vrijdag 19 juni 2026

Rolstoelleven

Tada! Hoera! Ik ben weer up and running. Al ren ik voorlopig nog geen meter. Wel wandel ik weer, fiets nog verder en rijd weer auto. Daarmee verklaar ik mijn gebroken enkel voor hersteld. Nu start het trainen op souplesse en terugwinnen van kracht. Hm, dat kan ik wel op meer plekken gebruiken, maar ja, iets met 54.

Rolstoel

Hiermee keek ik de gehuurde rolstoel aan alsof Marcel me een kom pompoensoep voorzette. Ik lustte die stoel niet meer. En bracht het lopend terug.
    ,,Heb je er veel aan gehad?”, vroeg de vrouw van Medipoint.
    ,,Ja, we bezochten Den Haag, Maastricht en Utrecht.” Zij keek me verrast aan. Terwijl ik terugkeek op momenten van frustratie en plezier.

Treinreizigers
Het startte met het afzeggen van Camping Oosterberg. Het geklauter uit de vouwwagen en gestrompel met krukken en douchetas in het sanitair gebouw? Toedelecamping.
Wel maakten we een dagje Maastricht onveilig met Celine en haar vriend die daar wel kampeerden. Marcel en ik reisden met de trein heen en weer. Heerlijk relaxt.
    Tot het gat tussen het perron en de trein groter bleek te zijn dan gedacht. Mister spierbundel tilde me echter met rolstoel en al de sprinter in. Gelukkig ontdekten we een volgende rit dat er een speciale ingang is, waar dat gat minder groot is. Bij een intercity, moest ik sowieso met krukken de trein in strompelen en tilde Marcel de rolstoel achter me naar binnen. Rijden maar!

Uitstappen
Tot het uitstappen volgde.
    Reizigers drommen altijd samen om als eerste de trein in te stappen en een plekje te bemachtigen. Dat maakte uitstappen soms tot een onneembare horde. In al de focus op hun beeldschermpjes zagen reizigers niet dat wij er niet langs konden. Alleen met een lompe bots, dus toch uitstappen, schrokken ze op. We moesten er tenslotte toch uit. Dan maar door te bumpen. Pardon!
    Sowieso viel me op hoe mensen in hun beeldschermleven verdwijnen. Pas bij een bijna-boem schrokken ze op. Dan sprongen ze op het laatste moment nog opzij. Hoe vaak ik mijn been niet wat introk om geboem tegen mijn voet te ontwijken.

Liftleed
De liften van Hoog Catharijne the Mall dan. Het zijn er twee, waarvan een buiten werking. Er passen ook maar twee rolstoelers en begeleiders in. De buiken inhouden hoefde nog net niet. Verrassender waren de jonge mensen zonder enige beperking. Blijkbaar waren zelfs de roltrappen voor hen te zwaar. Door hen wachtten wij soms drie beurten voordat wij een verdieping hoger of lager zoefden.

Den Haag

Bij de kommer tel ik ook fun op. Onderweg naar Den Haag, waar we de 50ste verjaardag van een vriendin meevierden, bood een jonge man direct zijn plek aan. Hij zat op de invalidenplek. Maar mocht wat ons betreft blijven zitten, want ik kon in de rolstoel ergens anders staan en Marcel vond een eigen plekje in de overvolle trein. Toch was die jongen de enige die ook bij ons vertrek zijn hulp aanbood. Onvergetelijk.
    Of dat we vastliepen in de tramrails in Den Haag. Marcel duwde me zorgeloos over een paar rails tot ineens een voorwiel er in vastklikte. Ik keek direct links en rechts. Gelukkig kwam er geen tram aan. Ineens voel ik hoe Marcel de rolstoel naar achter kantelde en duwde me zo verder.
    ,,Kijk, ik kan op alleen achterwielen,” riep ik hard lachend.

Post
Na al dat duwen van Marcel, dacht ik mezelf een keer op pad te kunnen duwen in die rolstoel. Binnenshuis ging het tenslotte ook al zo smooth. Het ritje van 500 meter naar de brievenbus moest dan toch lukken? Al besefte ik toen nog niet dat alle stoepen schuin aflopen naar de weg toe. Vooruitkomen lukte me wel, maar dat tegenduwen om niet de stoep af te glijden. Het bleek mijn meest zware arm work-out ooit.

Ervaringsrijkdom
Dit tijdelijke rolstoelleven maakt dat ik nooit meer hetzelfde naar rolstoelgebruikers kijk. Ik besluit hen vanaf nu bewust meer ruimte te geven. Niet omdat ze zielig zijn, maar zodat ze weten: ik zie je.
    Daarbij zie ik ook de helden in de duwers. Zoals mijn Marcel. Hij bracht me overal.
    En aan het eind van de dag? Dan checkte hij altijd even onze smartwatches. Dan klonk steevast:
    ,,Yes, ik zette weer de meeste stappen.”
    Tenminste iemand die blij is met mijn rolstoelleven.
    En nu weg ermee.

zaterdag 23 mei 2026

Geluk bij een ongeluk

Potverpootje! Zo liep ik heerlijk vrolijk weg bij een fijn interview, keek omhoog naar de bomen met hun frisgroene bladeren en hoorde merels fluiten. Zo lag ik daar. Gevallen. Kaboem! Met een enorm pijnlijke enkel en een hevig bloedende knie.
    Ik bleef er bij zitten. Neergeknald. En zocht mijn lief op via onze hotline. Even mijn frustratie luchten. Daarna checkte ik of ik op mijn voet kon staan. Het deed erg pijn, maar een kleine stap lukte en een volgde ook. Mits ik mijn voet goed recht zette en geen enkele oneffenheid mijn voet deed wiebelen. Ik zette nog wat voorzichtige stappen en hoorde mama in gedachten zeggen: ,,Met een verzwikte enkel moet je zo snel mogelijk lopen. Dan loop je de pijn er uit.” Ik volgde haar advies. Wel jammer dat mama geen pleister op mijn andere knie kon plakken. Die bloedde echt hevig.

Gebroken
Dertig minuten later, tien minuten langer dan ik over de heenweg deed, stak ik de sleutel in het sleutelgat. Ik was thuis, maakte mijn knie schoon, legde mijn andere been op een kruk en probeerde het mooie interview te vangen in woorden op mijn beeldscherm.
    De pijn en ellende in mijn lijf leidde me echter zo erg af, dat ik al snel mijn laptop dichtklapte. Ik voelde me totaal verslagen. Omdat de pijn verhevigde en mijn enkel snel dikker werd, belde ik de huisarts. Ze verwees me direct door, maar op de eerste hulp zagen ze geen breuk. De huisarts verwees me een dag later opnieuw door. Nu met een spoedverwijzing. Vier dagen na mijn val, zag de orthopeed na twee keer kijken toch een breuk aan de onderkant van mijn kuitbeen. Zijn advies: drie weken rust.
    Even later zei de gipsmeester:
    ,,Belasten naar gevoel,” en stuurde me met een brace naar huis. Ik wist een ding zeker: Marcel houdt me vanaf nu het advies van de gipsmeester voor.

Krukken
Ook hield hij me krukken voor. Regelde een rolstoel en zaagde de arm- en rugleuningen van een oude bureaustoel. Daarmee kon ik ‘s nachts vanuit ons bed naar de drempel van de slaapkamer deur rollen, waar ik de krukken pakte en naar het toilet strompelde. Hoewel hij voor ieder probleem een oplossing uitdokterde, wist hij één probleem niet zondermeer weg te wuiven; mijn verloren vertrouwen in mijn lijf en leven.
    Zwakke schouders, artrose aan mijn borstbeen en een evenwichtsprobleem maakten het lopen met krukken tot de zwaarst mogelijk work-out. Hoe ik ook oefende, het lukte me niet. Ik voelde me intens onveilig met mezelf.

Doorzetten

En ik was moe. Zo moe. Niet alleen mijn eigen gezondheidsproblemen maar ook zorgen om andere zaken drukten me met deze ene val volledig neer. Verschillende keren zei ik: life is a struggle. Voor altijd stoppen met werken en diep wegkruipen lonkte.
    En Marcel? Hij liet me huilen. Hij knuffelde me. Hij ving me op. Langzaam kwam er weer beweging in meer dan alleen mijn voet. Hij zette alles op alles om mij op de rit te zetten. Hoe hij het voor elkaar bokste, weet ik niet. Wel weet ik dat hij me aanzette om met krukken in mijn handen mijn voet toch lichtjes te belasten. Het mocht en zou me meer vertrouwen geven in lopen met krukken. En inderdaad ik voelde me ineens iets veiliger en vertrouwder. Hij zette me in een rolstoel om naar buiten te kunnen en samen boodschappen te doen en om Utrecht, Den Haag en zelfs Maastricht te bezoeken. Met de trein nog wel.

Aanmoediging
Waar ik dacht: rot maar op met het werk. Ik kap ermee. Herinnerde hij me aan het aanpassen van mijn website. Ik heb namelijk een nieuwe droom. Die om als schrijfgids intuïtieve schrijfworkshops te gaan geven. Ik ben bijna klaar met een training tot schrijfcoach, wat vraagt om aanpassingen op mijn site. Daarom vroeg Marcel me een eerste opzet te bekijken en zette me daarmee aan het schrijven. Inmiddels is die webpagina klaar. Hij motiveerde me om mijn verlegenheid opzij te zetten en een artikel over PENspiratie naar Houtens Nieuws te sturen. En we ontwierpen een folder die nu in druk is. Hij duwde me over grenzen. Moedigde me liefdevol aan. Haalde me het huis uit en richtte me op mijn werk als schrijfgids.

Struggle
Hij zette me opnieuw aan. Soms tot mijn frustratie, maar nu vooral met dankbaarheid. Want sneller dan ik had durven hopen, voel ik weer vertrouwen in mijn lijf en in mij. Ik stond stil. Neergeknald. Maar stond weer op. Ik kreeg tijd om te heroverwegen waar ik mee bezig was, wat ik wil en wat ik nodig heb. Al vind ik het leven nog steeds een struggle. Daar achteraan klinkt:
    ,,But I struggle back harder.

Geluk
Daarom kon ik eergisteren ook zeggen:
    ,,Is dit niet allemaal stiekem een geluk bij een ongeluk?”

Anek-kadootje over PENspiratie

- waar on-regelmaat mijn regelmaat is -

Oh, ik heb zulk leuk nieuws. Zo’n tof Anek-kadootje. Hou je vast, ra-pa-pam:
Ik ben schrijfgids.

Met die paar zinnen, smijt ik meteen twee woorden in de prullenbak: nieuwsbrief en schrijfcoach.

Anek-kadoojes
Dit is dus geen nieuwsbrief, dat klinkt te afgezaagd. Al toont het veel raakvlakken. Ik serveer liever ‘Anek-kadootjes’, waarin ik workshopdata, workshopthema’s, nieuwe plannen, geluksflitsjes, praatjes en andere interessanterigheden deel.
Dit past me. Typisch.

Dwangbuis
Zoals ook de zin onder de titel: ‘waar on-regelmaat mijn regelmaat is’.
    Dat zegt dat ik zonder vaste regelmaat berichten op het Wereldse Wobbelige Web slinger. Als persoontje van ver voor 2000, het internet en verslavende smartphones, prop je mij niet in een dwangbuis van zo-hoort-het of zo-word-je-gezien. Ik geloof in de kracht van schrijvers die zichzelf graag verliezen in hun pen op papier. Omdat hun hart spreekt. Zij vinden die ‘nieuws/blog’-knop op mijn PENspiratie webpagina, klikken daar op en melden zich aan.
    Zo, zij missen niets meer.

Fladderen
Schrijfgids dus.
    Met al zoveel coaches, klinkt gids net even anders. Ik sta daarin voor schrijven in alle veiligheid over wat gevoeld, gedacht en ontdekt wil worden. Voor woorden die onverwacht ontstaan. Schrijfgids klinkt lekker kort en krachtig met zijn twee lettergrepen. Al maakte Schrijffladderaar me ook blij. Ik hou van dat woord fladderen.
    Wacht, fladderen, dat komt mooi terug als thema voor een workshop. Zo werkt inspiratie.

-----

Wie ik ben?
Geboren in Christchurch op 1 april1972, ontdekte ik al heel vroeg dat er magie zat in een pen. Ik zag er mijn ouders mee in de weer. Ikzelf vond mijn schrijfweg in het overschrijven van mooie teksten, inspirerende quotes, lieve gedichten en emotionele liedjes. Heel soms schreef ik zelf gedichtjes.

Groei
Tot ik Hyves ontdekte en mensen wist te raken met mijn vrolijke schrijfsels. Reacties als ,,het is of ik erbij ben” raakten me diep en vormden de basis voor een jarenlange wekelijkse blog. Tegelijkertijd kreeg ik meer zelfvertrouwen in schrijven door een schrijf- en een blogcursus naast intuïtieve schrijfworkshops. Het leidde allemaal tot mijn werk als freelance journalist bij Houtens Nieuws. Schrijven werd mijn werk. Plezierig werk.
    Tot mijn hart eind 2025 zei: Irene ga intuïtief schrijven. Het deed me weer fladderen over het papier. Een wens groeide - deze vorm van schrijven wil ik delen. Ik schreef me in voor een training Schrijfcoach en tada!
    Hier sta ik. Schrijfgids.

Doe je mee?
Fladder, ik bedoel zin in schrijven?
Ga naar de agenda op www.typisch-irene.nl/penspiratie en meld je aan voor een gratis introductieworkshop.



ps. dit bericht staat als 'nieuws/blog' op www.typisch-irene.nl/penspiratie, maar leek me vooral ook tof om hier te delen.


zaterdag 11 april 2026

Narcis haat

Als het aan manlief lag verstopte ik me vorige week zaterdag zo snel mogelijk achter de eerst volgende boom en kwam ik er voorlopig niet achter vandaan.
    ,,Jij moet je doodschamen,” zei hij en vervolgde zonder blikken en blozen met: ,,Jij discrimineert.”
    Ik dook toch maar achter die boom, want die aantijging beangstigde me. Ik reageerde nog wel even:
    ,,Ik? Een discriminator? Ik geef vrijwillig taalles aan mensen tijdens de Taalinloop van het Taalhuis. Ik discrimineer niet!”, klonk ik ernstig gramstorig. Nee, gebelgd.*
    ,,Dat ben je wel. Want je maakt wel foto’s van verschillende tulpen, maar van geen enkele narcis.”
    ,,Klopt. Ik vind narcissen stom. Maar even. Serieus? Neem jij het op voor een bloem? Nou ja, niet voor één enkele bloem, maar voor een heleboel narcissen die as we speak in Houten bloeien. Wat schattig. Mag ik nu achter de boom vandaan?”
    ,,Nee.”

Nep
Wat betreft de narcis: sorry. Ik vind het een rare bloem. Duiden kan ik het niet, maar ze komen nogal nep, gemaakt, onnatuurlijk en gemanipuleerd op me over. Alsof ze nooit zo bedoeld waren. Met hun gele blaadjes en toetertje in het midden. Ik mis geluid. En dat schrijf ik schaamteloos over deze bloemsoort, terwijl ik bekend sta als bloemliefhebber. Nee, bloemvereeuwiger. Marcel verzucht een paar keer per wandeling:
    ,,En daar ziet ze weer een bloem." Met een 'klik’ uit mijn phone.

Gemanipuleerd
Prompt diepte Marcel zijn phone uit zijn kontzak op.
    ,,Daar gaan we weer,” jammerde ik. ,,Hij moet weer zo nodig opzoeken of iets van mijn verhaal mogelijk waar is. Of die bloemen nep zijn of zo. Nou stop dan maar met zoeken op wijsneus Google. Ik weet heus wel dat ze niet nep zijn. Kijk, ze staan hier voor me. Voel eens hoe echt ze zijn.” Ik stapte achter de boom vandaan en voelde aan een narcis. ,,Hij oogt nep. Maar voor de sake of my mariage, hier, kijk, ik maak een foto ‘klik’ van deze narcis. Ben je nu blij?”
    ,,Nee! Ik ben niet blij,” klonk hij onverwacht teleurgesteld terwijl hij naar zijn scherm keek. Ik sprong van schik weer achter de boom.
    ,,Ik begrijp het niet. Hoezo ben je niet blij? Ik maakte een foto van die narcisjes,” wees ik naar het bosje bloemen. ,,Ik bewijs de bloemsoort niet langer te discrimineren. Is het wéér niet goed.”
    ,,Ja, nee, ik lees hier dat de wilde soort veredeld is.”
    ,,Joh, ik versta je niet zo goed, ver wat?”
    ,,Verbeterd.”
    ,,Tada! Zie je? Ge-ma-ni-pu-leerd! Ik wist het,” klonk ik met veel nadruk.

Meningsvrijheid
Stil! Natuurlijk weet ik dat tulpen ook veredeld worden en vast en zeker in veel grotere mate dan de narcis. Er bestaan vast en zeker meer tulpensoorten dan narcissoorten. En toch serveer ik die tulpen niet op dezelfde manier af als de andere soort.
    Gelukkig leef ik in een vrij land en mag ik mijn mening hebben. Laten we dat zo houden en er geen relaties om laten breken. Verschil mag er zijn. Het gaat om leven en laten leven met verschillende smaken, kleuren, ideeën en bloemen naast elkaar. Hoe fijn kan het zijn als we vriendelijk blijven.
    Zoals Marcel en ik daar bij die boom. Nou ja, ik er achter.

Leed
Al ontdekte ik sneller dan deze woorden op het scherm verschijnen dat Marcels frustratie om mijn narcissenweerzin diep zat. Met een eerste stap van achter de boom vandaan, want ik dacht goed te zijn met Marcel, vroeg hij onverwacht diep misnoegd:
    ,,Wat hebben ze je eigenlijk aangedaan?”
    ,,Wie?”
    ,,Die narcissen.”
    ,,Oh, zijn we daar weer.” Ik stapte terug achter de boom. ,,Nou, ze groeiden eens zo hoog dat de bladeren en stelen me voorbij groeiden en zich om me heen wikkelden. Ze verstikten me bijna…”
    ,,En toen werd je wakker uit je nachtmerrie.”
    ,,Ja, dat was een hele enge droom. Sindsdien ben ik bang voor die bloemen.”
    ,,Net als die droom over een enge mannen achter een boom?”
    ,,Ja! Je begrijpt me,” klonk ik blij.
    ,,Nou, kijk nu eens wie er nu achter een boom staat.”


* 'gramstorig en gebelgd' zijn in mijn ogen leukere synoniemen van verbolgen. Weer een paar nieuwe woorden geleerd. ;)

Schrijfs,
Irene


zondag 5 april 2026

Wereldprobleem

Snotver-regenbui! Waar blijft die lente?!
    Het is pure armoe waar ik op teer. Hoog tijd om mijn winterjas de prullenbak in te mikken. Maar nee, hij hangt weer aan de kapstok. Nu niet piepen dat die jas zo leuk is en dat rood mooi kleurt. Dat is trouwens geen gepiep, dat is waar. Er is echter een tijd van aantrekken en een tijd van uitdoen en de tijd van zwaaizwaai is voor mijn jas gekomen. Jammer, want ik hoor graag de complimenten dat men mij van verre al aan ziet komen en dat het zo leuk combineert met mijn krullen. Ja, het is wel een beetje mijn imago geworden.
    Mensen werden zelfs boos toen ik een dag een donkergrijze jas droeg. Ze herkenden me niet.

Grijs

Maar wie goed kijkt, ziet dat ik voor gek loop. Ik ben overigens niet bang om leuk gek rond te banjeren. Kijk wat mijn voeten vandaag siert: ik ben in mijn eendjes. Waarmee ik zeg dat een beetje gezonde gekkigheid geen kwaad kan. Sterker nog, het maakt de absurde wereld even iets leuker.
    Maar met mijn jas bereik ik een grens. Valt het je niet op dat ik wat verder van je af sta bij een babbeltje op straat of dat ik niet dichter bij je kom zitten op een bankje in het park? Dat is niet omdat ik me schaam voor mijn grijze haren. Die bewijzen 6 herfsten en 48 lentes op mijn naam. Ik zie liever grijs op mijn kop dan grijs in mijn hart. Wauw, die kan zo op een tegeltje.
    Dus hou ik afstand door mijn aftandse jas. Dat ding is pure armoe aan mijn lijf. Door op afstand te blijven, zie jij niet dat wat van ver nog wat lijkt, dichterbij bedroevend lelijk is. Kijk dan!


Zoektocht

En nou niet zeggen: koop dan gewoon een nieuwe.
    Waar denk je dat ik de hele winter naar zocht? Met zoonlief bezocht ik Westfield Mall of the Netherlands. Manlief en ik struinden Utrecht af, brachten een uitgebreid bezoek aan Amsterdam en vereerden Amersfoort met onze aanwezigheid. Met Mr. Spriet van 1.88 m naast moi, bolletje van 1.64 m, liep ik soms amper een winkel in of hoorde achter me:
    ,Hier hangt niets roods,’ of ,Hier hangt geen rode jas.’ Dan liep ik via een rondje kledingrek linea recta weer naar buiten. Meneer overzag het vaak met één blik. Menig kledingverkoper lieten we verward achter met een:
    ,Toedeloe!’

Eisen
Nergens, maar dan ook nergens vonden we een jas die voldeed aan de volgende eisen:
- rood: zeg maar RAL 3020 - verkeersrood. Lekker toepasselijk op straat;
- halflang: want dit bolletje ziet er in een lange mantel nog boller uit;
- getailleerd: ik ben namelijk trots op mijn taille in een tijd dat recht-toe-recht-aan vaker voor lijkt te komen;
- geen jeukstof;
- goede kwaliteit.

Imago
Het ongeslaagd zoeken maakt moedeloos. Hoe kan zo’n leuke jas zo moeilijk te vinden zijn? Zelfs Wehkamp, waar ik deze drie jaar geleden bestelde, verkoopt ‘m niet meer. Ja, wel een zusje, zonder taille. Afschuwelijk! Ik moet er bijna om huilen. Dit is mijn wereldpro… Nee, dit is zeer zeker geen wereldprobleem. Nee zeg! Maar toch… die rode jas in combinatie met mijn krullen, mijn imago. Ik hou daar graag nog langer aan vast.
    Oh wacht, dat is het! Ik verf mijn haar komende winter verkeersrood.
    Opgelost! Ging dat maar zo met alle wereldproblemen.

Hulptroepen
Of… ik roep hulptroepen in. Niet schrikken, daar komt ie:
 
Geloof het of niet; dit is een hele overwinning voor madam zelf-doen. Maar daar waar de nood groeit, leer je hulp vragen. Daarom mijn oproep:

Kijk jij eens mee? Stel dat jij een manteljas ziet die voldoet aan mijn eisen.
App, bel, mail, dm, contactformulier of trek me aan mijn jurk.
Deel een foto, een link, een sample en wie weet kom ik ‘m halen.

    
Nou niet denken: hallo, het is bijna lente, daarna zomer. Die jas vinden we nooit. Misschien leest iemand uit New Zealand mee. Daar is het nu herfst. Ik ben daar (op 1 april) in de herfst geboren en in de lente jarig . Wie weet, hangt daar die jas. Dat zou eigenlijk wel heel tof zijn.
    Wat die mag kosten? Geen € 800,- natuurlijk, zoals ik ergens online een prachtige rode jas vond. Zo rijk ben ik nou ook weer niet. Oh, laat dan die jas in New Zealand ook maar zitten. De reis alleen al is duurder.
    Hoe dan ook heb ik er wel iets voor over om er de komende winter niet zo bij te lopen.*


* met dank aan Marcel voor de foto en AI voor het overdrijven van mijn opdracht de jas te verouderen.

woensdag 21 januari 2026

Tasinhoud

    „…rode jas…”, hoorde ik ergens en wachtte op de woorden ‘en krullen’. Dat bleef uit. Ik bedacht dat het misschien wel gezegd is, maar dat ik het niet goed hoorde. Ik viel duidelijk midden in een uitroep en zocht waar het geluid vandaan kwam.
    Je moet weten dat ik door eenzijdige doofheid in soortgelijke situaties wel íets hoor, maar niet weet wáár ik het hoor. Dat maakt heel onzeker. Met een goed rechteroor klinkt voor mij alles standaard van rechts. Maar het leven leerde me tijdens vijftien jaar slechthorendheid dat de meeste geluiden overal vandaan kunnen komen. Zeker niet alleen van rechts. Daarom kijk ik alle kanten op als ik een geluid of uitroep hoor. Het ziet er vast niet uit voor de roepende. Maar ja, zo gaat het bij mij. Heel onhandig, on-orig eigenlijk vooral, om half doof te zijn.

Ellen
En zo dwaalde ik weer helemaal af van wat ik eigenlijk wilde delen.
    Zoekend naar waar dat ‘rode jas’-geroep vandaan kwam, zag ik ineens Ellen recht op me af komen.
    „Ah, jij riep iets van mijn rode jas,” stelde ik vast. Ze lachte, zoals ik haar ken. Altijd blij en vriendelijk. Zit het bij haar ook in de krullen? Maar dan zonder rode jas. Heel gek is dat niet, want vind maar eens een mooie en goede rode jas. Ik weet ’m dit jaar ook niet te vinden.
    Ellen en ik kennen elkaar al langer. Geen idee hoe lang, want volgens mij groeiden we heel langzaam naar elkaar toe. Het verliep vooral gewoon heel natuurlijk en onbewust, zoals met meer mensen bij de Appie. Natuurlijk, het zal daar eens niet zijn. Daar ligt gewoon mijn sociale netwerk.

Gesjopt
Anyway, ik stapte op Ellen af en begroette haar uitgebreid:
    „Ah, jullie hebben gesjopt.” Ja ja, ik weet, het is shoppen, winkelen, geld over de balk gooien, de economie spekken of hoe je het ook wilt noemen, maar sjoppen schrijft zoveel leuker. Blijkbaar keek ik er nogal nieuwsgierig bij, want Ellen trok direct een van de tassen open. Die tas oogde overigens heel chique. Wat blijkbaar ook zo was, want Ellen vertelde me dat ze de zeeppomp die in die tas zat in een speciale winkel liet bijvullen. Nee, ik weet niet meer hoe die winkel heet, vraag dat maar aan Ellen zelf. Het moet trouwens wel een heel lekkere zeep zijn. Eens zien of ik een keer mijn handen kan wassen bij Ellen.
    Daarna opende ze de andere tas en toonde me haar hele ‘stash’, als in alles wat ze scoorde, terwijl haar dochter meekeek. Leuke meid trouwens. Zo hield Ellen een Linda magazine voor mijn neus en meer. Tot een tussen-de-tenen-ding me opviel. Volgens mij vermindert dat de druk tussen de tenen en voorkomt daarmee onder andere onwenselijke likdoorns.
    Daar zag ik brood in...
    Nee, natuurlijk zag ik daar geen brood in, dat zat er sowieso niet in. Die likdoorn moet ik niet meer zien. Of voelen. Daarom klonk mijn vraag:
    „Waar kocht je die?”
    
„Bij So-Low.” Oei, of all places. Als we daar nou eens stoppen met sjoppen. Dan kunnen Chinese kinder- of andere handjes stoppen met werken en weer spelen. Al hou ik beter mijn mond, want ik draag slofsokken die precies daar vandaan komen. Niet dat ik ze kocht, ik kreeg ze van Benjamin. Volgens mij kreeg hij ze ook cadeau.
    Je denkt trouwens toch niet dat ik sokken met die tekst waag te kopen? Ik durf die tekst niet eens te schrijven. Let op: ku* kou; *ut kou; k*t kou. Zie, het lukt me niet eens. Laat staan dat ik ze zou kopen. Toch ben ik het stiekem wel met die tekst eens. En dat wist Benjamin. Ik bedoel… ik haat kou. Maar om het nou met die andere krachttermen de wereld in te gooien? Dat vind ik lelijk voor onze taal.
    Blijft feit: met het dragen van deze sokken, ben ik medeplichtig aan een aankoop bij So-Low. Da’s k*dt! Dus, hoop ik die anti-likdoorn-dingen te vinden bij Kruidvat of Etos en anders bij de apotheek. Hopelijk slaag ik echt dichter bij huis.

Tasinhoud
Ondertussen houdt Ellen nog steeds haar hele tasinhoud voor mijn neus. Ik bedacht dat zij en ik echt zussen moeten zijn. Van twee anderen wordt gezegd dat zij mijn echte zussen zijn, maar van geen van hen herinner ik het moment dat zij hun hele tasinhoud toonden. Vooral zomaar midden op straat. De vibe die Ellen hier tentoonspreidt, is echter wel helemaal mijn vibe.
    Want stel dat jij en ik elkaar tegen het lijf lopen en je keek net zo nieuwsgierig als ik blijkbaar deed. Dan schroomde ik er net als Ellen niet voor om mijn hele tasinhoud op te diepen. Dan klinkt daar:
    „Kijk wat ik heb gekocht! Leuk hè?"


zaterdag 10 januari 2026

Winterliefde

Okay, I really tried.
Ik gaf er mijn alles voor.
    Wat dat alles inhoudt, leg ik verder niet uit. Dan moet ik dingen bedenken. En daar heb ik precies geen zin in. Daarmee is deze uitspraak totaal nutteloos en nietszeggend. Je doet het er maar mee. Wat blijft? Ik probeerde het en geef nu op.
    Hoor ik jou vragen: Wat geef je op?
    Nou, het omarmen van de sneeuw. Die koude zooi lief te hebben. De natte prut te omstrengelen. Sneeuwpoppen te omhelzen. Echt, ik deed mijn ijskoude best en geloofde er met het plaatsen van een paar mooie foto’s bijna in dat ik eindelijk het sneeuwliefdepunt bereikte.

Schattig rokje

Tot ik een foto zag van een klein meisje op het strand. Van onder haar dikke winterjas piepte een prachtig lichtroze rokje. Het bestond uit tig lagen tule. Schitterend! Haar winterjasje bezorgde me een Michelin-vrouwtje gevoel. Hetzelfde voel ik bij die lange soortgenoten, zeg maar slaapzakken. Mij daar niet in gezien, staat voor geen vrouwelijke meter. Eigenlijk zeg ik liever dat ik ze stom vind, maar ja, ik moet tegenwoordig uitkijken met wat ik zeg.

Ingepakt
Terug naar dat meisje op het strand. Aan haar winterjasje zit een nep-bontkraagje. Van het puntje van haar hoofd tot onder haar kin omhult een wollig mutsje haar koppie. Bovenop zit een lieflijk pomponnetje. Haar handen zitten verstopt in bijpassende wollige wantjes en haar pootjes zitten vast in laarsjes met bont. Alles bij elkaar oogt het als een goed beschermd mensje. Ze kan alleen geen kant meer op. Ze staat stijf van de isolatie.
    Zoomen we even in op het koppie. Dan zie je haar keihard huilen. Ik voel haar intense haat. Boven haar koppie staat dan ook: I wasn’t made for winter.

Bibbers
Aha, ze haat winter. Hardgrondig. That’s me. I wasn’t made for winter too.
    Ik deed nog zo mijn best sneeuw leuk te vinden, maar de haat is niet weg te smelten. Ook niet met een paar mooie foto’s. Never niet, nooit niet ben ik gemaakt voor sneeuw en winter. Die haat zit diep. Maar waarom? Dat wist ik niet te verklaren tot vandaag.
    Ik deelde de foto van dat meisje, waarop een vriend reageerde met: "Ben je gevallen dan? Of gewoon de bibberssss?"
    Gevallen? Nee zeg. Ik kijk wel uit. Mij niet gezien in een sneeuw-fiets-combinatie. Wel zag je mij drie dagen achtereen lopend mijn dagelijkse boodschappen doen. Verschrikkelijk tijdrovend, maar vooral heel veilig voor deze dame met balansproblemen.
    Natuurlijk was ik super blij dat het donderdag-fietsdag was.

Tijdrovend
En de bibberssss? Ja, dat sowieso. Daarmee komen we in de buurt van mijn winterhaat. Potverkoudje, het zit ‘m in de voorbereidingen vóór vertrek. Voordat ik éindelijk klaar ben om de deur uit te gaan, ben ik weet-ik-hoeveel tijd kwijt. Er moet geen brand uitbreken.
    Eerst moet de jas aan. Omdat ik opgepropte mouwen onder mouwen vreselijk vind, moet dat met beleid. Zit het eenmaal goed, dan voel ik me al opgesloten in die winterjas. Knoop ik daar potverstrak een dikke das bij om. Dat veroorzaakt dan weer ellende met die prachtige krullen. Want langer haar + een das = klittengarantie. Natuurlijk kan ik het vastbinden in een staart of zo, maar dan ben ik behoorlijke isolatie kwijt. Daarmee kies ik boven een muts voor klitten. Want ik krijg jeuk op mijn kop van een muts. Dan nog de handschoenen aan en klaar is ze.
    Oh nee, ik moet plassen.
    Alles weer uit en in de herhaling. Ik zei toch: het duurt tien minuten. Jij dacht vast al: wat doet ze dan allemaal?

Verstopt
Daarmee benoemde ik deels, maar zeker niet de hele reden van mijn winterhaat. Die ligt in het antwoord dat ik mijn vriend terugstuurde:
    "Ik vind winter gewoon niet leuk. Al is sneeuw prachtig om te zien. Voor één dag! Maar dan moet je er niet doorheen moeten. Al die kleren aan boven mijn leuke jurken. Het dikke inpakken. Oppassen dat je niet valt. De kou! Bah! Kijk die jurk van dat meisje! Die verdient geen kou!"
    En daarmee is het duidelijk. Alle leuke kleren ten spijt, ze raken verstopt onder een dikke laag winterkleding. Doe ik ’s ochtends zó mijn best om er leuk uit te zien met een kleurrijk shirt of mooie vrouwelijke jurk. Ziet niemand het, want het zit verstopt.
    Dan nog wat: onder zo’n jurk moet een thermolegging. Heerlijk voor buiten, maar binnen smelt ik weer weg bij de eerstvolgende vliegopper. Ik stik! Benauwdheid. Uit, uit, uit dat ding. En dat terwijl ik midden op de dag omkleden vreselijk vind. Moet alles weer op z'n plaats en het haar weer op orde. Wat een gedoe.
    Conclusie: naast het uitglij-gevaar, is de winter een onvrouwelijk seizoen. Het is saai, donker en dik inpakken. Eén ding maakt het ietsjes goed...
    Mijn rode winterjas.





zaterdag 3 januari 2026

Slechtste voornemen

En? Wat neem jij je voor in het nieuwe jaar?
    Toch niet om weer, meer of sowieso te gaan sporten? Vooral geen fitness en al helemaal niet bij Anytime Fitness, toch? Dan moet ik je waarschuwen. Niet doen! Daarin weet ik Marcel niet alleen vierkant, maar ook met twee dumbbells, achter me. Dus, knoop in je biceps: Sporten? Schrappen! Dat is jouw beste voornemen. Bewegen is niet vol te houden. Ga er maar aan staan, minimaal twee keer per week dat gezweet. Bah. Slecht idee.
    Zo blijft er meer ruimte over voor mij.

Traktatie
Oké, ik spreek mezelf wel even streng toe: Wat klink ik, bolle little bitch, toch weer egoïstisch. Nee, ik geef mezelf er niet van langs met een halter. Wel met een kwartier extra crosstraining. Met als mooie bijkomstigheid dat mijn bips en buik daarin grote dankbaarheid tonen. Die genoten de afgelopen weken van heerlijke ossenhaas, lekkere Viennetta, frisse bowl, zoete oliebollen en meer zalige traktaties. Een beetje extra sport-tucht kan daarom geen kwaad.

Synchroon

Hoe leuk dan ook dat ik tijdens de kerstvakantie samen met mijn lief buffelde. Met onze foto ontlokte ik onverwacht schattige reacties op straat en social media. Mensen vinden ons romantisch. Ahw, ik zag hartoogjes.
    Maar hallo! Er is niets sexy of romantisch aan mijn fitness. Het is keihard sappelen. En alle zweetness ten spijt, Marcel en ik werken totaal verschillende schema’s af. De foto is eigenlijk het enige waar we samen aan werkten in de sportschool. Want behalve dat ik langer bezig ben dan Marcel, houdt hij zich bezig met dumbbells en ik met apparaten. Al zou Marcel die laatste zinsnede zo willen lezen: …en ik met geklets.

Extase
Daarmee snap je waarom hij het volgende zei op de terugweg naar huis:
    ,Natuurlijk ben jij langer bezig. Het is óveral hetzelfde met jou. Wáár jij ook bent, je klètst! Bij Anytime met de trainer; in de Appie met Ton en anderen; op straat met Mies, Lies en weet ik hoe ze heten. Waar ieder ander met een half uur de boodschappen binnen heeft, kom jij na anderhalf uur eens een keer aanfietsen. Ik geef je nog net niet op als vermist. Als je nou eens stopt met al dat kletsen…’ Meneer haalt even adem voordat hij doorschalt: ,Als al dat geklets de bedoeling was, dan zou het wel een sport- en kletsschool heten.’ Ik kijk hem verbluft aan.
    ,Wat een waterval aan tekst. En dat uit jouw tetter.’ Zelfs ik moet ervan bijkomen, voordat ik extatisch uitroep: ,Maar dat is een geweldig idee. Ik open de eerste sport- en kletsschool van Houten, nee van Nederland.’

Sportscholen

Ondertussen ploeter ik met gewichtige trots door bij Anytime en snap dat jij je verheugt op die kletsschool. Om toch gains te behalen wil je natuurlijk alvast wat kracht en conditie opbouwen. Prima, maar kies dan voor de blije Happy Bodies, het kwieke Vital Gym, vul het plein van Piazza Sports, hou het simpel bij Basic-Fit of ga naar Body Business, voor het echte lichaamswerk. Al die sportscholen zijn mij te ver van mijn comfortzone. Het zou de uitdaging enkel maar verzwaren.
    Vergeet in ieder geval Anytime. Want nu moet ik soms al wachten op mijn beurt. Als jij er ook nog eens bij komt, moeten we misschien nummertjes trekken. Al vind ik dat altijd beter dan een sprintje.

Eigenwijs
Mogelijk ben je poepeigenwijs en kies je toch Anytime. Bel of mail me dan eerst, want als een vriend of vriendin zich via mij inschrijft, krijg jij een maand gratis sporten en ik een rugzak. Bedenk vooral niet of je wel of niet als mijn vriend te boek wil staan, maar neem die korting. Gun mij die rugzak. Marcel heeft die. Hij kan gewicht hebben.
    Marcel? Jazeker.
    Nee, de rugzak natuurlijk.
    En nog eens nee, hier is geen sprake van betaalde reclame.

Energie
Eigenlijk is sporten helemaal geen slecht voornemen. Wil jij je net als ik verbazen over jouw doorzettingsvermogen en het onverwacht goed volharden? Ga ervoor en schrijf je net als ik direct in voor een jaarabonnement. Dan moet je door, want geld doel- of nutteloos weggooien mag niet.
    Geloof me als ik zeg dat fitness geen enkele keer als een last voelde. Daarom stonden manlief en ik op tweede kerstdag in the gym. Eigenlijk puur omdat ik me er zo goed bij voel. Dan is volhouden geen kunst.
    Ik weet nog dat de trainer bij mijn inschrijving beloofde dat ik me energieker zou gaan voelen. Ik dacht: yeah sure. Ik, meer energie? Ik weet al twintig jaar niet hoe echte energie voelt.
    Nu, drie maanden later erken ik: ik voel me energieker dan ik me in jaren voelde.

Of…
Speelt er iets anders? Is er meer?
    Jammer voor jou, dat komt een volgende keer.

zaterdag 20 december 2025

Brief aan mama

    ,Weet je? Toen ik bij papa naar buiten stapte om weer naar huis te komen, voelde ik ineens zo’n behoefte om mama te bellen,’ zei ik een paar weken geleden bij thuiskomst. Kijkend naar Marcel, vulden tranen mijn ogen. Het gekke is dat mama en ik maar zelden belden. Iets van geen-bericht-is-goed-bericht. Nu ze er niet meer is, wil ik haar steeds vaker even bellen. Ik mis het kúnnen bellen.
    ,En wat zou je haar willen zeggen?’, vroeg Marcel me.
    ,Dat het goed gaat met papa en dat ook ik het eigenlijk wel red. Al mis ik haar, echt wel.’ Ik bleef even stil en roerde in mijn cappuccino. Ik keek naar de koffie die zich mengde met het schuim. ,Gek eigenlijk, als ik aan mama denk, zie ik de 78 jarige vrouw die ze was. Met haar lieve glimlach, maar zonder de dementie. Ik herinner me haar als mama met een gezonde geest,’ snufte ik en veegde een traan van mijn wang. Opnieuw een stilte, waarin Marcel zich verplaatste van zijn bank naar mijn bank en een arm om me heen sloeg.

Schrijf
    ,Maar Irene,’ zei hij vervolgens. ,Je bent een schrijver.’ Ik keek hem niet begrijpend aan. ,Je ziet het niet hè?’ Ik schudde mijn hoofd van links naar rechts. Veegde met mijn hand over mijn wang. Hij vervolgde: ,Waarom schrijf je het niet op.’
    Ik brak. Zijn opmerking schoot recht mijn hart in. Waarom bedacht ik dat niet zelf? Schrijven… Het is hoe ik jarenlang mijn gedachten vorm gaf. Waar stopte ik met het creatieve schrijven? Met het luchten van gedachten op papier? Wat een gemis, besefte ik ineens.
    ,Oké ik ga een brief aan mama schrijven, maar wat doe ik er daarna mee?’, vroeg ik. Verbranden popte als eerste in mijn hoofd op, maar dat voelde niet oké. Alsof het te simpel, te verwacht, te wat-iedereen-altijd-doet achtig. Natuurlijk bedacht ik het idee om het gewoon op de bus te doen. Maar dat is, zoals ik al zei 'gewoon'. Bovendien, waar komt ongeadresseerde post terecht? Wie flikt het een envelop, niet aan jou gericht, te openen? Wil ik dat hetgeen ik mama schrijf, gelezen wordt door een onbekende?
    Wel wist ik dit: als ik deze brief af heb, moet het onderdeel zijn van iets groters. Een soort ritueel voor mama, voor mijn herinnering aan haar. Een manier om dat wat ik schrijf te delen; los te laten. Ik wil het adresseren aan de hemel – address unknown.
    Daarmee wist ik het.
    Eerst die brief.

Geheim
    Het gedachteloos schrijven aan mama, alsof ik het elke week deed en ze de brief echt krijgt, gaf me plezier. Nu weet ik: er speelt meer dat ik wil delen. Dat maakte het gemis aan mama deze week veel sterker en groter. Ik besefte opnieuw: mama was voor mij een veilige uitlaatklep, want ze vergat alles wat ik vertelde na een minuut of tien. Ik beschreef het al eens eerder in deze blog.
    Dus zit ik hier en mis het delen van wat in mijn hart speelt, wat me verdriet doet of waar ik zo super veel zin in heb. Het was zo fijn bij mama om mijn geheimen te delen. Mama luisterde, ze knikte, ze wist hoe te reageren op mijn boodschap. Ze bevestigde de frustratie, het verdriet, aaide me over mijn arm en glimlachte meelevend en was zeker blij met mijn blij. De geheimen, alles vergat ze snel.
    Maar ik voelde me stukken lichter. Mijn smart gedeeld.

Brievenbus
Terug naar mijn brief.
    Afgelopen zondag namen Marcel en ik de trein naar Utrecht Centraal. Met mijn brief voor mama veilig in mijn tas. We stapten uit aan de Jaarbeurszijde. Als je daar voorbij het Beatrixtheater links een stukje de Croeselaan op loopt, vind je een glimmende bol met de tekst: Cartas al cielo.
    Dat is Spaans voor: Brieven naar de Hemel. Een fantastische hemelse brievenbus gemaakt door Alicia Framis. Thank you!

Gepost
    Daar gleed mijn brief, de bol in. Daarmee voelde ik me lichter, opgelucht, getroost. Ik hou vast aan deze mogelijkheid. Het voelt zo goed dit te kunnen doen.
    Het is echter pas echt af als ik 'mama-de snoepkont' nog even in stijl herdenk. Met deze Latte Macchiato Karamel, besteld en gedronken bij Vascobelo in de Nachtegaalstraat. Ik weet zeker dat deze Latte Macciato en de locatie mama ook heel goed zouden smaken.
    ,Mama, deze is om jou! Tot schrijfs.’




dinsdag 9 december 2025

Flop-ommetje Hellendoorn-Nijverdal

    
,Dit noemen ze één van de vijf mooiste wandelroutes,’ zegt Marcel halverwege onze wandeling.
    ,Wat?’, reageer ik gelofeloos en verstap me bijna de Regge in. Die prachtige rivier meandert grillig door het landschap, maar voor de rest voert de wandeling veel te vaak over verharde wegen, langs de grote weg en door de bebouwde kom. ,Je bedoelt zeker de verwarrendste wandeling?’
    ,Nee,’ zegt manlief. ,Kijk hier: www.verslingerdaansalland.nl.'
    ,Misschien is het over 2543 stappen de mooiste,’ opper ik met groeiende weerstand in mijn schoenen.

Flops
De route startte met een grote stip op een onscherpe stadskaart met weinig straatnamen. Tegen onze verwachting in, starten we vanaf een verkeerd punt. Wat een flop. Tegelijkertijd raaskalde de routebeschrijving dat ieder genoemd wandelknooppunt als startpunt inzetbaar is. Alsof je overal de auto kwijt kunt. Waarom notuleerden de routemakers niet gewoon één duidelijk startpunt met een straatnaam erbij. Dat start zorgelozer.
    Huize de Voordam is zo’n punt. Daar herstartten wij onze route. Al kregen we daar direct het heen-en-weer in de zoektocht naar het eerste wandelrouteknooppuntbordje.
    ,Daar is ie,’ wijs ik ineens en loop er snel op af. ,Maar moeten we nou de oranje pijl daaronder volgen? Die matcht niet perfect, maar past het best bij het bordje.’ We besluiten die te volgen en het klopt tot we tegen een onduidelijkheidje opbotsen. We moeten namelijk rechts de weg op.
    ,Dat is toch geen weg?’, merkt Marcel terecht op. ,Dat is een pad.’
    ,Wanneer is iets een pad en wanneer een weg? Iets met asfalt?,’ filosofeer ik hardop. ,Laten we rechts gaan.’ Dat blijkt een goed besluit. De route is het met ons eens.

Andere flops

Verderop lezen we: …na het passeren van de sporthal (L), rechts de speelheuvel Cool Nature over.
    Wat bedoelen ze volgens jou met (L)? Volgens ons dat de sporthal links ligt. Daarom leg ik graag uit dat die rechts ligt. Hoe lang moet je lopen om die hal links te krijgen?
    Wel ligt er een heuvel achter de brandweerkazerne links van ons. Dan had er moeten staan: …na het passeren van de sporthal aan jouw rechterzijde, ga je links vóór de brandweerkazerne. Daarna sla je rechts de speelheuvel Cool Nature over.
    Nee! Niet de heuvel over. Rechts ligt wel een uitgesleten olifantenpaadje. Zo één waar jongeren in het donker over naar boven klimmen en in het donker ik-wil-niet-weten-wat uitspoken. Dat is geen pad. We checken de beschrijving, de kaart en onze ogen. Recht voor ons liggen de grote weg en een oversteekplaats. Al ligt die iets linkser dan op de routebeschrijving, de route klopt verder wel.

Meer flops
Tot we weer rechts moeten, maar daarbij tegen een gewijzigde verkeerssituatie opbotsen in de vorm van een gesloten hek en een bordje EIGEN WEG.
    ,We moeten hier echt rechts. Er loopt een weg, maar mijn respect voor dit bordje is sterker dan mijn wil om regels aan mijn wandelschoen te lappen.’ Wij pakken er master Google Maps bij en forcen onszelf met een omweg naar de andere kant van de EIGEN WEG. Vanaf daar lopen we een paar punten zorgeloos voorbij. We stappen zelfs opnieuw een grote weg over en volgen zelfverzekerd de beschrijving: rechtsaf het fietspad op.
    Daarna lezen we: Bij de eerste rotonde rechtdoor en bij de tweede neem je ¾.
    ,Dit is kat-in-het-ba…, voet-in-het-schoentje, met de rotonde in het vizier,’ klink ik hoopvol. De eerste rotonde voorbij, lopen we veel te lang over een saai stuk, langs oude fabrieksterreinen. We mogen er niet eens op. Tot ik na een half uur vraag:
    ,Waar blijft die tweede rotonde?’ Marcel raadpleegt verrader Google Maps. En wat blijkt? Er ligt geen rotonde op deze weg. ,Wat?’, piep ik. ,Zijn we zo van ’t padje af?’
    ,Sterker nog,’ mompelt Marcel: ,We lopen in tegengestelde richting op de route.’
    Hoe dat komt? Van bovenaf gezien, is rechtdoor op die eerste rotonde, anders dan wat wij vanaf de grond als rechtdoor interpreteerden. Stond er maar een straatnaam bij, dan dwongen onze schoenen ons in de juiste richting.

Opperflop

Ondertussen voelen de kilometers zwaar aan de voeten.
    ,Zullen we Google Maps vragen ons de kortste weg naar Huize de Voordam te wijzen? Ik ben nu wel uitgewandeld,’ hoor ik Marcel naast me. Helaas moeten we dan opnieuw langs al die fabrieksterreinen. Maar daar voorbij, wandelen we al snel langs een prachtig watertje met even zo mooie reflecties. En bospaden met bomen vol verkleurende bladeren. Tot bij Huize de Voordam.
    ,Eindpunt!’, verzucht ik.
    ,Eindpunt op twee fronten,’ stamelt Marcel. ,Naast het letterlijke eindpunt, maak ik niet meer waar dat ik de mooiste routes uitzoek. Ik zakte flink.’
    ,Wat? Denk jij de opperflop te zijn? De enige die flopt is Verslingerdaansalland. Jij bracht me veilig hier en dadelijk naar ons vakantiehuisje, waar je het vuur opstookt en we ons samen aan warmen.’
    Mooi niet dat ik Google Maps nu alle eer geef.
 

 

zondag 16 november 2025

Stofzuigermondstuk stuk stuk

    ,Zal ik voor deze keer je comebackblog schrijven?’, vraagt Marcel en kijkt me uitdagend aan.
    ,Oh, dat lijkt me enig!’
    ,Denk je? Ik pak je genadeloos terug voor al die keren dat je mij afkraakte.’
    ,En terecht,’ erken ik. Dat meen ik van mijn langste krul tot het scherpste puntje van mijn kleine teennagel.
    Stiekem weet ik dat hij die blog nooit schrijft. Vergeldingsangst is mij daarom vreemd. Mijn blog vindt namelijk eerder haar weg naar het Walgelijke Woelige Web, dan manlief ook maar één zin op zijn scherm tovert.
    Niet dat hij het niet kan. Als lezer van veel van mijn blogs, weet ik zeker dat hij mijn sfeer neerzet. Mogelijk merk jij niet eens dat hij het schreef. Het ervoor gaan zitten vormt zijn crux. In de kern is manlief te ongeduldig. Hij klinkt als Bliksem McQueen uit Cars: “I am speed. Faster than fast, quicker than quick.” Dat schrijven, schaven, schrappen en herlezen duurt hem te lang.

Wasmand
Dus maak ik hem nog lekker een keer de pi*paal en roep bijna uit: “Mannen! Wat is dat toch met mannen!” Maar ik mag jullie niet over één borstel spannen. Sommigen van jullie mollen vast en zeker niet het stofzuigermondstuk bij het eerste gebruik. Of laten het deken niet gefrommeld achter op de bank. Natuurlijk zijn er die de kapotte sokken niet in de wasmand, of naast de wasmand, maar in de prullenbak gooien. Of ze stoppen.
    Trouwens, bij het zien van een los naadje of gat in een kledingstuk, staat de naaidoos heel snel naast Marcel. Ik kan wel gaten en naden dichten, maar ben veel te prefectio…, pecfercio…, perfectiomistisch. Dan is Marcel beter: hij is speed.

Mondstuk
Hoe goed manlief naald en draad ook hanteert en de was niet buiten maar in de wasmand gooit - dat leerde ik hem zo’n 32 jaar geleden - er blijft genoeg om op te pikken. Ik bedoel maar: hoe krijgt meneer het voor elkaar om na eenmalig gebruik de stofzuigermond te mollen? Het maakt even niet uit dat hij deze gebruikte om mij in mijn ziek-zijn te helpen. Nou ja, dat was supertof en lief en geweldig en ja ik ben GEK OP DEZE MAN. Hoe krijgt hij het voor elkaar dat de knop zo uit fatsoen is dat die blijft steken op 7 over half 8? Het was amper twee weken oud. Het verving een oud versleten mondstuk, waar steeds een wieltje vanaf rolde.
    Daar gaat-ie! Pak ‘m.
    Anyway, het voelde voor de portemonnee beter alleen een mondstuk aan te schaffen dan een hele nieuwe stofzuiger.

Gerommel

Even over die drie stofzuigermondstanden:
    1. Helemaal naar links (zeg kwart voor 8) is voor vloerbedekking;
    2. Helemaal naar rechts (kwart over 8) is voor gladde vloeren;
    3. Recht omlaag (half 8) is voor… Ja, waarvoor eigenlijk?
    Hoor ik Celine en Marcel in koor:
    ,Die is het minst zwaar.’ Wat klopt. Ik noem het de halvebak-knop. Die zuigt lichter ongeacht de vloer, maar werkt halfslachtig en gebrekkig, dus half zo goed. Wie bedacht die stand? Een man? Vast! De borstelharen slijten er sneller door, daarmee voelt het over-de-borstel-spannen minder pijnlijk.
    Wat me herinnert aan ander gerommel van mijn lief: sokken met een gat erin vinden hun weg via de wasmand, de wasmachine, het wasrek, de ondergoedla naar zijn voet. En dat herhaalt zich tot ik Marcel met zijn neus in de prullenbak steek. Of de naaidoos voor zijn neus zet. Het stoppen van sokken gaat hem vast ook goed af. Hij koos laatst…
    Tromgeroffel…
    Rapapapam…
    …toch de prullenbak.
    Ik juich!

Vouwen

Vouw ik even door op dekens. Nee, dit gaat er niet over dat wij ons eronder verstoppen, zodat niemand ons ziet zoenen. Dit gaat erover hoe achteloos meneer die daarna aan de kant smijt en naar boven stiefelt om zich bed-klaar te maken.
    Tot ik hem vorige week de les hoe-vouw-ik-een-deken-à-la-Typisch-Irene leerde.
<  Zo lag het erbij na één oefening.
    Je ziet met één aai welke deken hij vouwde. De minst nette, de tweede. Of als je andersom kijkt de derde. Om alle twijfel weg te nemen: die lichtroze/witte.
    Na nog één avond oefenen zei Marcel wijzend op de stapel dekens op de bank:
    ,Kijk!’ En veegde trots over de deken en veegde nog eens en nog eens: ,Zelfs de haartjes staan in dezelfde richting.’ Ineens besefte ik: deze man doet echt zijn best. Hij helpt me. Hij steunt me. He provides me. En ik? Ik klaag over sokken. Piep over stofzuigermondstukken. Zeur over een deken. Ik kijk hem aan en zeg:
    ,Jij hoeft echt geen blog te schrijven, schatje. De eerstvolgende keer biecht ik op dat ik een
ongelooflijke perfectionitsische OCD-trut ben.’
    ,Mooi’, zegt-ie. Pakt de bovenste deken, trekt me er onder, zoent me plat, smijt de deken op de bank en vliegt naar boven.

zondag 31 augustus 2025

Mars tegen Femicide

Daar waar je een * ziet, huil ik. Want ik hou het niet droog. Niet deze keer.
    Huilen doet mijn hart al langer. Onophoudelijk. * Hoe passend dan ook de spreuk op de foto. Deze zag ik eerder vandaag tijdens de Mars tegen Femicide.
    Dat! Dat is precies wat ik voel. Ik huil, ik kook.

Fatbike tuig
En het was juist tijdens deze Mars tegen Femicide dat ik me toch weer rotschrok. Nadat we al een tijdje afwachtten wanneer de stoet in beweging kwam, lachten Marcel en ik om het busje dat in de menigte vaststond. In de open laadbak stonden dranghekken. Hij was een paar honderd mensen te laat. De Mariaplaats en Springweg stonden vol.
    De mannen van het busje stapten uit, klommen in de laadbak en bekeken de mensenmassa.
    Net op het moment dat die zich in beweging zette, probeerden twee jongens van een jaar of 13 op hun fatbike in tegengestelde richting vooruit te komen. Ze kwamen even tot stilstand naast het busje. Ineens keek de bestuurder van de fatbike de mannen in de laadbak lachend aan. Hij wees in de rijrichting en zei:
    ,,Gewoon doorrijden.”
    Ik schrok en vroeg Marcel of ik het goed hoorde.
    ,,Ja,” zei hij, terwijl ik achter hem dezelfde verontwaardiging herkende in het gezicht van een andere vrouw.

Verbouwereerd
Nu nog, voel ik me geschokt. Ook door mezelf. Waarom liet ik die jongen ermee wegkomen? Waarom leerde ik hem geen lesje? Ik dacht weer eens te laat. Verbouwereerd. Ik had vóór zijn verrekte fatbike moeten gaan staan en zeggen:
    ,,Oké, rij dan gewoon door. Kom maar. Flik het maar met honderden getuigen om me heen om over mij heen te rijden. Of pak je liever een vrouw als ze alleen loopt en tik je haar tegen de billen?” *
    Ik wil die jongen nog steeds op zijn bek rammen. Hem kleineren. Hem alle hoeken van de Mariaplaats laten zien. Ik wil dat hij de rest van zijn leven bang is voor vrouwen.
    Maar nee, ik slikte. Weer. Ik liep door en zij kwamen ermee weg. De woorden ‘gewoon doorrijden’ resoneerden menigmaal in mijn hoofd tijdens de Mars tegen Femicide. En hoe treffend deze woorden:
Marcel zag later ook een paar jongens op hun fatbike langs de Mars tegen Femicide rijden. Weet je hoe? Met opgestoken middelvinger. Ik zag het niet. Alleen al dat Marcel het zei, bracht me in schok. *
    Is dit niet hier waar het in beginsel al misgaat? Disrespect? Neerkijken op de ander? Jongens van dertien die zich al verheven voelen boven de vrouw? En hoe komt dat? Leren kinderen geen respect meer?
    Protect your daughters EDUCATE YOUR SONS, plopt op in mijn hoofd.

Disrespect
Ook daarom liep ik mee aan deze Mars tegen Femicide. Ik liep niet alleen voor iedere vrouw die haar leven liet of kapot is gemaakt door een man. Voor de vrouw die bevroor, verloor en niet op kon staan tegenover hem die haar overmeesterde. Ik liep mee tegen de man die haar niet respecteert. Waarom kunnen zij een vrouw aanvallen, terwijl ik niet eens twee rotknapen op hun nummer kan zetten?

Afkorten? Nooit!
Ik kort trouwens bewust Mars tegen Femicide niet af naar Mars of zo. Het mag nooit gemakkelijk worden. Het woord femicide moet klinken, herhaald en uitgeschreeuwd worden. Het mag niet verstommen. Niet afgekort. Nooit. Het is ernst. * Femicide, de moord van vrouwen omdat ze vrouw zijn. Moet je lezen. Sluit je ogen niet voor seksuele intimidatie, ongewenst aangeraakt worden, wellustig bekeken worden, aangerand, verkracht of vermoord worden omdat we vrouw zijn.
En ja, het zijn niet alle mannen. Ik weet me veilig bij een heleboel.

Onveilig
Het zijn andere, onbekende mannen, waar ik wel angst bij voel. Niet alleen in de nacht. Ook overdag als ik zogenaamd stoer door het bos wandel. Ik zet geen meter zonder angst. Marcel en ik doen er grappig over dat hij me op de terugweg uit het Taalhuis ophaalt als het donker is. ,,Ik moet mijn vrouw beschermen,” zegt hij. Maar ten diepste is het diep triest dat het moet. Het moest niet nodig zijn.
    Nooit!
    Maar veilig? Nee, zo zal ik me nooit voelen. Hoe graag ik het ook wil. Daarvoor heb ik me te lang niet veilig gevoeld. Het is mijn way of life. Daarom was de Mars tegen Femicide ook emotioneel, naast indrukwekkend. * Het deed pijn. Mijn hart huilt om mijn gevoel van onveiligheid.

Kokend
En mijn bloed kookt. Ik ben boos. En dat het mag, werd bevestigd tijdens de toespraak aan het eind van de Mars tegen Femicide:
    ,,Wij mogen boos zijn.” Wij zijn niet alleen maar lief, dus.
    Ik ben boos om de ongelijkheid in de maatschappij. Op de werkvloer, in de gezondheidszorg en zelfs in de kerk. * Het is tijd voor gelijkheid en gelijkwaardigheid. Maar wat daarvoor nodig is?
    Ik denk dus mannen. Mannen die mannen aanspreken. Mannen die zich een sukkel durven voelen bij het aanspreken van een seksegenoot op zijn uitspraken, gedrag of houding ten opzicht van vrouwen.
    Welkom! Dat gevoel van sukkel-zijn kennen wij vrouwen al zo lang.

Mannen sta op!
We hebben onverminderd nodig dat jij opstaat voor ons. Hoe? Dat is jouw uitdaging. Ga die eens aan met andere fatsoenlijke mannen. En loop een volgende keer mee met de Mars tegen Femicide. Want we hebben nodig dat jullie weten en meeleven in onze onmacht, onze angst, onze veiligheid.
    Nu al voelde ik me bemoedigd en ervoer ik kracht.
    Hoe dan als er veel meer mannen mee lopen?







zondag 17 augustus 2025

Daar tussen Luistenbuul en Zouweboezem

    ,Ik vond een tocht van 9 kilometer,’ zegt Marcel uitdagend.
    ,Zo veel?’, piep ik. ,Jij denkt zeker: mijn Queen klauterde bij 36°C een bergwandeling van 6 kilometer, dan lukt een petite promenade (kleine wandeling) van 9 kilometer bij 21°C in ons platte landje al helemaal.’
    ,Nu je het zegt. Jij loopt dit er zo uit, na al dat klimmen, stijgen en dalen. Kom!’ Hij grist zijn rugzak uit de hoek en vult de waterflessen. Ik trek mijn zwaar uitgedroogde wandelschoenen aan.
    ,Straks moeten we die eerst verwennen met een vetlaagje. De warmte en droogte van de Ardèche hebben niet alleen mij, maar ook mijn schoenen volledig uitgedroogd. Nu spaar ik liever mijn energie voor de grande promenade van jou. Waar vinden we die eigenlijk?’
    ,Bij Lexmond. Iets met Zouweboezem.’
    ,Dat klinkt bekend. Zeker weten dat we er niet al eens herkend zijn?’
    ,Ik ken het niet. Wat denk je? Vest mee?’, vraagt manlief. Ik frons mijn wenkkies, of eigenlijk geen wenkkies. Maar frons.
    ,Wat is een fest?’
    ,Een vest. Die trek je aan als je het koud hebt.’
    ,Oh, een vest, niet met een f, maar met een v! Met al die hitte van de afgelopen tijd, vergat ik het bestaan daarvan. Goeie, met een temperatuurdaling van 41°C naar 21°C. Dat kan best koud voelen.’ Ik rol een vest op en leg die overdreven netjes bovenop Marcels in elkaar gepropte vest in zijn rugzak.
    ,Natuurlijk, de Queen wil er uiteraard kreukvrij bij lopen,’ merkt manlief op.

Legkip
Na een half uur rijden, stappen we op een kleine parkeerplaats bij Lexmond uit. Mijn twijfel over bekendheid met deze wandeling verdwijnt volledig. Ik herken het beginpunt al niet. We bonden de rugzakken op onze ruggen (where else) en hup, richting dijk.
    ,Zullen we een legkip kopen?’, vraagt manlief bij het voorbijlopen van een bord: legkippen te koop. ,Hup in de rugzak met zijn kop er bovenuit.’
    ,Haar kop,’ herstel ik. ,En bij thuiskomst kieper jij de rugzak leeg boven een koekenpan, want ze legt natuurlijk onderweg al eieren.’

Poeper

Het kakelen over een kip verstomt. Al kakelt Marcel weer over iets nieuws.
    ,Lopen we wéér op een helling,’ verzucht ie.
    ,Hé pieper, jij koos deze wandeling.’ Het is altijd gemakkelijk stoer doen als de ander zich als watje gedraagt. Daar ging ik. Hem vooruit. Om eenmaal op de dijk weer een piep te horen.
    ,Waarom hebben ze dáár geen pad?’, wijst Marcel naast de dijk. ,Dat is leuker dan hier op de dijk, met al die auto’s.’
    ,En motoren,’ schreeuw ik van achter hem. Met die herrieschoppers ver voor ons vervolg ik: ,Maar kijk om je heen. Zo’n 360° view is toch prachtig.’ Ik draai een rondje met gespreide armen. ,Kijk daar de rivier, daar een kerktoren, daar vliegt een vogel en nog een kwart rond zien we… Aan de kant! Fietsers!’
    Gelukkig lopen we toch al snel dáár langs de dijk. Alleen naderen we de rivier niet. Wel een reiger. Die vliegt natuurlijk op het laatst weg. Eenmaal daar waar die stond, betrekt Marcels gezicht.
    ,Zo! Die reigers poepen wel behoorlijk hè?’

Broodtrommelschaamte

Rond lunchtijd ontdekt Marcel een leuk bankje waar we ons lunchtrommeltje openen. Het duurt niet lang of alle bewijzen van vier vier boterhammen met pindakaas verdwenen.
    ,Ik mis toch wel een Club Poulet of Pan Bagnat*,’ erkent Marcel.
    ,Absoluut, al hou ik La France gelukkig nog even vast in deze baby carottes. Wat zullen mensen trouwens denken als ze ons hier zien zitten met onze lunchtrommel. Dat blijkt echt niet meer hip te zijn, hè? Laat staan dat ik toegeef nog iedere werkdag jouw lunch te maken.’
    ,Eigen schuld,’ lacht Marcel. ,Jij beloofde dit te doen tot ik stop met werken.’
    ,Dan wordt het tijd dat je stopt met werken.’

Wolkje
Voordat we onze tocht vervolgen, checkt Marcel het weer. Hij houdt daarbij zijn telefoon ook even onder mijn neus.
    ,De zon moet zo langzamerhand wel doorkomen, zoals voorspeld om 14.00 uur. Kijk, allemaal zonne… Wacht, zag je dat?’. Hij kijkt me aan met grote ogen. ,Er schoof gewoon een wolkje voor de zon. Vandaar dat de zon niet schijnt. Stomme app.’

Herkenningspunt
Al snel lopen we de dijk weer op tot we aan de andere kant een weg in slaan. Ineens pak ik Marcel beet.
    ,Wacht! Je ziet ze nu niet, maar verderop staan aan iedere kant van de weg een rij bomen. Ik herken deze weg. We wandelden hier al eens eerder. Tenzij die bomen er niet staan.’
    En daar stonden ze. Net als jaren geleden, zoals je ziet in deze blog. Ze weerspiegelden mooi in het water. Met die bomen als herinneringspunt, wist ik prompt precies hoe de rest van deze route verliep. Maar of het op mijn netvlies stond of dat ik het voelde aan mijn water? Ik bedoel kont? Destijds ging ik namelijk vol op mijn pips, languit in de modder. Kijk maar naar de video onder diezelfde blog. Ja, nee, je ziet me niet vallen, je ziet de blubber, waardoor ik gleed. En nu? Kijk die scheuren in de bodem.
    Wij turen ondertussen vanuit twee vogelkijkhutten naar vogels en ontdekten twee hele vreemde. Moet je zien:


Rietpad
Om bijna op het eind een d-tour te volgen over een vlonderpad. Nou ja, meer een rietpad. Door het riet zagen we de vlonders bijna niet, laat staan water of moeras. Aan dit pad heb ik echter geen enkele actieve herinnering, zoals aan de rest van de wandeling. Terwijl ik zo gek ben op vlonderpaden.
    ,Marcel, ik vraag me af waarom ik dit niet meer weet. Of mochten we er toen niet op, want het was winter. Was het te glad? Of bestond het toen helemaal niet? Voelde ik er toen niets voor na die modderige slippartij? Of waren we te moe? Trouwens, voel jij je benen ook?’
    ,Niet zo, maar kijk, daar is de auto.’
    ,Pfoe, gelukkig.’ Zeg ik en bedenk: hoe kan dit? Afgelopen dinsdag liepen we potverloopie 33.852 stappen bij 35°. Klaagde ik toen?
    Nee!
    Nou ja, dat was dan ook in Paris. Daar word ik nooit moe van.


Mocht jij wel een legkip willen kopen of deze wandeling na willen lopen? Hier vind je ‘m.
* een baguette met kip of tonijn als belangrijkste ingrediënt naast sla, tomaat, ui en speciale sauzen.

Hier vind je meer foto's van deze wandeling.