zondag 23 december 2018

Paniek


Haar ogen werden groot, ze greep me bij mijn onderarm en wees met haar andere hand naar de kerstboom. Liet mij weer los, liep de serre in om happend naar adem terug te komen en vroeg met piepstem:
    ‘Mama, waar is Vlokje?’
    ‘Oh help, geen idee.’ Ik hoopte werkelijk dat iedereen hem vergeten was.
    ‘Hoezo, help? Is ie er nog wel?’
    ‘Nog eens: geen idee.’
    ‘Heb je hem dan niet meer gezien?’
    ‘Nee.’

Weet jij nog wie Vlokje is, was? Nee, lees dan even hier
    Schreef ik blijvertje? Tja, dat was de bedoeling, maar bleef niet in stand en zo ontstond bij mij al langer geleden de vraag: wanneer zag ik hem voor het laatst? Hoe verdween hij uit mijn zicht? Het heeft alles te maken met het vertrouwen dat hij er morgen wel weer zou zijn. Wat denk je nou, hij lag ruim een half jaar te rollebollen op de grond.  Hij zag alle kanten van de huiskamer en hoewel ik mezelf een goede housekeeper durf te noemen, werd hij wat grijs. Hoe denk je dat jij eruit zou zien als je ruim een half jaar op de grond lag te buitelen? Dacht je daar blinkend en stralend vanaf te komen? Forget it!

Ik hield bewust mijn mond, want toegeven dat ik Vlokje niet heb weten te beschermen, hem verloren heb, heeft onherroepelijk gevolgen. Wie vertrouwt me ooit nog als oppas voor zijn of haar peuterige prinsje of prinsesje? I am doomed.  Vooral toen Celine me onderwierp aan een persoonlijk vragenuurtje, versterkt door twee extra getuigen:
    ‘Mama, wanneer zag je hem voor het laatst dan?’
    ‘Bedoel  je precies uit het oog verloren?’
    ‘Ja, wanneer was de laatste keer?’
    ‘Dat was ergens rond de zomervakantie...’
    ‘Mam, dat is ongeveer vijf maanden!’, schreeuwde ze uit. ‘Dat is al heel lang!’
    ‘Vorig jaar.’
    ‘Echt maham!’ Ik keek onschuldig de andere kant op om zo de intimiderende blik in haar ogen te vermijden. Mijn schuldgevoel reikte al van hier tot de kerstboom. Zij kon diezelfde afstand  zonder meer verlengen naar de Noordpool. Gelukkig heb ik das, muts en handschoenen standaard in de mouw van mijn winterjas zitten, het werd met de seconde kouder.

Hoe ver mijn schuldgevoel ook reikte, het bracht Vlokje niet terug. Bij het optuigen van de boom kwam zijn hele familie tevoorschijn, een grote familie! Hoe kon ik dan niet aan Vlokje denken?
    However, als ik had geweten dat Vlokje de pluizen zou nemen, dan had ik echt afscheid genomen. De stiekeme verdwijner.

    ‘Mam, denk na, wanneer en waar zag je hem het laatst?’
    ‘Dat zei ik al: ergens rond de vakantie vorig jaar.’
    ‘Maar waar, hoe.’
    ‘Op de grond natuurlijk. Hij zag wat grijs.’
    ‘Maham, hoe kan hij nou zomaar verdwijnen?’
    ‘Net zoals hij ongezien van de oude op de nieuwe vloer over de kop is gegaan. Hij doet alles achter onze rug om. Trouwens, ik zit hier niet als enige aan tafel, kijk de mannen eens. Zij zeggen niets. Misschien zag één van hen Vlokje voor het laatst. Sterker nog, misschien heeft één van hen Vlokje opgezogen.’
    ‘Wat?’, zei Marcel ineens geschrokken.  ‘Ik stofzuig nooit!
    ‘Daar zeg je iets zeg, weet je wel wat een stofzuiger is?’ Ik stak mijn tong erbij uit.
    ‘Wel zwaai jij hier regelmatig met een kappersschaar boven iemands koppie. Misschien veegde jij hem ongezien met veger en blik mee weg. Vlokje rustte vaak daar uit waar jij meneer-de-kapper speelt.’
    ‘Dus nu heb ik Vlokjes verdwijntruc uitgedacht?’
    ‘Iedereen hier aan tafel is inderdaad verdacht, dat verzeker ik je. Bedenk vooral een goed alibi.’
    ‘Mam, Benjamin kan hem ontvoerd hebben.’
    ‘Heb ik het nu ineens gedaan? Nog even en ik heb hem gekilld.’
    ‘Nu je het zegt, hij kan wel gedood zijn, opgegaan in stof.’ Ik kreeg spontaan tranen in mijn ogen. ‘Mag ik een tissue?’
    ‘Mam, hij was stof,’ klonk zoonlief lekker nuchter.
    ‘Zou het misschien kunnen dat hij zich niet gezien voelde en op een luchtig moment, toen de serredeuren open stonden een aanrolletje nam en zichzelf over de drempel  naar vrijheid kukelde? Die gedachte klinkt beter dan vermoord. Hij koos zijn eigen vrijheid.’

    ‘Ach mam, troost je, je hebt een boom vol vlokken,’ klonk Benjamin, stond op van tafel, liep naar de boom en pakte er een vlokje uit.’
    ‘Jij legt die vlok heel snel terug in de boom. Nog even en je geeft ‘m een naam.’
    ‘Ja, goeie, wat denk je van Vlokje 2.…’ Ik druk mijn handen tegen mijn oren.
    ‘Nee, nee, geen naam, ik wil niet opnieuw emotioneel gehecht raken. Er was maar één Vlokje en onvervangbaar.’

    ‘Hé, kijk wat daar aan komt rollen!’, gebaarde Celine naar de vloer. Ze stuiterde erbij van haar stoel!
    ‘ Kijk nou! Vlokje  heeft een gezinnetje gesticht! Hij was achter een meisje aan! Hij heeft smaak, lekker ding hè?’