‘Jij bent echt gek!’, waren zijn laatste woorden, sloot zijn ogen en
sliep!
Is dat zo bij alle mannen? Doe
mij man-zijn! Geen onrustige nachten, bh’s, panty’s en maandverband meer. Wel
plassen tegen een boom in het bos. Het lijkt me geweldig! Waar kan ik tekenen?
Ik zou nooit tegen vrouwlief zeggen
dat ze gek is. Het lef!
Ze is geweldig, een lekker
ding, mijn oogappeltje, mijn lunch-maker,
mijn zoetje en lach op mijn dag, de kus op de wond, het diner op tafel, het
opgemaakte bed, de drop in de snoeppot. Ze is alles!
Helaas, ik ben geen man en die
vrouw bestaat evenmin.
Ondertussen ademt mijn man zwaar waardoor de slaap mij niet vat.
Zelfs zonder zijn
snurkprobleem, zou slapen onmogelijk zijn, want in mijn hoofd galmde rusteloos
het JIJ BENT ECHT GEK. Wat me vooral zorgen baart is dat bij die woorden geen gezichtsspiertje
vertrok. Ik las geen grammetje liefde, humor of ironie van zijn gezicht. Er
klonk geen lach in zijn stem; ik miste een glimlach om zijn mond of uitdagend
kijkende ogen.
Hij meende het! Hij vindt mij
gek! Wat nu?
Omdenken!
Denk, denk, omdenk. Dan bedenk
ik: hij is jaloers om mijn prestatie! Op mijn doorzettingsvermogen en girlpower op de late avond. Waar hij
alleen maar aan zijn bed kon denken, doorleefde ik een pittig echt niet leuk cardiokwartiertje na een fitness-pauze van drie jaar of zo.
Leuk is gewoon anders. Leuk is een wandeling in mijn eentje door
het bos of in de avond met mijn lief. Leuk is dat mijn man me tijdens het
bloggen stoort voor een zoen. Dat doet hij as
I write! Ben ik net lekker geconcentreerd
bezig, komt hij tussen beeldscherm en mij in hangen met zo’n kusmondje -
die foto bedenk je er maar bij.
Niet leuk is dat ik op de trap meters aan het maken was.
Afgelopen zondag stonden er 5616
stappen op mijn teller. Dat zijn er 4384 te weinig. Noem het gerust rampzalig
in mijn perfectionistische ogen, vooral omdat ik er niet meer van kon maken.
Binnenin mij klonk al snel: tomorrow is
an other day!
Om de balans te herstellen moest
ik de volgende dag minimaal 15.000 stappen zetten. Gelukkig liet mijn agenda die
wandelruimte zien. Kijk daar staat nu groot BALANSDAG op 5 februari.
Daar ging ik, het bos in! Van huis, door het bos, naar het centrum en weer
op huis aan is zo’n 6,4 kilometer en zet de teller aardig in de richting van de
10.000 stappen. Tel daar het volgende bij op: boodschappen doen, de
gebruikelijke housekeeping en een
loopje naar de brievenbus en mijn garantie is 15.000+ stappen.
Tot ik ’s avonds laat op mijn stappenteller keek.
‘Wauw, Marcel, dit geloof je
niet. Ik ben 795 stappen verwijderd van mijn eerste 20.000 ooit op deze teller.’
‘Zeker wauw, dat is een ieniemini
rondje er-om-heen. Helaas passen donker en jij niet bij elkaar en geen denken
aan dat ik nu nog naar buiten ga. Ik ruik ons bed.’
‘Ik heb al een plan. Ik zie je
zo.’ Ik stelde me op bij de serredeur, liep tot aan het bureau op zolder (verder
kon ik niet) en terug = 57 stappen. Even rekenmachinewerk: 795:57 = 14 keer de
trappen op en af. Om een kwartier laten hijgend en puffend naast manlief op bed
te ploffen.
Ik verwachte een kort applaus
en dat meneer me een topper, stoere griet en sterke tante zou noemen.
‘Jij bent echt gek!’ Bam! Ik
weet wie morgen zijn eigen lunchpakketje mag maken. De enige huwelijkse
voorwaarde (dat ik elke dag zijn lunch maak) schuif ik af op zijn bord!
Tot gisteren.
De zon riep. Al dagen bescheen
ze me. Ik wilde niets liever dan haar stralen op mijn gezicht. Het bos klonk in
haar echo. Daar ging ik, opnieuw op weg. Om weer ‘s avonds te ontdekken dat ik
dicht bij de 20.000 zat. Twee keer in één week, ik ben goed! Deze keer nog 500 stappen
te gaan.
De klok zei 23.25 uur
bed-woeltijd, maar wij waren wide awake.
Dat krijg je met kinderen die maar niet hun bed in willen! Zei manlief ineens:
‘Kom schoenen aan, jas aan, we
gaan een rondje Nieuwoord doen.’ Hij stond al buiten voordat ik door had dat
hij het meende. Ik hees me over de drempel.‘ Maar wel je mond houden hoor,
Irene.’
‘Hoezo?’
‘Zes, zeven, acht…’
‘Ga jij nou stappen tellen?’
‘Ja, dertien, veertien….’
‘Wat? Ben jij gek?’
‘Nee, negentien, twintig, één.
Zodra we bij 250 zijn, kunnen we terug. Dan heb jij je 20.000 gehaald!’
‘Jij bent niet gek, jij bent
knettergek!’
‘Weet ik, niet doorvertellen hoor.’
‘Schatje, ik zou niet durven!’