zondag 2 december 2012

Fatal Attraction

Bovenstaande titel is van een film - écht een film voor mij.

Het gaat over een vrouw die achter het gezin van een man aan gaat, nadat hij haar heeft gedumpt. Ze wil hem voor geen goud loslaten en heeft zich ten doel gesteld het leven van zijn gezin ondraaglijk, meer nog, tot een hel te maken. Ik herinner mij dat hun konijn dood teruggevonden wordt in een pan. Bij het optillen van die deksel, werd het me groen en geel voor de ogen.

De stalkende vrouw kon tijdens de hele film elk moment weer op duiken. Die spanning, het obsessieve maakte me gek! Steeds weer, op verschillende manieren dringt ze het leven van het gezin binnen. Onverwacht, schrikwekkend en achterbaks. Me voordurend achterlatend met de vraag: wanneer en hoe slaat ze toe?

Dan eindelijk weet de vrouw des huizes haar uit te schakelen. Ze zakt neergeschoten door een schotwond in haar borst, in een bad vol water. Ze MOET wel dood  zijn. Eindelijk… 
Ik zucht opgelucht.

Marcel merkt hoe ik me ontspan en zegt: “Let op, ze is vast nog niet dood!” Die woorden zijn nog niet koud of mevrouw springt rechtop uit bad. Evenzo hoog spring ook ik op uit de bank, voel haast de spetters uit het scherm op me afkomen.. Mijn hart zit in mijn keel… gaan we weer!

De rest van de film ben ik kwijt. Ik hoef ook niet te weten hoe het verder ging. Deze film had ik nooit moeten zien, is niks voor mij.

Dat geldt ook voor ‘Opsporing verzocht’. Niks mis mee dat men via de televisie wil proberen om zaken op te lossen. Heel goed zelfs, doch ongeschikt voor mij. Ik beleef het zo intens mee.
Ik zie overvallers in elke winkel waar ik kom of inbrekers die mijn huis willen hebben. Ook items in het nieuws over iemand die een deel van een romp of een lichaam heeft gevonden, doen me huiveren. Je zou het maar vinden… I shiver!

Dat was mijn gedachte toen ik bij thuiskomst een vuilniszak op de stoep zag liggen. Het lag nog net niet in onze voortuin. Mijn huisgenoten zouden verwacht hebben dat ik die zak wel even weggooi. Zij weten hoe vreselijk ik het vind als er afval gewoon maar zo op straat ligt, want met het zelfde gemak gooi je het in de prullenbak. Het verrast hen dan ook niet dat ik een facebookpagina over het opruimen van afval heb geleukt: http://www.facebook.com/nederlandschoon “Laten we nu toch eens samen Nederland schoon houden,” zeg ik en “ja, ik ruim ook wel eens andermans troep op.”

Kleine moeite dan ook, om die vuilniszak op te rapen en weg te gooien. De kliko staat er één meter vandaan! Toch durf ik het niet. Voel je ‘m? Ik ben bang dat er iets in die vuilniszak zit wat ik niet wil weten. Een lijk of zo? Bij nader inzien is die vuilniszak daar iets te dun voor. Een ledemaat dan?  Brrrr… Ik kijk naar die zak, zal ik dan toch…

No way, ik ga niet kijken. Straks zit er écht een afgehakte, bebloede arm of been in. Mijn vingerafdrukken op de zak zouden me uiteindelijk nog verdacht maken ook. Het wordt dan alleen nog maar erger. Ik wil nog maar één ding: snel naar binnen. Het lukt me niet eens zonder meer om de sleutel in het slot te krijgen. Ik ril. Eenmaal binnenshuis probeer ik afleiding te zoeken. Ik wil van die misselijkmakende gedachten af. Niettemin gaat mijn blik soms naar buiten – zie ik iets verdachts? Heeft iemand anders de boel opgeruimd? Wat als het daar blijft liggen?

Ik spreek mezelf toe: “Kom meid, het ligt op gemeentegrond, je hoeft er niets mee. Forget it but!” Laat een ander het maar opruimen.

 Als heeft de wind me gehoord, zie ik later dat de betreffende vuilniszak niet meer tegen mijn voortuin aan leunt, maar bij de buren op de stoep ligt. Ik bedaar, ben opgelucht. Het is hun probleem nu! Daar ben ik van af en een poos later zij ook, het ligt er niet meer. Zouden zij het weggegooid hebben?!

Ahwel, het is tijd voor een film: Winnie the Pooh’s: Teigetjes film!
Dat is genoeg spanning voor vandaag!


making of foto's

 

zondag 25 november 2012

Middelbare Leeftijd?!


Vanaf 2 mei 2014 is mijn boek ‘Vanuit mijn eierdopje’ te koop.

Deze blog, waarin ik toegeef ook een dagje ouder te worden (oh wat zijn we blij!), is daarin terug te vinden, samen met 25 andere blogs.

Ik garandeer je een lach, bij het lezen van elke blog hier, maar misschien wel een grotere lach bij het lezen van mijn boek. Daar zijn namelijk mijn beste blogs te vinden.

Wil je mijn boek bestellen? Klik dan op de foto van mijn boek en je komt vanzelf op de site van boekscout.

Een echte fan bestelt ‘m!

zondag 18 november 2012

IJsberen hier aanbellen!



Nu weet ik het zeker: ik ben geen mens vóór negenen en geen mens ná negenen. Houd daar a.u.b. rekening mee! Anders ontmoet je een…tja, wat? Een draak???

Natuurlijk niet. Ik spuw geen vuur. Soms wenste ik dat ik het kon, maar helaas.  Er zit geen vuur-spuw-vuur  in me, zo kan het  er ook niet uit.
Figuurlijk zit er natuurlijk wel een groot vuur in mijn binnenste. Die brandt voor Marcel, voor de kids en voor veel meer lieve mensen in mijn leven.

Afijn, eerdergenoemde waarschuwing geldt het meest voor onze kids. Vóór negenen ben ik geen mens, meer een zombie met haar dat alle kanten op staat. Toch is het direct na opstaan spitsuur: de een wil dit, de andere wenst dat en ik? Ik ben eigenlijk niet gebouwd op zoveel stress op de vroege ochtend.  Ik heb mijn koffie dan nog niet gehad, zou je kunnen zeggen, echter  dat heeft er niets mee te maken. Ik ben gewoon geen ochtendmens;  heb tijd nodig om wakker te worden, op te staan, iedereen de deur uit te werken en dan weer zin te maken in de dag.
Een ochtendhumeur kan ik dan ook beter verbergen.  Ken je de gevolgen als ik  ga zitten chagrijnen? De rest gaat gezellig mee mokken. Ooit ontdekt hoe het humeur van moeder-de-vrouw het hele gezin beïnvloed? Test maar!
Komen de kids echter ná negenen om mijn aandacht vragen – ben ik weer op te vegen. De drukte is voorbij,  de klus geklaard, ik doodop! Toe aan mijn bed. Kan beter zeggen: toe aan een winterslaap! Want in de winter is het allemaal véél erger, écht wel!

Zo denk ik dat ik van de ijsberen afstam.  Dat moet het zijn!

Er was eens lang gelden een dag dat Marcel op mijn “Ik heb het berekoud” reageerde met “Het is pas koud als de ijsberen hier om chocolademelk komen vragen.” En dat zegt dan iemand met zonder een enkel grammetje isolatie op zijn lijf? Hij moet weten wat BEREKOUD is. Hij moet die ijsberen al wel ‘tig’ keer hebben ontmoet, hoe kan hij het anders zeggen?

Die uitspraak vergeet ik nooit meer.
Zie al voor me hoe die ijsbeer op de hoek staat te wachten. Steeds op de klok kijkend, ongeduldig op de muur tikkend, door de brievenbus loerend, waar ik toch blijf. Tot ik de hoek om scheur en tegen hem opbots. Voel je de  zachte landing? Alle boodschappen over straat en de beer bromt de beroemde woorden: “Heb je een beker warme chocomel voor me?” Terwijl ik mijn boodschappen opraap ziet hij de melk en chocoladepoeder. Dat is een “ja” en even later likt hij zijn mond af. Een dot slagroom siert mijn bovenlip als ik vraag: “Koekje erbij? Een lekker stukje sneeuwcake of zo?”

Ondertussen ben ik gewoon jaloers op die ijsbeer. Kijk ‘m nou eens. Hij heeft die mooie, dikke, warme vacht. Geen  winterjas nodig. Zo wil ik ook tegen de vrieskou bestand zijn.  Meer nog ben ik stik jaloers op zijn winterslaap. Hé, daar had ik het eerder over… Terugspoelen!

Een winterslaap, moet heerlijk zijn!  Doe mij maar eentje van begin herfst tot begin lente elk jaar weer. Met een grote gaap sluit ik mijn ogen terwijl de koude dagen, een vat vol regen, een berg vallende bladeren, dwarrelende natte- of stuifsneeuw, vreselijke ijzel en amper weg te denken donkerte aan me voorbijgaan.  Dagenlang snurken en wakker worden als ik al bijna jarig ben. Hieperdepiep hoera! Gebak!

Zo neem ik mij nu voor. Als meneer de ijsbeer dan écht komt,  grijp ik ‘m in zijn nekvel en ga keihard onderhandelen. Hij krijgt zijn chocomel, wordt ik toch alleen maar dik van, in ruil voor zijn winterslaap. Blijkbaar gebruikt hij die niet, want hij is toch hier???
Na die winterslaap heb ik vast minder last van mijn 21.00-09.00 uur-dip.

Zie mij nu ijsberen…


(met dank aan Benjamin!)

zondag 11 november 2012

Wat eten we vandaag?



Soms word ik gek van het gedoe aan tafel.
Dan klinkt weer: “Dat lust ik niet” of hoor ik: “Wanneer eten we nou éindelijk weer eens …?”
Alsof ik het makkelijk heb… Elke dag antwoord zoekend op de vraag: “Wat gaan we vandaag eten? Hoe stel ik AL mijn gezinsleden tevreden?”

Alsof ik zo’n groot gezin heb. AL mijn gezinsleden = drie! Stelletje handenbinders! Deze schattepoepies tevreden houden is een elkdaagse uitdaging. Gelukkig koos ik voor drie holbewoners, je zou er zes hebben?!

Een geniale plan werd geboren: ieder van de drie mag één werkweek bepalen wat we eten, de rest mag dan niet klagen maar… eten! Voor ik het wist, werden me drie briefje in de hand geschoven, hoe hoopvol. We gingen aan weekmenu één:

Maandag: bami.
Effe checken:  ik heb de juiste ingrediënten. Ik heb zelfs twee zakken cassavekroepoek gekocht. Even los gaan aan kroepoep! Lekker, een maaltijd zonder problemen, dat op avond één. Niemand klaagde. Het bestaat! Dat was smakelijk opgegeten!

Dinsdag: lasagne.
Dat wordt weer smullen, zonder morren. Zeker als ik het zonder paprika maak. Eén iemand houdt daar niet van. De ander zal het toch niet missen. Bovendien, door minder groente, blijft er meer pasta over voor de lekkerbek. Zal gewaardeerd worden. Lief van me!
Dan klinkt: “Mama, wat heb je nou wéér anders gedaan?!”
Schuldbewust meld ik het gemis aan paprika. “Dat had je er in moeten doen!” zegt de één, terwijl de ander dolgelukkig is. Meer lasagne door minder groente blijkt een wrang zoethoudertje. Tijdens het gepruttel naast me, kraken mijn hersenen en besluit ik: Morgen doe ik het perfect!

Woensdag: andijviestamppot.
“Mama, je weet wel met die balletjes, uit de oven.”
Tada, waren de juiste balletjes uitverkocht en koos ik een B-keus. Zodra de ovenschotel op tafel staat, kijkt één kind alsof ik  poep gebakken heb. “Wat is er schatteke?” Teleurgesteld klinkt: “Wat zijn dat voor balletjes?” Dat het kind het ziet!?
Ik biecht op dat dit wel runderballetjes zijn, maar niet de biologische. “Dat hoef je nooit meer te kopen!” Tralala, menu nr. 3 is helemaal naar wens. NOT.

Donderdag: gekookte aardappelen met blopeté of bololo (zo noemen wij broccoli) en vega-balletjes in pindasaus. Je voelt mijn opluchting als ik voor de 100% de juiste ingrediënten heb. Alles gaat goed, ik ben blij! Doch we krijgen een gast te eten. Ik kocht wel een dubbel portie balletjes, maar niet een dubbel portie pindasaus. Normaal hou ik altijd over, waarom zou het nu niet genoeg zijn? Tot er eentje te weinig pindasaus heeft. Ik krijg zin om met pindasaus te smijten, oh ja, het is op! Zo ook ik, ik ben ook op!

Vrijdag: onze gezinsfavoriet, spaghetti.
Het begon veelbelovend: geen spaghetti in huis. Of all… Spaghetti! Komt vast door de zenuwen. Even snel naar de buurtPlus en fluitend spaghetti á la omi maken. Al snel klinkt: “Aan tafel!”
Nog amper een hap binnen, klinkt naast me: “Mama, waarom is het zo heet?” Zucht, “hoezo te heet?” Tja, het kind kan bij dit heerlijke gerecht nauwelijks wachten, wil aanvallen. Vindt het zó lekker.
Ik vraag me echter af hoe ik anders moet koken? Het heet niet voor niets ‘koken’. Moet ik het anders maar vriezen? Of koken op koudvuur? Een inloopvriezer kopen en daarin koken? Verhuizen naar Antarctica.
Ik blijf achter, terugkijkend: ik kan het écht niet goed doen. Voor straf eten we volgende week MIJN weekmenu.

Maandag: rodebieten, gekookte aardappelen en kipfilet
Dinsdag: artisjoksoep  met tijm en gedroogde tomaten gevolgd door aardappelpreischotel
Woensdag: gewokte spruitjes met aardappelschotel uit de oven
Donderdag: fluweelzachte pompoensoep met brood
Vrijdag: rodekool overschotel met gekruide rundereepjes en puree.

Het water loopt me uit de mond als het voor me staat… tot er drie oorverdovend gaan klagen!
Ik schuif per direct de geen-telefoon-aan-tafel-regel van tafel: zoek mijn Galaxy op, haal mijn oordopjes uit mijn tas en neurie hard mee met Marco Borsato’s “Droom durf doe en deel met iedereen”.
Van geklaag heb ik geen last en het eten smaakt heerlijk!