zondag 6 mei 2018

Dobbelsteen

De gekte van mijn >10.000 stappen slaat soms over op manlief. Met dit verschil dat hij niet de eenvoudige Nokia Go als stappenteller aan zijn pols wil dragen. Nee, meneer wil het beste: een smartwatch. Hij is niet van de gadgets, wel van de full pakkage:
    ‘Zo’n smartwatch is tegelijkertijd heel handig voor op het werk.’
    ‘Wauw, had ik ook maar zo’n smoes! Dat het handig is voor mijn werk.’
    ‘Welk werk?’
    ‘Dat bedoel ik! Maar schaf ‘m vooral niet aan. Het lijkt er op dat ik eindelijk een perfect verjaardagscadeau voor je heb!’
    ‘Je denkt toch niet dat ik tot dan wacht?’
    ‘Wil je weten wat ik denk?’
    ‘Vertel!’
    ‘Dat als jij zo’n teller hebt, het pas echt leuk wordt, kom maar op met de uitdaging.’
    ‘Wat voor challenge?’
    ‘De strijd om de meeste dagelijkse stappen! Elke avond voor het slapen gaan checken we wie de meeste stappen heeft gezet om dan te kiezen: slapen of nog even doorlopen.’
    ‘Nee hoor, ik win elke dag! Ik zet vast en zeker meer stappen dan jij.’
    ‘Oh ja? Jij zet dan misschien meer stappen in jouw business, ik maak mooie meters in het bos. Een bloempje hier, een eendje daar, dit maakt mij de echte wandelaar. Over wandelen gesproken, schoenen aan! We gaan! Het is prachtig weer.’

Zo sleur ik manlief mee naar buiten. Wat klinkt alsof hij onder dwang mee gaat of met een schop onder zijn bips de deur uit wordt gelanceerd, maar hij gaat graag mee. Heerlijk saampjes op onszelf, samen vertragen, want dat is wandelen ten diepste, zelfs als we flink doorstappen. Eigenlijk best mindful, want wandelen maakt me bewust van alles in en om mij heen.

Zo ben ik me bewust van mijn man die graag een rondje eromheen loopt, maar sneller verveeld is door steeds hetzelfde rondje. Terwijl ik zijn gids en routeplanner ben. Dat is omdat mijn voelsprieten voor richting en plek sterker zijn ontwikkeld dan de zijne. Het weegt soms wel zwaar op me, want ik wil mijn manneke niet vervelen. Zo stel ik de vraag:
    ‘Hoe houden we een wandeling rondom ons huis interessant?’
    ‘We kunnen gaan links-rechtsen,’ antwoordt Marcel. Wat betekent dat we buiten eerst links gaan, dan rechts en zo herhalen. Dat voelt als gaan we eigenlijk rechtdoor, maar in onze woonplaats ligt niets recht of hoekig, ik praat over speelse bouw. Misschien wel speciaal gebouwd voor links-rechtsen?
    Tot je de ene keer begint met links en de volgende keer met rechts. Dan heb je beide kanten gehad, toch? Dus bedachten we: twee-links-twee-rechtsen, maar hoe verder we komen, hoe meer we de tel kwijt raken.

Toen kwam mijn man met een nieuw geniaal plan:
    ‘Irene, we laten een dobbelsteen de route bepalen. Op de dobbelsteen zetten we drie keer een L en drie keer een R en zo wordt onze route bepaald.’
    ‘Een echte surprise-route dus, maar rechtdoor dan?’
    ‘Oh ja goeie,’ is zijn antwoord. Met een watervaste stift schrijft hij twee keer L en twee keer R op de dobbelsteen. ‘Waar niets staat betekend rechtdoor.’
    ‘Ik vind dit geniaal bedacht schatje. Schoenen aan, let’s go!’

We staan al gauw buiten.
    ‘De jongste mag als eerste gooien,’ klink ik enthousiast, gevolgd door: ‘Rechts!’ Waarna Marcel de dobbelsteen pakt, gooit en zijn handen in zijn zakken steekt.
    ‘Rechts! Het is een grote dobbelsteen, we kunnen hem ook schoppen!’
    ‘Slim idee!’ Ik schop de dobbelsteen, die door de wind nog eens extra vooruit wordt gerold. Ineens zet Marcel het op een lopen. ‘Hallo, we gaan toch niet hardlopen!’
    ‘Ben ik met je eens, maar kijk waar de dobbelsteen op af rolt!’
    ‘Oh help, een put!’ Net op tijd staat Marcels voet tussen dobbelsteen en put.
    ‘Moeten we zelfs nog extra opletten,’ zegt meneer en schopt: ‘Rechts!’
    ‘Op deze manier zouden we zo thuis zijn als de straten recht liepen.’

Vervolgens gaan we rechtdoor, rechtdoor, rechts, rechts, links, rechts, rechtdoor, rechtdoor, links, links, rechts, rechtdoor en zo verder en verder. In het echt en kort gezegd komt het er op neer dat we een paar achten wandelen en gelukkig door een paar andere richtingen een andere gedeelte van onze wijk bewandelen, maar we zetten geen stap buiten onze eigen wijk. Eigenlijk zien we niet eens meer dan de helft van onze wijk (bestaat uit ongeveer 533 woningen), typisch!

Daarbij hebben we door te veel windkracht en putgevaar het schoppen afgeschaft.
    ‘Volgens mij heeft de dobbelsteen helemaal geen zin in wandelen.’
    ‘Hoezo?’, vraagt manlief en kijkt me vreemd aan.
    ‘De dobbelsteen wil de buurt niet eens uit.’
    ‘Hoe staat je teller?’
    ‘Ik heb de 10.000 gehaald.’
    ‘Mooi, kom we gaan terug.’
    ‘Goed plan, ik ben gesloopt!’
    ‘Ik niet!’
    ‘Da’s nogal logisch. Jij loopt met je handen in je zakken, terwijl ik niet alleen wandel, maar ook steeds de dobbelsteen opraap. Dit was een fitness wandeling.’