Wat dat alles inhoudt, leg ik verder niet uit. Dan moet ik dingen bedenken. En daar heb ik precies geen zin in. Daarmee is deze uitspraak totaal nutteloos en nietszeggend. Je doet het er maar mee. Wat blijft? Ik probeerde het en geef nu op.
Hoor ik jou vragen: Wat geef je op?
Nou, het omarmen van de sneeuw. Die koude zooi lief te hebben. De natte prut te omstrengelen. Sneeuwpoppen te omhelzen. Echt, ik deed mijn ijskoude best en geloofde er met het plaatsen van een paar mooie foto’s bijna in dat ik eindelijk het sneeuwliefdepunt bereikte.
Schattig rokje
Tot ik een foto zag van een klein meisje op het strand. Van onder haar dikke winterjas piepte een prachtig lichtroze rokje. Het bestond uit tig lagen tule. Schitterend! Haar winterjasje bezorgde me een Michelin-vrouwtje gevoel. Hetzelfde voel ik bij die lange soortgenoten, zeg maar slaapzakken. Mij daar niet in gezien, staat voor geen vrouwelijke meter. Eigenlijk zeg ik liever dat ik ze stom vind, maar ja, ik moet tegenwoordig uitkijken met wat ik zeg.
Nou, het omarmen van de sneeuw. Die koude zooi lief te hebben. De natte prut te omstrengelen. Sneeuwpoppen te omhelzen. Echt, ik deed mijn ijskoude best en geloofde er met het plaatsen van een paar mooie foto’s bijna in dat ik eindelijk het sneeuwliefdepunt bereikte.
Schattig rokje
Tot ik een foto zag van een klein meisje op het strand. Van onder haar dikke winterjas piepte een prachtig lichtroze rokje. Het bestond uit tig lagen tule. Schitterend! Haar winterjasje bezorgde me een Michelin-vrouwtje gevoel. Hetzelfde voel ik bij die lange soortgenoten, zeg maar slaapzakken. Mij daar niet in gezien, staat voor geen vrouwelijke meter. Eigenlijk zeg ik liever dat ik ze stom vind, maar ja, ik moet tegenwoordig uitkijken met wat ik zeg.
Ingepakt
Terug naar dat meisje op het strand. Aan haar winterjasje zit een nep-bontkraagje. Van het puntje van haar hoofd tot onder haar kin omhult een wollig mutsje haar koppie. Bovenop zit een lieflijk pomponnetje. Haar handen zitten verstopt in bijpassende wollige wantjes en haar pootjes zitten vast in laarsjes met bont. Alles bij elkaar oogt het als een goed beschermd mensje. Ze kan alleen geen kant meer op. Ze staat stijf van de isolatie.
Zoomen we even in op het koppie. Dan zie je haar keihard huilen. Ik voel haar intense haat. Boven haar koppie staat dan ook: I wasn’t made for winter.
BibbersAha, ze haat winter. Hardgrondig. That’s me. I wasn’t made for winter too.
Ik deed nog zo mijn best sneeuw leuk te vinden, maar de haat is niet weg te smelten. Ook niet met een paar mooie foto’s. Never niet, nooit niet ben ik gemaakt voor sneeuw en winter. Die haat zit diep. Maar waarom? Dat wist ik niet te verklaren tot vandaag.
Ik deelde de foto van dat meisje, waarop een vriend reageerde met: "Ben je gevallen dan? Of gewoon de bibberssss?"
Gevallen? Nee zeg. Ik kijk wel uit. Mij niet gezien in een sneeuw-fiets-combinatie. Wel zag je mij drie dagen achtereen lopend mijn dagelijkse boodschappen doen. Verschrikkelijk tijdrovend, maar vooral heel veilig voor deze dame met balansproblemen.
BibbersAha, ze haat winter. Hardgrondig. That’s me. I wasn’t made for winter too.
Ik deed nog zo mijn best sneeuw leuk te vinden, maar de haat is niet weg te smelten. Ook niet met een paar mooie foto’s. Never niet, nooit niet ben ik gemaakt voor sneeuw en winter. Die haat zit diep. Maar waarom? Dat wist ik niet te verklaren tot vandaag.
Ik deelde de foto van dat meisje, waarop een vriend reageerde met: "Ben je gevallen dan? Of gewoon de bibberssss?"
Gevallen? Nee zeg. Ik kijk wel uit. Mij niet gezien in een sneeuw-fiets-combinatie. Wel zag je mij drie dagen achtereen lopend mijn dagelijkse boodschappen doen. Verschrikkelijk tijdrovend, maar vooral heel veilig voor deze dame met balansproblemen.
Natuurlijk was ik super blij dat het donderdag-fietsdag was.
Tijdrovend
En de bibberssss? Ja, dat sowieso. Daarmee komen we in de buurt van mijn winterhaat. Potverkoudje, het zit ‘m in de voorbereidingen vóór vertrek. Voordat ik éindelijk klaar ben om de deur uit te gaan, ben ik weet-ik-hoeveel tijd kwijt. Er moet geen brand uitbreken.
Eerst moet de jas aan. Omdat ik opgepropte mouwen onder mouwen vreselijk vind, moet dat met beleid. Zit het eenmaal goed, dan voel ik me al opgesloten in die winterjas. Knoop ik daar potverstrak een dikke das bij om. Dat veroorzaakt dan weer ellende met die prachtige krullen. Want langer haar + een das = klittengarantie. Natuurlijk kan ik het vastbinden in een staart of zo, maar dan ben ik behoorlijke isolatie kwijt. Daarmee kies ik boven een muts voor klitten. Want ik krijg jeuk op mijn kop van een muts. Dan nog de handschoenen aan en klaar is ze.
Oh nee, ik moet plassen.
Oh nee, ik moet plassen.
Alles weer uit en in de herhaling. Ik zei toch: het duurt tien minuten. Jij dacht vast al: wat doet ze dan allemaal?
Verstopt
Daarmee benoemde ik deels, maar zeker niet de hele reden van mijn winterhaat. Die ligt in het antwoord dat ik mijn vriend terugstuurde:
"Ik vind winter gewoon niet leuk. Al is sneeuw prachtig om te zien. Voor één dag! Maar dan moet je er niet doorheen moeten. Al die kleren aan boven mijn leuke jurken. Het dikke inpakken. Oppassen dat je niet valt. De kou! Bah! Kijk die jurk van dat meisje! Die verdient geen kou!"
En daarmee is het duidelijk. Alle leuke kleren ten spijt, ze raken verstopt onder een dikke laag winterkleding. Doe ik ’s ochtends zó mijn best om er leuk uit te zien met een kleurrijk shirt of mooie vrouwelijke jurk. Ziet niemand het, want het zit verstopt.
Dan nog wat: onder zo’n jurk moet een thermolegging. Heerlijk voor buiten, maar binnen smelt ik weer weg bij de eerstvolgende vliegopper. Ik stik! Benauwdheid. Uit, uit, uit dat ding. En dat terwijl ik midden op de dag omkleden vreselijk vind. Moet alles weer op z'n plaats en het haar weer op orde. Wat een gedoe.
Conclusie: naast het uitglij-gevaar, is de winter een onvrouwelijk seizoen. Het is saai, donker en dik inpakken. Eén ding maakt het ietsjes goed...
Verstopt
Daarmee benoemde ik deels, maar zeker niet de hele reden van mijn winterhaat. Die ligt in het antwoord dat ik mijn vriend terugstuurde:
"Ik vind winter gewoon niet leuk. Al is sneeuw prachtig om te zien. Voor één dag! Maar dan moet je er niet doorheen moeten. Al die kleren aan boven mijn leuke jurken. Het dikke inpakken. Oppassen dat je niet valt. De kou! Bah! Kijk die jurk van dat meisje! Die verdient geen kou!"
En daarmee is het duidelijk. Alle leuke kleren ten spijt, ze raken verstopt onder een dikke laag winterkleding. Doe ik ’s ochtends zó mijn best om er leuk uit te zien met een kleurrijk shirt of mooie vrouwelijke jurk. Ziet niemand het, want het zit verstopt.
Dan nog wat: onder zo’n jurk moet een thermolegging. Heerlijk voor buiten, maar binnen smelt ik weer weg bij de eerstvolgende vliegopper. Ik stik! Benauwdheid. Uit, uit, uit dat ding. En dat terwijl ik midden op de dag omkleden vreselijk vind. Moet alles weer op z'n plaats en het haar weer op orde. Wat een gedoe.
Conclusie: naast het uitglij-gevaar, is de winter een onvrouwelijk seizoen. Het is saai, donker en dik inpakken. Eén ding maakt het ietsjes goed...
Mijn rode winterjas.
.jpg)


.jpg)