woensdag 21 januari 2026

Tasinhoud

    „…rode jas…”, hoorde ik ergens en wachtte op de woorden ‘en krullen’. Dat bleef uit. Ik bedacht dat het misschien wel gezegd is, maar dat ik het niet goed hoorde. Ik viel duidelijk midden in een uitroep en zocht waar het geluid vandaan kwam.
    Je moet weten dat ik door eenzijdige doofheid in soortgelijke situaties wel íets hoor, maar niet weet wáár ik het hoor. Dat maakt heel onzeker. Met een goed rechteroor klinkt voor mij alles standaard van rechts. Maar het leven leerde me tijdens vijftien jaar slechthorendheid dat de meeste geluiden overal vandaan kunnen komen. Zeker niet alleen van rechts. Daarom kijk ik alle kanten op als ik een geluid of uitroep hoor. Het ziet er vast niet uit voor de roepende. Maar ja, zo gaat het bij mij. Heel onhandig, on-orig eigenlijk vooral, om half doof te zijn.

Ellen
En zo dwaalde ik weer helemaal af van wat ik eigenlijk wilde delen.
    Zoekend naar waar dat ‘rode jas’-geroep vandaan kwam, zag ik ineens Ellen recht op me af komen.
    „Ah, jij riep iets van mijn rode jas,” stelde ik vast. Ze lachte, zoals ik haar ken. Altijd blij en vriendelijk. Zit het bij haar ook in de krullen? Maar dan zonder rode jas. Heel gek is dat niet, want vind maar eens een mooie en goede rode jas. Ik weet ’m dit jaar ook niet te vinden.
    Ellen en ik kennen elkaar al langer. Geen idee hoe lang, want volgens mij groeiden we heel langzaam naar elkaar toe. Het verliep vooral gewoon heel natuurlijk en onbewust, zoals met meer mensen bij de Appie. Natuurlijk, het zal daar eens niet zijn. Daar ligt gewoon mijn sociale netwerk.

Gesjopt
Anyway, ik stapte op Ellen af en begroette haar uitgebreid:
    „Ah, jullie hebben gesjopt.” Ja ja, ik weet, het is shoppen, winkelen, geld over de balk gooien, de economie spekken of hoe je het ook wilt noemen, maar sjoppen schrijft zoveel leuker. Blijkbaar keek ik er nogal nieuwsgierig bij, want Ellen trok direct een van de tassen open. Die tas oogde overigens heel chique. Wat blijkbaar ook zo was, want Ellen vertelde me dat ze de zeeppomp die in die tas zat in een speciale winkel liet bijvullen. Nee, ik weet niet meer hoe die winkel heet, vraag dat maar aan Ellen zelf. Het moet trouwens wel een heel lekkere zeep zijn. Eens zien of ik een keer mijn handen kan wassen bij Ellen.
    Daarna opende ze de andere tas en toonde me haar hele ‘stash’, als in alles wat ze scoorde, terwijl haar dochter meekeek. Leuke meid trouwens. Zo hield Ellen een Linda magazine voor mijn neus en meer. Tot een tussen-de-tenen-ding me opviel. Volgens mij vermindert dat de druk tussen de tenen en voorkomt daarmee onder andere onwenselijke likdoorns.
    Daar zag ik brood in...
    Nee, natuurlijk zag ik daar geen brood in, dat zat er sowieso niet in. Die likdoorn moet ik niet meer zien. Of voelen. Daarom klonk mijn vraag:
    „Waar kocht je die?”
    
„Bij So-Low.” Oei, of all places. Als we daar nou eens stoppen met sjoppen. Dan kunnen Chinese kinder- of andere handjes stoppen met werken en weer spelen. Al hou ik beter mijn mond, want ik draag slofsokken die precies daar vandaan komen. Niet dat ik ze kocht, ik kreeg ze van Benjamin. Volgens mij kreeg hij ze ook cadeau.
    Je denkt trouwens toch niet dat ik sokken met die tekst waag te kopen? Ik durf die tekst niet eens te schrijven. Let op: ku* kou; *ut kou; k*t kou. Zie, het lukt me niet eens. Laat staan dat ik ze zou kopen. Toch ben ik het stiekem wel met die tekst eens. En dat wist Benjamin. Ik bedoel… ik haat kou. Maar om het nou met die andere krachttermen de wereld in te gooien? Dat vind ik lelijk voor onze taal.
    Blijft feit: met het dragen van deze sokken, ben ik medeplichtig aan een aankoop bij So-Low. Da’s k*dt! Dus, hoop ik die anti-likdoorn-dingen te vinden bij Kruidvat of Etos en anders bij de apotheek. Hopelijk slaag ik echt dichter bij huis.

Tasinhoud
Ondertussen houdt Ellen nog steeds haar hele tasinhoud voor mijn neus. Ik bedacht dat zij en ik echt zussen moeten zijn. Van twee anderen wordt gezegd dat zij mijn echte zussen zijn, maar van geen van hen herinner ik het moment dat zij hun hele tasinhoud toonden. Vooral zomaar midden op straat. De vibe die Ellen hier tentoonspreidt, is echter wel helemaal mijn vibe.
    Want stel dat jij en ik elkaar tegen het lijf lopen en je keek net zo nieuwsgierig als ik blijkbaar deed. Dan schroomde ik er net als Ellen niet voor om mijn hele tasinhoud op te diepen. Dan klinkt daar:
    „Kijk wat ik heb gekocht! Leuk hè?"