zaterdag 7 januari 2017

XL


Wat klinkt hier steevast op Marcels laatste vakantiedag?
    ‘Wat zullen we vandaag gaan doen?’ Eigenlijk klinkt dat ook elke zondag, maar oké.
    ‘Kom maar met een goed idee.’ Zo zeker als zijn vraag zich herhaalt, zo is mijn vertrouwen in zijn bedenksels om mij met een leuk idee uit de pyjama en in mijn schoenen te krijgen. Hij weet echt wel iets te verzinnen waarvan mijn hart sneller gaat rikketikken.
    ‘Wat denk je van Amersfoort? Lekker onbekend en toch dichtbij huis.’
    ‘Wil jij shoppen?’ Ik verslikte me bijna in mijn thee.
    ‘Nee, een stadswandeling.’
    ‘Yes, I’m in!’, en vloog de trap op. Voor mijn gevoel was ik snel weer beneden en trok Marcel zijn jas aan. Mijn haar moest alleen nog een lakje, de sokken nog aan en ik dook de kleinste kamer in.
    ‘Ik dacht dat je al klaar was.’
    ‘Ik doe echt mij best, maar hoe hard ik ook simsalakapsel roep, ik moet toch echt mijn coupe zelf in shape brengen. Niet iedereen heeft zo’n perfect kapsel als jij,’ riep ik vanuit het toilet.
    ‘Ben je hierna wel klaar?’
    ‘Ja,’ en stond plotseling buiten, ‘kom nou!’

Eenmaal in Amersfoort verraadden onze rommelende buiken dat lunchtijd aangebroken was. We speurden door de straten naar een leuke lunchlocatie, maar beseften al wandelend ook dat we niet goed gekleed waren.
    ‘Ik weet wel wat ik bij mijn lunch drink!’, zei ik en wreef mijn handen warm.
    ‘Ik ook: warme chocomel.’
    ‘Precies dat. Een goed begin van onze stadswandeling!’ Ik zag me al genieten - met beide handen rondom een flinke beker warme choc. Die wandeling kon wel even wachten.

Na het opwarmen bij de lunch was het reisgids GOOGLE MAPS, die de weg wees naar de VVV. Op mijn navigatiekunsten hadden we het nooit gevonden; geen routebordje gezien. Oh jawel, daar ineens zag ik staan: TOURIST INFORMATION met de pijl naar links. Alsof ik die aanwijzing nu nog nodig had. MAPS had dezelfde richting al verklikt.

Niet veel later liepen we de VVV uit met een stadswandeling in de hand.
    ‘Op naar punt 1,’ zei ik amper buiten.
    ‘Links!,’ klonk de eerste instructie, ‘daar staat de Onze Lieve Vrouwetoren en begint de route.’ Natuurlijk keken we even binnen en waren de eerste foto’s een feit.

Onze tocht van anderhalf uur voerde langs prachtige plekken in Amersfoort. Ik had niet anders gedacht, maar was werkelijk verrast door de vele grachten, torentjes, bruggetjes, de muurhuizen, de Koppel- en andere poorten, Plantsoen Noord en Oost (Zuid en West nooit gevonden) en zoveel meer.

Maar we werden ook verrast door lage temperaturen. Daar hadden we ons koud in vergist. Met vergeten handschoenen zou je denken dat we in deze nog een gezamenlijke hobby koesteren: in de kou lopen met verkleumde handen.
    Daarbij werden Marcels voorleessels steeds slechter verstaanbaar, want zijn lippen vroren vast. Laat ik het maar gewoon kou XL noemen. Mijn vinger die nogal eens richting cameraknop ging werd steeds stijver. Mijn gevoel leek verdoofd.

Zo ergens op de helft van de route klinkt Marcel:
    ‘Ziedaar, aan onze linkerhand de Kamperbinnenpoort.’
    ‘Interessant,’ en ik zette een stap in die richting, echter werd hard bij mijn das gegrepen.
    ‘Maar wij gaan rechts.’
    ‘Oh, moeten we niet naar die poort?’
    ‘Straks, eerst naar de WIBRA!’
    ‘Is dat een bezienswaardigheid? Volgens mij ben jij de weg kwijt!’
    ‘Nee, we gaan handschoenen kopen.’

Het zoeken naar het juiste paar, viel met verkleumde handen niet mee. Het aan- en uittrekken van de handschoenen was een hele toer. Door verkleuming had ik last van ongevoelige grip en bevroren kracht. Daarbij ging het om slechts één paar. Iets van Hollandse spaarzaamheid (dat zit niet alleen op maar ook in Marcels kop, bedenk ik maar zo).
    Toch lukte het en tevreden stapten we de WIBRA uit met nieuwe handschoenen inclusief warme fleece binnenvoering. Marcel liep met een gehandschoende rechterhand en het routeboekje daarin (zijn andere hand stak hij snel ik zijn jaszak). Ik liep met de linker handschoen aan om de camera vast te houden en alleen voor een druk op de cameraknop haalde ik mijn rechterhand uit mijn jaszak.
    ‘We kunnen weer!’

Om een half uur later te eindigen bij de VVV.
    ‘Eindpunt!’
    ‘Nu wil mij buik een opwarmertje in de vorm van een Cappuccino. Oh kijk, ze hebben een maatje XL.’
    ‘Oh heerlijk! Hoe groter hoe beter.’ We bestelden.
    ‘Wist jij dat een XL zó groot was?’ Mijn ogen verlekkerden zich bij zoveel warme drank.
    ‘Eens zien of ie XL lekker is. Proost!’
    ‘Met al je Xtra suiker, zal hij zeker XL zoet zijn.’ Hup daar schud meneer een volgend suikerstaafje erin. Voor mij is één staafje het maximum en zo geldt voor meneer-calorieën-passen-mij-niet: hij de smaak – ik de calorieën. Of die caloriekliertjes mijn dag verpesten? Echt niet, die was pas echt XL!






zaterdag 31 december 2016

Oudejaarsblog



Uitdaging aangenomen!
    En ondertussen vermengd met spijt. Ik kan geen blog meer zien, terwijl ik er juist één moet schrijven. Een Oudejaarsblog – Marcel daagde me hiertoe uit. Terugkijken dus. Omkijken naar 54 blogs.
    Niet dat ik ze allemaal las. De laatste vier zitten nog wel aardig in mijn toetsenbord. De rest allemaal vanmiddag gelezen. Het is leuk om ze te lezen, maar ik geef het niet als tip voor oudejaarsavondactiviteit aan jou. Het is best wel too much!
    Alle 54 blogs zijn van mijn hand: doorleefd, verhaald, beschreven, veel geschrapt en geschaafd. Ik heb zoveel geramd op het toetsenbord, dan moet er slijtage geconstateerd worden aan mijn laptopje, maar nee. Mijn lijf vertoont meer slijtage. Was ik er maar één van Toshiba.

Eén grote frustratie is dat ik in zes blogs fouten heb ontdekt. Dat wil ik niet! Dat moet in 2017 beter. Daarom een oproep: stel dat jij als lezer een fout ziet, meld dat bij me. Ik zie na zes keer checken op fouten, de verkeerde letters niet meer en meneer de editor is er niet altijd bij. Vertel het me dus gerust als je een foutje ziet. En dan niet zeuren over drie uitroeptekens. Dat mag niet, ik weet het. Maar dan kom ik met de vrijheid van de schrijver, ik dus. Duidelijk? Duidelijk!!!

Mijn frustratie schuift op voor schaamte. Ik heb voornemens niet waar gemaakt in 2016. Sporten is blijkbaar een gevalletje onmogelijk, hoe groot mijn intentie ook was. Ik was nog zo van plan het crosstrainen goed op te pakken, maar zelfs het wandelen is er steeds vaker als vuurwerk bij ingeschoten. Stom, suf, stupid! Of ik nog een voornemen aandurf voor 2017?

De schaamte schud ik af, want ik voel trots. Waar ik dacht een keer of zes geen blog te hebben gedeeld op mijn vaste avond/nacht, tel ik op twee vingers dat ik één keer rust nam op een bankje en de andere keer een dag later van me liet lezen. Mijn momenten van geen zin of weinig vertrouwen (het was er in 2016) in een verhaal, woog niet zwaarder dan de zin om er toch voor te gaan. Ik tel zelfs twee extraatjes.

Grote items die herhaald terugkwamen in 2016 waren:
    Celine die wel of niet het huis uit gaat na haar examens en daarvoor een Spoedcursus Housekeeping and Cooking blieft. De studie Nederlands wordt ‘m niet, wel de PABO. Waar nog onzekerheid heerst is het idee of ze wel of niet onder moeders vleugels vandaan wil of niet? Van mij hoeft ze niet, maar ik weet, dit is loslaten! Bah, dat is moeilijk! En troost me met het idee: mum is een appje away. Dit komt vast terug op het blogmenu van 2017.

Over menu gesproken. Ik heb nogal eens over of rond het eten geschreven, zelfs recepten gedeeld. Heeft iemand mijn lasagne of dat gerecht met spruiten geprobeerd? Smakelijk toch?
    Eten en tafelmomenten zijn blijkbaar een inspirerend goedje.
    Starbucks, spruiten, pompoen (yakkes), bonbons en friet kwamen voorbij. Helaas heb ik met mijn blog #ikverdienfriet geen jaar lang gratis friet gewonnen. Maar de Kwalitaria is heus nog niet van ons af. Ik denk zelfs dat we morgen eens langsgaan om te zien of ze open zijn of toch al aan het verbouwen zijn. Wij verbouwen, zij verbouwen, stelletje na-apers!

Het ontstaan van twee kampen in huize Van Valen, valt me meer dan eens op in de blogs van afgelopen jaar. Oestrogeen en testosteron staan steeds vaker tegenover elkaar. Het zijn vooral de mannen die akelig vaak elkaars steun zoeken, het met elkaar eens zijn en op één lijn liggen tegenover ons ladies. Met een dubbel portie oestrogeen in de vorm van Celine durf ik ze wel aan, maar zij is steeds vaker naar haar vriendje of andere vriendinnen. Zo blijf ik achter met een bulk mannenhormonen. Moet ik leren stand te houden in mijn enige alleen.

Hoewel er blijkbaar ook in mij een klein beetje testosteron zit. Dat uit zich in autozaken - menstuff, toch? Het is waar mijn rode monster terug komt in blogs. Dan weer gebeurt er iets met de auto, dan weer in de auto. Zo wordt ie weggezet als achtbaankarretje en zit mijn wederhelft op de passagiersstoel te huppen om op weg te gaan, dan rij ik er weer mee weg om wat boodschappenkilometers te maken. Als ik de fiets niet neem dan wel.

Wat blijft? Een nieuw jaar om te bloggen! Ik ga voor minimaal 52 blogs, waarin ik kilometers op de teller van mijn toetsenbord, schoenen, fiets of auto zet, lekkere maaltijden op tafel tover, verder ga in loslaten van kinderliefjes en misschien toch vooral een opschrijfboekje bij de hand hou, want in 2016 is teveel inspiratie verloren gegaan door gemis aan een notitieboekje. Zo ook vandaag. Marcel zei zoiets goeds, maar ik (en hij ook) weet niet meer wat.
    Daarom ga ik voor een inspiratievol 2017, ook voor jou! Enne voorzichtig met vuurwerk!

See you next year!!!



zondag 25 december 2016

Ontoerekeningsvatbaarheden



Met Heidi in the country valt één vaste date in de week af. Niks haastig eten of een verkookt maaltje op tafel, omdat mijn aandacht met het water door de vergiet weggestroomd is. Hallo culinaire hoogstandjes.

Het komt alles door onze woensdagse telefoongesprekken tijdens het koken of erna.
    Nu die belletjes even niet nodig zijn, heb ik mijn hoofd er weer bij en kan ik me met één ding tegelijk bezighouden. Hiermee geef ik kruidig toe dat ik geen twee dingen tegelijk kan - ik wil het niet eens kunnen. Ik doe liever alles met aandacht.

Dat we elkaar bellen op Heidi’s woensdagochtend (denk aan zes uur tijdverschil) heeft te maken met haar uitlaatklus. Zij houdt in tegenstelling tot mij wel van honden en laat met plezier Luna en Olan uit en belt tegelijkertijd met mij.
    Even voorstellen: Luna is zwart, dom en needy, zoals Heidi uitlegt. Ze is een grote dame van het ras vuilnisbak. Olan denkt dat hij groot is en daarom een hondengod, maar is er een van de chihuahua’s. Nou moet je weten dat Luna denkt dat ze Olan is en Olan denkt dat hij Luna is. Waar gaat het mis?
    Stel je voor hoe ik denk dat ik er uit zie als ik alleen Marcel als soortgenoot tegenover me heb en we leven in een wereld van honden. Dan denk ik logischerwijs dat ik lang, superslank (halleluja) en bijna kaal (oh help) ben. Marcel denkt natuurlijk dat hij klein, een beetje te zwaar en een prachtige bos krullen heeft. De vraag is: hoe weet je hoe je eruit ziet in een spiegelloze wereld? Dan is je soortgenoot toch je spiegelbeeld?

Zie daar Olan (chihuahua, weet je nog?) die denkt Luna te zijn. Groots in eigen ogen en zet het op een rennen bij elke auto die voorbij komt. Hij schijnt er als een zotte achteraan te rennen. Zou hij dan denken een auto te zijn? Hij rent zo hard dat hij op het laatst de lucht in vliegt!
    Dat wil ik ook. Geen vleugels hebben en toch vliegen. Ik moet worden als Olan.
    Het heeft alles te maken met de hondenlijn. Ik krijg de neiging om het uit te testen: lijn om de nek en dan heel hard rennen, rennen, harder, harder. Om als de lijn op is met een ruk de lucht in te vliegen. I believe I can fly. De hond overleeft het blijkbaar elke week. Zal ik dat ook eens proberen?

Over proberen gesproken.
    Heidi maakt enorm mooie foto’s. Ze maakt er weet ik hoeveel en probeert de één mooier te maken dan de ander. Tot ze vorige week tijdens een wandeling even haar iPhone-galerij bekeek en ineens een rij onverklaarbare zwarte foto’s zag. Verder omlaag scrollend bleven ze komen. Alleen maar zwarte plaatjes. Tijd om ze te verwijderen.
    Het bleken 322 foto’s van haar binnenzak te zijn. Weet je hoe lang je bezig bent met het selecteren van zo’n berg foto’s? Lang, probeer maar uit! En de geleerde les? Laat je camera niet open staan als je de iPhone in je jaszak steekt.

Maar het kan nog zotter. Ineens ontdekte zuslief een stuk of tien gekke bekken in haar Phone. Die waren van Benjamin en mij.
    ‘Die heb ik niet gemaakt.’
    ‘Nee, duh, die heb ik gemaakt of eigenlijk Benjamin.’
    ‘Maar wanneer dan en hoe?’
    ‘Dat is niet zo moeilijk hoor. Jij liet vanochtend tijdens het ontbijt je telefoon onbeheerd en ontgrendeld achter. Dan gebeurt dit!’ Als ie vergrendeld was, kon ik met hetzelfde gemak inbreken op dat ding; ik ken haar code. Maar ja, wie laat de telefoon dan ook onbemand achter (bij familie nog wel)?

Ik vraag me ineens af of het wijs is om Heidi onbemand achter te laten. Ze kan maar zo ontoerekeningsvatbaar worden verklaard. Dat dan toch vooral liever samen met mij! Wat alleen maar in ons voordeel kan werken.
    Maar eerst morgen met de hele familie vol ontoerekeningsvatbaren (het rent natuurlijk in de familie) eerste kerstdag vieren. Fijne kerstdagen lieve mensen en voor de rest…



zaterdag 17 december 2016

Invisible Hipster



Laten we het eens hebben over de invisible hipster. Heb jij 'm al gezien? Als je antwoord nee is, zou je bijna denken dat het logisch is, hij is tenslotte onzichtbaar. Toch? Let op: ik bedenk het niet! Het vreemde is namelijk dat ik ‘m wel zie. Onder het woord INVISIBLE HIPSTER op een kartonnetje over een klerenhangertje hangt een duidelijk zichtbare hipster. Wat daar onzichtbaar aan is?

Ik besluit het slipje te kopen, maar niet voordat ik het slipje van het hangertje haal. Die leg ik terug in het schap en loop met kartonnetje met klerenhangertje naar de kassa.
   Staat er daar toch een lange rij! Natuurlijk, dat heb ik weer! Koekeloerend naar de andere rij, ontdek ik daar dezelfde hopeloosheid van mensen die van de ene op de andere been hippen en gapend rondkijken.

Vijftien lange onzichtbare minuten gaan voorbij voordat ik aan de beurt ben. Niet dat ik die minuten letterlijk voorbij zie gaan. Ik bedoel maar, heb jij ooit de tijd voorbij zien gaan? Neemt ie dan de fiets, de trein of wordt ie weg getrapt?
   Onzichtbare tijd en toch zijn we er zo afhankelijk van. Het leidt en domineert ons in al zijn onzichtbaarheid. Eens zien hoe sterk ik kan zijn in onzichtbaarheid.

Ineens ben ik aan de beurt en kijkt de caissière in het mandje. Ze haalt het kledinghangertje eruit.
   ‘Wat is dit?’
   ‘Een onzichtbare hipster, dat zie je toch? Je mag ‘m scannen.’
   ‘Maar er hangt niets aan.’
    ‘Hij is dan ook onzichtbaar toch? Kijk maar op het kartonnetje, daar staat het: INVISIBLE HIPSTER. Scannen maar. Denk maar niet dat ik ‘m ongescand mee neem. Ik voel al aan mijn laarzen aan dat bij het naderen van de buitendeur een alarm af gaat en jij me in de kraag grijpt! Dus weglopen zonder betalen is not done.’

Achter me zucht iemand, een ander hoest. Ik kijk op en zie dat de rij ondertussen zo lang is geworden dat ik de neiging krijg een spelletje te gaan doen. Je kent het wel: ik fluister iets in het oor van de persoon achter mij en die moet het weer doorfluisteren naar de volgende en zo verder. Wat zal er worden van het zinnetje: ik koop deze onzichtbare hipster?

Gelukkig zegt de caissière ineens:
   ‘Zo’n poortje dat afgaat gun ik u ook niet. Omdat u zo aandringt scan ik dat kaartje dan maar.’ Na een BLIEP verschijnt het bedrag van €8,65 op de kassa.
   ‘Tjonge, dat is toch best een bedragje voor iets onzichtbaars.’
   ‘Stond het bedrag er dan niet bij.’
   ‘Nee die was invisible.’
   ‘En nu?’

Even blijf ik stil – overwegend of ik wel geld uit geef aan iets onzichtbaars. Is het eigenlijk wel spannend voor Marcel? Wat hem aangaat, kan ik beter iets visible aantrekken. Dan kan hij er iets invisible bij bedenken.
   Weet ik ook gelijk waar hij graag iets bij denkt: een cupje meer. Doe ik eigenlijk ook liever, want met en cupje bijna onzichtbaar heb je toch eigenlijk alles behalve een BH nodig.
   ‘Verkopen jullie eigenlijk invisible BH’s?’
   ‘Oh ja hoor, die hingen naast deze hipsters.’
   ‘Dan koop ik die liever en uiteraard met push up effect.’

Even later loop ik met die onzichtbare bustehouder naar de kassa.
   ‘Hebben we nu ook een invisible rij?’, vraag ik de caissière verrast. Waar is de rij ineens? Het maakt ook niet uit, de BH wordt gescand, het bedrag verschijnt en ik open mijn portemonnee. Ik overhandig de dame achter de kassa een biljet.
   ‘Hier, een biljet van vijftig euro, je mag het wisselgeld houden.’
   ‘Maar, mevrouw, u heeft niets in uw hand.’
   ‘Natuurlijk, waarom met zichtbaar geld een invisible BH kopen?’