zondag 15 december 2013

Jaloezie


Welkom in huize van Valen!!!!
   Laat je verrassen, laat je opvrolijken, laat je raken en geef je over aan de klanken die harmonieus door de ruimte zweven. Kom en hoor, kom en zie, kom en geniet op mijn zolder die zich vult met geluid van gitaar, piano en drumstel.

Applaus voor mijn guitarmate. Naast mij is de gitaar zijn grote liefde. Sterker nog, voor ik over hem  struikelde, was de gitaar zijn enige liefde. Kom ik dus stiekem misschien eigenlijk op de tweede plaats? Slik! Eigenlijk ben ik best een beetje jaloers, maar tegelijkertijd zijn grootste fan!

Duidelijk is dat zijn muzikale genen overgeslagen zijn.
   Hoor ik daar weer handgeklap? Nu voor onze pianiste die na vier jaar Keyboardles bedacht dat ze veel liever piano wil spelen. Wat mij betreft het mooiste instrument dat bestaat. Ik groeide op met piano. Al voor mijn ontstaan, was daar de piano. Waarschijnlijk zelfs vóór mijn twee oudere zussen en misschien moeder in papa’s leven waren, was er de piano? Piano, moeder, zus, nog een zus en toen ik. Hm, ik ga maar niet nadenken over mijn plekje in mijn vaders hart. Ik heb een plekje, dat telt.

Ik bewonder mijn papa. Pianospelen was en is zijn lust en leven.  Vroeger kon ik vanuit mijn kamer horen hoe zijn pet stond. Speelde hij ‘Oh when the saints’ of ‘Aloha hé’ dan was hij is een opperbeste stemming en klonk er vrolijkheid door het huis. Speelde hij ‘Er hangt een paardenhoofdstel aan de muur,’ dan wist ik  hem wat down en verdrietig. Tranen heb ik maar één keer in mijn leven achter die piano gezien. Andere keren verraadde zijn spel soberheid of opgewektheid.
   Eigenlijk was ik best een beetje jaloers. Ik wenst dat ik ook mijn gevoelens in pianospel kwijt kon en wilde pianoles. Daar was helaas geen geld voor. Wat bleef was  ‘Vader Jakob’ en de droom verlogen.

Om nu dochterlief haar eerste tonen te horen spelen op de nieuwe digitale piano. Nog maar een uurtje op zolder, alles aangesloten op de geluidsinstallatie klinkt daar Ludovico Einaudi’s  ‘Stella die Mattino.’ Bijna stroomt er een traantje over mijn wang. Ze speelt mooi. Mijn dochter! Ik ben fan!      
   Iets waar ik van droomde kan ik haar bieden en voel een beetje jaloezie door enorme genot heen.

Veel tijd om een traantje te laten heb ik niet, want voor ik het goed en wel besef geeft er eentje een roffel  op zijn nieuwe digitale drumstel. Mijn hart maakt een sprongetje. Mijn little drummerboy gaat los. Staande ovatie!
   Hij heeft alle reden om los te gaan.  Na een paar jaar drummen op een echt drumstel en alleen tussen 4 en 6 en maximaal een half uur per dag (vanwege geluidsoverlast) kan hij nu onbeperkt drummen. Drumuren zullen worden gemaakt, dat is zeker.  Geluid is in te stellen via een installatie of hij doet een koptelefoon op! Wat een uitkomst!

Ik zie ondertussen hoe zijn hele lichaam heen en weer veert op het  ritme van zijn spel. Zijn rechterbeen bedient de basedrum in een strak tempo als zijn andere been de open hihat bedient. Of hoe hij met de drumstok slaat op de crash. Het samenspel van benen en armen, vind ik indrukwekkend! Er zit ritme in dit kind al vanaf zijn geboorte. Jaloers ben ik niet, ik gun hem dit plezier in percussie, wat ik totaal niet heb. You go man, you go!!!

Als ik ontroerd mijn gezicht afwend, wordt het geluid van dochter en zoon ineens afgemaakt door gitaar ondersteuning.  Papa speelt, nu alles goed werkt en klinkt, zijn eigen partij in dit muziekstuk. Een ongelooflijk spel van gitaar, piano en drums klinkt op en mijn zolder verandert in een concertzaaltje. Stralende gezichten werken hier samen. Zonder woorden, zonder oefenen, een perfecte combo! Ik ben dolgelukkig. Mijn droom is uitgekomen, een huis vol muziek.
 
Mij wacht een ander concert. Pannendeksels, bestek gerinkel, een doek over het aanrecht, een vaatwasserdeur die zich sluit. Het zijn de instrumenten die ik bespeel, het klinkt voor geen meter.

Ik crash! Ik ben ineens groen van jaloezie!!!



zaterdag 7 december 2013

Blootje

Vanaf 2 mei 2014 is mijn boek ‘Vanuit mijn eierdopje’ te koop.

Deze blog, waarin oppassen op een peutertje soms echt behelpen blijkt, is daarin terug te vinden, samen met 25 andere blogs.

Ik garandeer je een lach, bij het lezen van elke blog hier, maar misschien wel een grotere lach bij het lezen van mijn boek. Daar zijn namelijk mijn beste blogs te vinden.

Wil je mijn boek bestellen? Klik dan op de foto van mijn boek en je komt vanzelf op de site van boekscout.

Een echte fan bestelt ‘m!

zondag 1 december 2013

Loop door Deventer





Daar zit ik dan met de blaren. Het leek de tocht der tochten wel. Oké, het was minder koud en zeker niet zo ver. Wel droeg ik verkeerd schoeisel en de route was onbekend. De routeplanner die ik mee had, zat er naast. Alles bij elkaar gaf ik het op, maar klonk ook mijn ‘Luctor et emergo!’ door de straten.

Dit alles alleen maar omdat ik wacht op mijn grote doorbraak. Die help ik zelf te bespoedigen door mijn blogspot-link te sturen naar verschillende mensen en bedrijven. Beter Horen en de NVVS plaatsten een link van mijn blogspot op hun sites. Hoera en bedankt!
   Daar tegenover blijven Philips en Appie akelig stil. Er blijkt sprake van eenrichtingsverkeer: van mijn portemonnee naar hun kassa. 
   Dat plekje in de Allerhande kan ik op mijn buik schrijven.

Mijn missie deze keer: één nieuwe volger winnen. Zij was mede inspirator voor de blog ‘Zoektocht’ ( http://irenevanvalen.blogspot.nl/2013/11/zoektocht.html). Nu hoop ik haar te inspireren tot het lezen van die blog en alle andere. Voor wat, hoort wat. Eén probleempje: ik heb geen e-mailadres om mijn link naartoe te sturen en moet gebruik van een andere verzendmethode. 
   Als postbode op zoek gaan naar die ene brievenbus. Dat vind ik nou een leuk idee. Toch!?

Ja, ook een zot en zelfs totaal geschift idee. Hoe dan ook ging ik met mijn routeplanner in de hand op weg. De routeplanner was een Whatsapp bericht van mijn zus, Heidi, die er destijds bij was en schreef: ‘als je voor de HEMA staat en er naar kijkt, ga je links en daarna rechts. Er is een pizzeria op de hoek.’
    
De HEMA is snel gevonden, kijk die grote rode letters!
   Met mijn neus daarop gericht, ging ik links en rechts en… de routeplanner zat fout. Die zat duidelijk met haar hoofd in Amerika. Daar woont ze.

Vervolgens ga ik zonder enig flauw benul de straten door. Zoveel moois gezien, wat een stad! Pittoreske winkeltjes, huizen met fles- en klokgevels, bogen boven ramen en deuren, exposities en ateliers, muurschilderingen en zoveel moois. Soms waren straten verlaten, muisstil en de verlichting uit, waar andere straten helder verlicht werden. Zelfs kleurrijk geklede mensen en schoenen op de stoep, trokken mijn aandacht. Steeds kwam ik uit op de Brink.

Voor de zoveelste keer stak ik het plein over met in mijn hoofd: ‘wie zoekt zal vinden’. Dan weer ging ik links, daar weer rechts, vervolgens rechtdoor. Zigzaggend liep ik de straten door, zonder kaart. Had ik die maar, dan had ik straten weg kunnen strepen. Nu liep ik voor de derde keer door de Grote Overstraat. Zucht…

Anderhalf uur heb ik gezocht. Mijn voeten deden pijn, mijn benen loodzwaar. Wat was dit een stom plan. Prompt propte ik de envelop in mijn jaszak en liep mistroostig weg. De weg terug wist ik nu wel.
   Gedesillusioneerd liep ik de hoek om en had amper oog voor het warme uitnodigende licht dat vanuit een huis op de stoep viel. Het gaf de straat een warme rode gloed, als een soort uitnodiging. Ik keek terloops naar binnen, door de rode vitrage heen de keuken in. Ik werd helemaal warm van binnen. Mijn mond viel open.

Dit is het huis!!! Urenlang gezocht, het opgegeven en nu leek het huis naar mij te zijn gekomen. Ik haalde een wat verkreukelde envelop uit mijn jaszak. Nog even twijfel. Zal ik het doen?

Ja, ik doe het! De brievenbus maakte geen geluid…
   Vervolgens vereeuwig ik dit huis en stuur een berichtje richting zuslief: ‘Gevonden!’ en wegwezen nu. Op de hoek bij een Pizzeria, klonk een ‘blieb’ als antwoord: ‘Nee echt!!! Het was toch rond?’

Daar zei ze wat. Ik kijk nog één keer om naar dat pand. Heidi had een punt.  Waar is die ronde boog? Hoezo is de gevel niet wit? Hoe is het mogelijk? Dit is echt de keuken waar ik in keek toen ik een aantal weken geleden op het raam wilde kloppen voor een hapje eten?! Maar de gevel is veranderd!!! Als de vrouw des huizes mijn blog leest, zal ze denken: Dit gaat niet over mijn huis, weg ermee?! Voor mij een gemiste volger. En toch, ik weet zeker, ik vergis me niet in deze keuken, ik stond er toen dichterbij dan nu. Ik zal deze keuken nooit vergeten!

Ineens begrijp ik het. Ze woonde natuurlijk wel eerst bij de HEMA, dan links en rechts, met op de hoek een pizzeria. Ze is in de tussentijd verhuisd. En de pizzeria is meegegaan. Het kan niet anders. Ik ben toch niet gek?!








Deze foto van de Waltraat geplaatst met dank aan: 'Heidi van Hoof Photography.'

zaterdag 23 november 2013

Doodsangsten

Vanaf 2 mei 2014 is mijn boek ‘Vanuit mijn eierdopje’ te koop.

Deze blog, waarin ik werkelijk te maken krijg met een indringer en zijn mes, is daarin terug te vinden, samen met 25 andere blogs.

Ik garandeer je een lach, bij het lezen van elke blog hier, maar misschien wel een grotere lach bij het lezen van mijn boek. Daar zijn namelijk mijn beste blogs te vinden.

Wil je mijn boek bestellen? Klik dan op de foto van mijn boek en je komt vanzelf op de site van boekscout.

Een echte fan bestelt ‘m!

zaterdag 16 november 2013

"Sint Maarten Sint Maarten"



Wat heb ik zitten wachten zeg! De mand met lekkers stond klaar.
   Daarvoor ben ik speciaal nog op pad gegaan. Wat nog niet eens zo makkelijk was, want met mijn maandagse-leenkind is alles anders. Het is niet zomaar: “Doei, ik ben boodschappen doen!” en trek de deur achter me dicht. Nee, met zo’n oppaskindje moet alles doordacht worden: ga ik met de auto of lopend. Ga ik voor alle boodschappen of alleen het hoognodige? Neem ik de buurtsuper of mijn grote vriend AH? Moet het kind eerst nog wat eten en drinken of kan ik gelijk weg? Is haar luier vol of niet? Oh, ik moet zelf ook nog even!

Ik besluit lopend te gaan, met het kind in de wagen en dan het hoogstnodige te halen. Morgen is nog een dag en kan ik de rest doen, ik heb gewoon niet zo’n zin vandaag. Ik prop het kind met banaan in de wagen en heb een pakje sap bij de hand voor als het kind ‘dlinke’ gaat roepen. Nog snel een luier-check, plaspauze en hupsakee. Daar gaan we. Wat een gedoe!!! Leve de pubers!

Als we langs de schappen lopen blijkt al snel dat het meegesleepte boodschappenmandje wel iets te veel bevat om mee te nemen aan de hand. Ik kijk onder de wagen hoeveel boodschappen ik daar kwijt kan.
   Geweldig! Deze wagen heeft helemaal geen boodschappenmand, -net of -vak. Minimalisme is vast en zeker het idee van madams ouders. Het zou maar zo een bezuinigingsmanier kunnen zijn: zorg voor geen ruimte voor boodschappen, koop je ook nooit teveel.

Mijn oplossing: kind uit de wagen, boodschappen er in. Zo lopen we gezellig, langzaam en babbelend weer naar onze thuisbasis. Jaha, dit alles voor een gevulde schoen, ik bedoel mand!

Want het is Sint Maarten.
   Ik moet vooral even op internet gaan zoeken waar het nou eigenlijk allemaal om te doen is. Vooral ook wat snoep er mee te maken heeft. We hebben net Halloween achter de rug. De zakken zijn al gevuld. Welke zakken moeten nu weer gevuld? Ik denk al haast die van de tandartsen. “Vooral flink snoepen,” hoor ik ze al roepen, “Gnagna.”

Tijd om vooral even met mijn neus in de computer te duiken, voordat ik nog idiotere gedachten krijg. Zie me googlen…
   Wil jij wel geloven dat onze bloedeigen koning onder de indruk is van Sint Maarten? Wist jij dat? Ik vind het echt gaaf dat hij hier mee bezig is geweest! Wauw. Ik hou steeds meer van onze koning!

Even verder googlen…
Ja, de koning is dus ontvangen op Sint Maarten. Door wie dan? Niet door mij, hij ging ons huisje stilletjes voorbij. Heeft hij bij jou voor de deur gestaan? Kreeg hij veel lekkers van je? Is hij een lekkere snoeperd?
 
Terwijl ik nog wat verder google, klinkt ineens “Sint maarten, Sint Maarten” en wacht ik op de deurbel. Die niet gaat! Met al mijn zoeken op internet heb ik helemaal niet door hoe laat het ondertussen is en dat er heus geen kinderen meer aan de deur zullen komen.

Hoor ik weer “Sint maarten, Sint Maarten”  en kijk op. Het is mijn bloedeigen kerel, die met een smile van oor tot oor van de bank naar de kast loopt. Met het water in de mond kijkt hij in de mand.
“Van de bounty’s blijf je af!” klinkt van de andere bank. Zijn smile verdwijnt niet, er blijft natuurlijk genoeg voor hem over. Zo van een afstandje vind ik deze grote jongen wel erg blij kijken bij het idee dat hier geen snoeperdjes zijn geweest en zullen komen. Hij is net een klein jongetje, zo blij. Ik vind hem ineens verdacht verdacht. Hij heeft mij teveel oog voor de minireepjes.

   Zo kom ik stilletjes van de bank, sluip geruisloos achter hem en vraag plotseling scherp: “Heb jij eerder vanavond in een Halloweenpak alle kinderen op de hoek van de straat bang gemaakt?”