacht, mama was in de buurt, dat was die enorme snatergans. Ze moedigde de kleintjes aan om te komen. En allemaal, de een wat sneller hersteld van de val dan de ander, haalden het water.
    Behalve de tiende. Die plofte mogelijk echt te hard neer. Ik keek ernaar en zei zachtjes:
    ,,Sta op, je kunt het, ik geloof in je, doe het, ga niet dood, plies?" Niet onder mijn watch. Onwillekeurig dacht ik: is het jongste kind altijd de zwakste? Ik mankeer lichamelijk ook het meest. Hoera voor mijn twee oudere zussen.

Gered
Maar gelukkig, nummer tien stond op. Streed langer dan zijn siblings, worstelde zich over het wandelpad, zakte vaker door zijn pootjes en bereikte het gras. Om out of the blue opgemerkt te worden door een teckel. Ik schreeuwde het nog net niet uit: 'Nee! Ga weg! Wat een gruwelverhaal. Hij gaat er aan.'
    Of niet. Het baasje van de hond ontdekte het kuikentje. Plukte het van de grond en zette het bij de waterkant. Het kuikentje racete sneller naar zijn familie op het water, dan ik met mijn gedachten bij kon houden.
    Gered! Ik hing meteen de slingers op, al was het maar getekend in mijn notitieboek. Hup ballonen erbij.

Uitleg
En toen bezocht ik grote vriend Google: kunnen kuikens uit de boom vallen?
    Ik lachte om de zotte vraag. Het antwoord klonk echter verbluffend helder: ja.
    Het komt erop neer dat kuikens van de Nijlgans inderdaad uit de boom springen. Daarbij aangemoedigd door de moeder die ze vanuit het water toesnatert, eigenlijk aansnatert. Zonder angst springen de kuikens. Echt moedig. Door hun lichte botten en zachte vacht overleven ze vaak de val. Gelukkig toen allemaal. En waarom die nesten zo hoog in de bomen? Om ze te beschermen tegen roofdieren op de grond.
    Tjee.
    Wonderlijk!

 



zaterdag 19 september 2026

Verantwoordelijke volwassenen



    Even later stapte ik uit de trein op station ’s Hertogenbosch en hoorde al snel mijn tegen-apper roepen. Cynthia, een van mijn besties. We missen de elasticiteit (iets met het cijfer 54) om elkaar rennend in de armen te vliegen. We weten dat onze harten ons vooruit gaan op weg naar een biggest welgemeende hug.

Afspraken
We hangen de slingers op, iedere keer dat we elkaar ontmoeten. Twee van de vier keer per jaar. We plannen namelijk meer afspraken in dan we elkaar zien. De ene keer vergeet eentje het te noteren en een andere keer blijft de secretaresse in het ongewisse en bleek de agenda vol.
    Daarom verschijnt bij het naderen van een date een appje met:
        ‘Staat onze date in jouw agenda?’
        ‘YES 🎉!’
        ‘Wat zullen we gaan doen?’
    Dat was 2 september niet de vraag. Dat wisten we al sinds de date drie maanden dáárvoor. Maanden waarin we wenden aan het plan van deze date. Eentje met tegenzin. Niet om elkaar te zien, maar het doel… Oh my!

Shock

Kom even mee naar die date, drie maanden geleden. We lunchten bij Vascobelo in Hoog Catharijne. Ineens zei Cynthia:
    ,,Ik overweeg een fietshelm te kopen.” BOEM! Binnenin mij ontstond een worsteling aan gedachten: veiligheid gaat voor uiterlijk. Ik weet dat ik er ook een moet kopen. Maar zo’n belachelijk lelijk ding op mijn kop. Veiligheid botst met mijn coup, met mijn vrouwelijkheid. Ik moet een helm kopen... Ik wil ‘m niet.
    ,,Dan kopen we die samen,” kraamde ik uit en verraste niet alleen Cynthia maar ook mezelf. Ik legde mijn hersenspinsels voor: ,,Want veiligheid gaat voor uiterlijk. Ik moet er ook een kopen. Maar zo’n belachelijk lelijk ding op mijn kop. Veiligheid botst met mijn krullen, met mijn vrouwelijkheid. Ik moet een helm kopen... maar wil ‘m niet. Zucht! Dan samen met jou.”
    De ontboezemingen luchten op. Een gevoel van partners in gekte, een ‘pling’ van mijn glas takkenthee tegen haar glas earlgreythee beklonk onze afspraak: voor gek fietsen doen we samen – dit is samen-ness. Zo blokten we met succes 2 september.

Zweten
Dus liepen we van Station ’s Hertogenbosch naar Superstore Mantel, waar het zweet ons uitbrak: there was no way back anymore. Na een uur wandelen, paste afhaken echt niet meer. Ik doorbrak de gespannen stilte:
    ,,Die is kleurrijk met vlekjes en kleurtjes. Dit verwachten mensen bij mij.”
    ,,Dat zijn kinderhelmpjes, Irene,” klonk naast me.
    ,,Bah, ik kots bij volwassen.” We wandelden de winkel helemaal rond, om te ontdekken dat we bij binnenkomst twee keer links moesten. Of was dat extra grote rondje nodig om de helmweerzin volledig te overwinnen?

Blater
Bij de hoofddeksels blaatte een oudere man van alles over helmen tegen ons. Waar zijn vrouw braaf luisterde, dachten wij: de eerste de beste die dingen blaat, wint niet meteen ons vertrouwen. Waar is de verkoper?
    We trokken er snel eentje bij. Hij wees ons niet direct op de duurste modellen wat betrouwbaar voelde. Na een heldere uitleg, waarbij de eerdergenoemde vrouw steeds dichter bij ons stond, wisten Cynthia en ik welke helmen wij wilden. Die vrouw ook. Ik moest me inhouden om niet te zeggen:
    ,,Moet je niet naar je man luisteren?”
    Tegen alle weerstand in reageerde ik blij, want de helm die direct mijn aandacht trok, bleek het meest geschikt. En nog leuker: die kleur stond me het best. En het leukst: Cynthia kocht dezelfde.
    Bij de kassa zei de kassamedewerker:
    ,,Ik begrijp dat het voor jullie een grotere drempel is om een helm te dragen, dan voor mij als man. Dus echt mijn complimenten.” Wij. Namen. Die. Dankbaar. Aan. Vooral nadat hij vertelde eens een flinke smak in het bos te hebben overleefd. Hij kan het navertellen, omdat hij een helm droeg.
 
Uitlachen
Eenmaal buiten stuurden we een gezamenlijke helm-foto naar het thuisfront:
        ‘Veiligheid boven schoonheid. Het leven op de fiets zal nooit hetzelfde zijn.’
    Een dag later appte Cynthia me een helm-selfie:
        ‘No words needed’.
        ‘Ik ben supertrots op je’
        ‘Ik ook… Maar de koptelefoon is geen optie meer. Het wordt stillig op de fiets.’
        ‘Maar ga je niet zelf hard zingen? Of anderen uitlachen?’
    Dat hadden we namelijk afgesproken: anderen zonder helm hard uit te lachen.
        ‘In mijn hoofd wel! Heb dus de hele rit keihard gelachen...’
    Een dag later stuurde ik mijn helm-selfie:
        ‘Je schaamt je toch dood! Maar bikkels zijn we. Verantwoordelijke volwassenen. 💪🏻’
        ‘Dat... We zijn een voorbeeld. Iedereen zou moeten volgen. We gaan de wereld redden!’
    En we lachen iedereen zonder helm uit. Want wij voelen ons boven hen staan om onze wijsheid en verantwoordelijkheidsgevoel. Dat voelt zó goed! En dus applaus voor de helm-op-de-kop-generatie. Wij gaan ervoor, want:
Liever met de helm op voor gek
dan met hersenletsel op mijn bek
(Copyright Typisch Irene – Irene van Valen)

zaterdag 5 september 2026

Een labeltje te veel

Potverschok, zo genoot ik van mijn voetjes in het meer van Annecy en drukte verschillende keren op de cameraknop, zo liep ik het ziekenhuis binnen en dropte een radioloog mijn botten op de gevoelige plaat. Zo wandelde ik fladderend rond en vereeuwigde wat hoekjes van bos Nieuw Wulven, zo plofte ik geschrokken op de bank.
    Alles bij elkaar opgeteld, zet ik twee nieuwe aandoeningen op mijn naam. Ik zing nog net niet: ‘Er kan nog meer bij’.

Vertraging

De eerste aandoening kreeg mijn aandacht tijdens een bezoek van mijn zus Heidi. Ze was weer een paar weken over uit Amerika. We keken samen terug op een heerlijke zussendag met José, een paar dagen daarvoor. Alleen al het begin zei zoveel over onze rollen. De leider, de danser en de lolbroek. Reis gerust even mee.
    Heidi zat in de sprinter vanuit ’s Hertogenbosch. Die stopte met vertraging in Houten, waar ik instapte. Nu denk jij: leuk samen reizen. Ja, maar nee, ik wilde per se met Heidi samen reizen om er zeker van te zijn dat zij in Utrecht de juiste trein nam (sttt, niet doorvertellen).

Sprintje
De vertraging leidde ertoe dat Heidi en ik het op een sprintertje zetten om de overstap naar Gouda te halen. Dat betekent trouwens dat ik niet meer kan zeggen dat ik nooit ren.
    Bij ons weten zat José, mijn oudste zus, in een trein eerder. We zouden haar in Gouda… ‘pling’ hoorden Heidi en ik uit onze phones.
    ,,Een appje van José. Ze zag ons de trein in springen,” las ik met een hijg, puf en ademsnakje voor. Ik plofte op de stoel en bedacht…
    ,,Maar dan zit ze in dezelfde trein?”, was Heidi me voor. We stonden op om haar te zoeken, maar een ‘pling’ hield ons staande. José zei in het voorste treinstel te zitten en wij zaten in de achterste.
    ,,De big reunion houden we voor Gouda,” zei ik en plofte opnieuw neer.

Samenzijn

In Gouda omhelsden en begroetten we elkaar.
    ,,En nu? Waar gaan we heen?”, vroeg Heidi al gauw.
    ,,Serieus? Jij weet, zoveel zussendagen later, nog steeds niet hoe overbodig die vraag is? Let op, ik voorspel:
    ,,José doet haar rugzak af.” Zo gebeurde het.
    ,,Ze pakt een uitdraai.” Tada!
    ,,En toont ons de route. Heidi, je weet toch? She's the leader of this troep.” Al schrok ik het water uit mijn drinkfles bij het zien van wat José werkelijk uit haar rugzak haalt. Terwijl ik het water van mijn kin veegde vervolgde ik: ,,Heb jij nou de hele boekhouding van de praktijk mee?”
    ,,Nee,” klonk José nuchter. ,,Ik vond drie routes.” Peuterde die uit een insteekhoes, hield die onder onze brillen en vroeg: ,,Welke willen jullie?”
    ,,Laten we doen wat jij wilt,” antwoordde ik, terwijl wij met ons tweeënhalve bekeken wat te doen. Tweeëneenhalf, omdat ik me deels liet afleiden door een mooi plaatje. Na een ‘klik’, draaide ik bij.
    We besloten twee routes erbij te houden en te combineren tot de benen onder ons lijf uitvielen.
    Het werd een heerlijke dag, met meer kilometers in de benen dan misschien goed was voor een van ons. Maar enorm genoten!

Stoornis

Met Heidi terugkijkend op die dag en vertellend over onze vakantie, verzuchtte ik met een blik op mijn fotogalerij:
    ,,Ik maak echt te veel foto’s. Zoveel dat het niet meer te doen is om ze allemaal te bewerken of delen. Het is… Dit is… Ja, hier is sprake van een afwijking. Nee, een disorder. Ja! Ik weet het. Het is het Compulsive Photography Disorder (dwangmatige fotografiestoornis). Hup weer een labeltje erbij.”
    Ik lachte er hard om en hield dat vast, tot…

Uitslag
…een paar dagen later de huisarts me persoonlijk belde met de uitslag van de afdeling radiologie. Daar schreef ik iets over in de inleiding. Weet je nog? Niet? Geen zorgen, ik hou je scherp, want naast die maffe disorder van hierboven, kreeg ik de uitslag van een DEXA-scan. Die onderzoekt de botdichtheid. En raad eens wat?
    Ik heb osteoporose, ook wel botontkalking.
    Potverschok!

Vluchtgedrag

Waar ik keihard lachte om dat eerste label, bracht deze werkelijkheid me even volledig uit mijn vrolijke doen. Ik wilde vluchten. En ik wist waarheen.
    Naar mijn telefoon. Ik besloot de foto’s van onze zussendag in Gouda te bewerken. Ik ben daar nog mee bezig, maar als dat klaar is smijt ik ze vervolgens via een walgelijk woelige weblink over de schutting naar mijn sissus.
    Onwillekeurig bedenk ik: kon dat ook maar met osteoporose. Die achterlaten tussen alle troep op dat web. Daar kan wel meer rotzooi bij. En dan hou ik de leuk voor mezelf, die Compulsive Photography Disorder bijvoorbeeld. Op naar meer leuks op het wonderlijke weergaloze web.
    Op nog meer foto’s…
    Zucht!



 

  



zondag 23 augustus 2026

,,You had one job”*

    ,,Ships, vergeten…” Kraamt mijn lief onverwacht uit.
    ,,Wat?”, vraag ik geschrokken.
    ,,De ring.”
    ,,Welke ring?”
    ,,De trouwring.”
    ,,Wat!?”, klinkt geknepen. Het verklikt mijn grote teleurstelling. ,,Terugrijden kan ook niet meer.” We naderen namelijk de Belgische grens. Oh, nee, we zijn er al, hoor het kaboem… kaboem… kaboem onder de auto. Ja, typisch België.

Duet
Ik doorbreek de stilte:
    ,,Ik vraag altijd op de rondweg van Houten nog even snel: Wat mag ik echt niet vergeten? Met het idee van: dan kunnen we nu nog terug.”
    ,,Dan antwoord ik altijd met: ‘Bankpassen en paspoorten’. De rest kunnen we kopen.”
    ,,Maar onze trouwring is niet te koop.”
    Stilte. 
    Alleen jouw hersens kraken. Ik hoor je vragen: hoezo moet die mee? Jullie zijn al getrouwd. Waarop tweestemmig klinkt, ik als sopraan en Marcel als bas: ,,Ja, ruim 33 jaar.” Klinkt goed hè?

Romantiek

Loop even mee naar een maand of twee terug. Wij wandelden bij Boekesteyn in ’s-Graveland waar Marcel ineens een enorm romantische plek opmerkte.
    ,,Als ik je alsnog ten huwelijk wilde vragen, dan hier.”
    ,,Wat lief. Maar je mag altijd op je knieën schatje,” antwoordde ik uitdagend.
    ,,Zou je ‘ja’ zeggen?”
    ,,Dat blijft de vraag tot dat aanzoek,” lachte ik. Waarop Marcel het idee bedacht om elkaar compleet onverwacht te verrassen met een her-aanzoek.
    ,,Dat moet natuurlijk met een ring.”
    ,,Ja, de jouwe, want de mijne pas jij sowieso niet en ik ook niet meer met mijn gespierde vingers door al dat getyp en -schrijf. Waag het niet iets te zeggen over mijn lijn. Ik ga slaan!”
    ,,Maar waar ligt de ring?”, vroeg Marcel en durfde me niet aan te kijken. Hij draagt zijn ring namelijk ook niet meer door zijn werk. Stom hoor, onze blote vingers. Niets bewijst iets van onze huwelijksdag.
    ,,Tja,” gniffel ik. ,,Waar die ligt is voor jou de vraag, voor mij de weet. Dus de ring ligt bij mij. Leuk!” Diezelfde avond stopte ik ‘m stiekem in mijn portemonnee. Niets meer over gezegd.

Huwelijksaanzoek
Totaal onverwacht, zelfs voor mij, ontstond het idee om meneer ten huwelijk te vragen op de Jeu de Boules baan aan Het Kant in Houten. We speelden een spelletje Jeu de Boules met het oog op onze wedstrijdjes aan het meer van Annecy, in Sevrier of in Paris. Ik verloor glorieus.
    Plotseling brandde die ring in mijn portemonnee. Terwijl Marcel zich met een meetlint boog over zijn en mijn laatste boulesbal om te meten welke nou het dichtstbij lag, diepte ik de ring op en schoof die om mijn vinger. Ik gooide nog een paar keer een bal richting het buutje, waarbij ik blij was dat die blinkende ring niet opviel.

Buutje

Daar diende het moment zich aan. Manlief liep naar de andere kant van de baan, want even daarvoor gooide hij zijn bal knetterhard en -ver door het spel om mijn bal bij het buutje vandaag te schieten. Ik lag. Hij mistte.
    Terwijl hij wegliep, bukte ik om mijn ballen en het buutje van de grond te rapen. Achter zijn rug schoof ik de ring van mijn vinger en legde die behoedzaam op het buutje. Toen hij bijna bij me was, hield ik het buutje op en wilde op mijn knieën…
    ,,Nee!”, zei hij.
    ,,Wat nee! Ik heb niets gevraagd.”
    ,,Je hoeft niet op je knieën.”
    ,,Oh gelukkig. Ik zou niet weten hoe ik weer omhoog kom zonder gepiep, gekraak en geknars. Je redt mij en mijn gewrichten en verpest tegelijkertijd dit prachtige moment waarop ik tegenover je sta als een meisje en je romantisch vraag of je…”
    ,,Ja!”, zei Marcel en gaf me midden op de boulesbaan een zoen, pakte de ring van het buutje en schoof die om zijn vinger. ,,Nu is het mijn beurt.” En gooide het buutje.

Dromen

Daarna wachtte en wachtte en wachtte ik op een weder aanzoek. Maar geen ring.
  • Om een takje in het bos;
  • Om mijn vork als ik ga eten;
  • Om mijn brillenpootje;
  • Onder in een wijnglas. Wat logisch is, we drinken non-alcoholico.
Tot ik hoorde:
    ,,Ships, vergeten.” Daar ging mijn vakantiedroom van een aanzoek:
  • Op Pont des Amours aan Lac d’Annecy;
  • Op de bodem van een bergriviertje, waarbij mijn lief me wijst op iets dat zo blinkt op de bodem;
  • Of gewoon midden op een pizza.
Het gaat niet om de meest romantische plek. Het gaat om de verrassing. Om de spanning van: waar en wanneer komt die ring tevoorschijn en natuurlijk zeg ik ‘ja’?

Verantwoordelijkheidsdingetje
Maar nee. Terwijl Marcel werkte, pakte ik alles in voor een geslaagde vakantie. Hij hoeft nooit na te denken over inpakken of inkopen voor de vakantie. Dat vind ik te leuk. En dan dit:
    ,,Ships, vergeten.”
    Ik kijk uit het autoraam onder luid ge-kaboem, kaboem… kaboem en zeg met een lage, zachte, vlakke langzame toon:
    ,,You had one job.”



* Engels voor: je had maar een verantwoordelijkheidsdingetje.

Maar wie weet.
Binnenkort meer?

vrijdag 19 juni 2026

Rolstoelleven

Tada! Hoera! Ik ben weer up and running. Al ren ik voorlopig nog geen meter. Wel wandel ik weer, fiets nog verder en rijd weer auto. Daarmee verklaar ik mijn gebroken enkel voor hersteld. Nu start het trainen op souplesse en terugwinnen van kracht. Hm, dat kan ik wel op meer plekken gebruiken, maar ja, iets met 54.

Rolstoel

Hiermee keek ik de gehuurde rolstoel aan alsof Marcel me een kom pompoensoep voorzette. Ik lustte die stoel niet meer. En bracht het lopend terug.
    ,,Heb je er veel aan gehad?”, vroeg de vrouw van Medipoint.
    ,,Ja, we bezochten Den Haag, Maastricht en Utrecht.” Zij keek me verrast aan. Terwijl ik terugkeek op momenten van frustratie en plezier.

Treinreizigers
Het startte met het afzeggen van Camping Oosterberg. Het geklauter uit de vouwwagen en gestrompel met krukken en douchetas in het sanitair gebouw? Toedelecamping.
Wel maakten we een dagje Maastricht onveilig met Celine en haar vriend die daar wel kampeerden. Marcel en ik reisden met de trein heen en weer. Heerlijk relaxt.
    Tot het gat tussen het perron en de trein groter bleek te zijn dan gedacht. Mister spierbundel tilde me echter met rolstoel en al de sprinter in. Gelukkig ontdekten we een volgende rit dat er een speciale ingang is, waar dat gat minder groot is. Bij een intercity, moest ik sowieso met krukken de trein in strompelen en tilde Marcel de rolstoel achter me naar binnen. Rijden maar!

Uitstappen
Tot het uitstappen volgde.
    Reizigers drommen altijd samen om als eerste de trein in te stappen en een plekje te bemachtigen. Dat maakte uitstappen soms tot een onneembare horde. In al de focus op hun beeldschermpjes zagen reizigers niet dat wij er niet langs konden. Alleen met een lompe bots, dus toch uitstappen, schrokken ze op. We moesten er tenslotte toch uit. Dan maar door te bumpen. Pardon!
    Sowieso viel me op hoe mensen in hun beeldschermleven verdwijnen. Pas bij een bijna-boem schrokken ze op. Dan sprongen ze op het laatste moment nog opzij. Hoe vaak ik mijn been niet wat introk om geboem tegen mijn voet te ontwijken.

Liftleed
De liften van Hoog Catharijne the Mall dan. Het zijn er twee, waarvan een buiten werking. Er passen ook maar twee rolstoelers en begeleiders in. De buiken inhouden hoefde nog net niet. Verrassender waren de jonge mensen zonder enige beperking. Blijkbaar waren zelfs de roltrappen voor hen te zwaar. Door hen wachtten wij soms drie beurten voordat wij een verdieping hoger of lager zoefden.

Den Haag

Bij de kommer tel ik ook fun op. Onderweg naar Den Haag, waar we de 50ste verjaardag van een vriendin meevierden, bood een jonge man direct zijn plek aan. Hij zat op de invalidenplek. Maar mocht wat ons betreft blijven zitten, want ik kon in de rolstoel ergens anders staan en Marcel vond een eigen plekje in de overvolle trein. Toch was die jongen de enige die ook bij ons vertrek zijn hulp aanbood. Onvergetelijk.
    Of dat we vastliepen in de tramrails in Den Haag. Marcel duwde me zorgeloos over een paar rails tot ineens een voorwiel er in vastklikte. Ik keek direct links en rechts. Gelukkig kwam er geen tram aan. Ineens voel ik hoe Marcel de rolstoel naar achter kantelde en duwde me zo verder.
    ,,Kijk, ik kan op alleen achterwielen,” riep ik hard lachend.

Post
Na al dat duwen van Marcel, dacht ik mezelf een keer op pad te kunnen duwen in die rolstoel. Binnenshuis ging het tenslotte ook al zo smooth. Het ritje van 500 meter naar de brievenbus moest dan toch lukken? Al besefte ik toen nog niet dat alle stoepen schuin aflopen naar de weg toe. Vooruitkomen lukte me wel, maar dat tegenduwen om niet de stoep af te glijden. Het bleek mijn meest zware arm work-out ooit.

Ervaringsrijkdom
Dit tijdelijke rolstoelleven maakt dat ik nooit meer hetzelfde naar rolstoelgebruikers kijk. Ik besluit hen vanaf nu bewust meer ruimte te geven. Niet omdat ze zielig zijn, maar zodat ze weten: ik zie je.
    Daarbij zie ik ook de helden in de duwers. Zoals mijn Marcel. Hij bracht me overal.
    En aan het eind van de dag? Dan checkte hij altijd even onze smartwatches. Dan klonk steevast:
    ,,Yes, ik zette weer de meeste stappen.”
    Tenminste iemand die blij is met mijn rolstoelleven.
    En nu weg ermee.

zaterdag 23 mei 2026

Geluk bij een ongeluk

Potverpootje! Zo liep ik heerlijk vrolijk weg bij een fijn interview, keek omhoog naar de bomen met hun frisgroene bladeren en hoorde merels fluiten. Zo lag ik daar. Gevallen. Kaboem! Met een enorm pijnlijke enkel en een hevig bloedende knie.
    Ik bleef er bij zitten. Neergeknald. En zocht mijn lief op via onze hotline. Even mijn frustratie luchten. Daarna checkte ik of ik op mijn voet kon staan. Het deed erg pijn, maar een kleine stap lukte en een volgde ook. Mits ik mijn voet goed recht zette en geen enkele oneffenheid mijn voet deed wiebelen. Ik zette nog wat voorzichtige stappen en hoorde mama in gedachten zeggen: ,,Met een verzwikte enkel moet je zo snel mogelijk lopen. Dan loop je de pijn er uit.” Ik volgde haar advies. Wel jammer dat mama geen pleister op mijn andere knie kon plakken. Die bloedde echt hevig.

Gebroken
Dertig minuten later, tien minuten langer dan ik over de heenweg deed, stak ik de sleutel in het sleutelgat. Ik was thuis, maakte mijn knie schoon, legde mijn andere been op een kruk en probeerde het mooie interview te vangen in woorden op mijn beeldscherm.
    De pijn en ellende in mijn lijf leidde me echter zo erg af, dat ik al snel mijn laptop dichtklapte. Ik voelde me totaal verslagen. Omdat de pijn verhevigde en mijn enkel snel dikker werd, belde ik de huisarts. Ze verwees me direct door, maar op de eerste hulp zagen ze geen breuk. De huisarts verwees me een dag later opnieuw door. Nu met een spoedverwijzing. Vier dagen na mijn val, zag de orthopeed na twee keer kijken toch een breuk aan de onderkant van mijn kuitbeen. Zijn advies: drie weken rust.
    Even later zei de gipsmeester:
    ,,Belasten naar gevoel,” en stuurde me met een brace naar huis. Ik wist een ding zeker: Marcel houdt me vanaf nu het advies van de gipsmeester voor.

Krukken
Ook hield hij me krukken voor. Regelde een rolstoel en zaagde de arm- en rugleuningen van een oude bureaustoel. Daarmee kon ik ‘s nachts vanuit ons bed naar de drempel van de slaapkamer deur rollen, waar ik de krukken pakte en naar het toilet strompelde. Hoewel hij voor ieder probleem een oplossing uitdokterde, wist hij één probleem niet zondermeer weg te wuiven; mijn verloren vertrouwen in mijn lijf en leven.
    Zwakke schouders, artrose aan mijn borstbeen en een evenwichtsprobleem maakten het lopen met krukken tot de zwaarst mogelijk work-out. Hoe ik ook oefende, het lukte me niet. Ik voelde me intens onveilig met mezelf.

Doorzetten

En ik was moe. Zo moe. Niet alleen mijn eigen gezondheidsproblemen maar ook zorgen om andere zaken drukten me met deze ene val volledig neer. Verschillende keren zei ik: life is a struggle. Voor altijd stoppen met werken en diep wegkruipen lonkte.
    En Marcel? Hij liet me huilen. Hij knuffelde me. Hij ving me op. Langzaam kwam er weer beweging in meer dan alleen mijn voet. Hij zette alles op alles om mij op de rit te zetten. Hoe hij het voor elkaar bokste, weet ik niet. Wel weet ik dat hij me aanzette om met krukken in mijn handen mijn voet toch lichtjes te belasten. Het mocht en zou me meer vertrouwen geven in lopen met krukken. En inderdaad ik voelde me ineens iets veiliger en vertrouwder. Hij zette me in een rolstoel om naar buiten te kunnen en samen boodschappen te doen en om Utrecht, Den Haag en zelfs Maastricht te bezoeken. Met de trein nog wel.

Aanmoediging
Waar ik dacht: rot maar op met het werk. Ik kap ermee. Herinnerde hij me aan het aanpassen van mijn website. Ik heb namelijk een nieuwe droom. Die om als schrijfgids intuïtieve schrijfworkshops te gaan geven. Ik ben bijna klaar met een training tot schrijfcoach, wat vraagt om aanpassingen op mijn site. Daarom vroeg Marcel me een eerste opzet te bekijken en zette me daarmee aan het schrijven. Inmiddels is die webpagina klaar. Hij motiveerde me om mijn verlegenheid opzij te zetten en een artikel over PENspiratie naar Houtens Nieuws te sturen. En we ontwierpen een folder die nu in druk is. Hij duwde me over grenzen. Moedigde me liefdevol aan. Haalde me het huis uit en richtte me op mijn werk als schrijfgids.

Struggle
Hij zette me opnieuw aan. Soms tot mijn frustratie, maar nu vooral met dankbaarheid. Want sneller dan ik had durven hopen, voel ik weer vertrouwen in mijn lijf en in mij. Ik stond stil. Neergeknald. Maar stond weer op. Ik kreeg tijd om te heroverwegen waar ik mee bezig was, wat ik wil en wat ik nodig heb. Al vind ik het leven nog steeds een struggle. Daar achteraan klinkt:
    ,,But I struggle back harder.”

Geluk
Daarom kon ik eergisteren ook zeggen:
    ,,Is dit niet allemaal stiekem een geluk bij een ongeluk?”

Anek-kadootje over PENspiratie

- waar on-regelmaat mijn regelmaat is -

Oh, ik heb zulk leuk nieuws. Zo’n tof Anek-kadootje. Hou je vast, ra-pa-pam:
Ik ben schrijfgids.

Met die paar zinnen, smijt ik meteen twee woorden in de prullenbak: nieuwsbrief en schrijfcoach.

Anek-kadoojes
Dit is dus geen nieuwsbrief, dat klinkt te afgezaagd. Al toont het veel raakvlakken. Ik serveer liever ‘Anek-kadootjes’, waarin ik workshopdata, workshopthema’s, nieuwe plannen, geluksflitsjes, praatjes en andere interessanterigheden deel.
Dit past me. Typisch.

Dwangbuis
Zoals ook de zin onder de titel: ‘waar on-regelmaat mijn regelmaat is’.
    Dat zegt dat ik zonder vaste regelmaat berichten op het Wereldse Wobbelige Web slinger. Als persoontje van ver voor 2000, het internet en verslavende smartphones, prop je mij niet in een dwangbuis van zo-hoort-het of zo-word-je-gezien. Ik geloof in de kracht van schrijvers die zichzelf graag verliezen in hun pen op papier. Omdat hun hart spreekt. Zij vinden die ‘nieuws/blog’-knop op mijn PENspiratie webpagina, klikken daar op en melden zich aan.
    Zo, zij missen niets meer.

Fladderen
Schrijfgids dus.
    Met al zoveel coaches, klinkt gids net even anders. Ik sta daarin voor schrijven in alle veiligheid over wat gevoeld, gedacht en ontdekt wil worden. Voor woorden die onverwacht ontstaan. Schrijfgids klinkt lekker kort en krachtig met zijn twee lettergrepen. Al maakte Schrijffladderaar me ook blij. Ik hou van dat woord fladderen.
    Wacht, fladderen, dat komt mooi terug als thema voor een workshop. Zo werkt inspiratie.

-----

Wie ik ben?
Geboren in Christchurch op 1 april1972, ontdekte ik al heel vroeg dat er magie zat in een pen. Ik zag er mijn ouders mee in de weer. Ikzelf vond mijn schrijfweg in het overschrijven van mooie teksten, inspirerende quotes, lieve gedichten en emotionele liedjes. Heel soms schreef ik zelf gedichtjes.

Groei
Tot ik Hyves ontdekte en mensen wist te raken met mijn vrolijke schrijfsels. Reacties als ,,het is of ik erbij ben” raakten me diep en vormden de basis voor een jarenlange wekelijkse blog. Tegelijkertijd kreeg ik meer zelfvertrouwen in schrijven door een schrijf- en een blogcursus naast intuïtieve schrijfworkshops. Het leidde allemaal tot mijn werk als freelance journalist bij Houtens Nieuws. Schrijven werd mijn werk. Plezierig werk.
    Tot mijn hart eind 2025 zei: Irene ga intuïtief schrijven. Het deed me weer fladderen over het papier. Een wens groeide - deze vorm van schrijven wil ik delen. Ik schreef me in voor een training Schrijfcoach en tada!
    Hier sta ik. Schrijfgids.

Doe je mee?
Fladder, ik bedoel zin in schrijven?
Ga naar de agenda op www.typisch-irene.nl/penspiratie en meld je aan voor een gratis introductieworkshop.



ps. dit bericht staat als 'nieuws/blog' op www.typisch-irene.nl/penspiratie, maar leek me vooral ook tof om hier te delen.