zaterdag 1 juli 2017

Snurken


Wat schreef ik ook alweer? Noemde ik het eisen? Marcel stelde ze op voordat hij een hoofdrol kreeg in mijn boek. Drie zaken werden verboden om over te schrijven.
   Ik pak mijn boek er even bij. Kijk daar op blz. 7, 2de alinea, 5de en 6de regel staat: HIJ SNURKT NIET… Ik blijf hier hangen, de andere twee zaken waar ik niet over mag schrijven komen vast elders aan bod.
   Welke dat zijn? Pak lekker zelf mijn boek erbij.

Wat? Heb jij die nog niet? Stout! Ga jij eens heel rap naar daar --------------------->
en bestel ‘m bij moi persoonlijk. Vervolgens moet jij je zes hoofdstukken schamen onder een kussen. Nu niet eerst schamen en dan bestellen, want ik vrees gesnurk onder het kussen en daarmee een vergeten bestelling.

Heb jij mijn boek wel? Jippiejajeehoerabedankt! Laat je verrassen door de andere eisen van manlief. Hoewel ik ze eigentypig zwart op wit zette, was zelfs ik er eentje vergeten. Dat komt doordat ik ze super rechts heb laten liggen. Eigenlijk heb ik het hele boek nooit gelezen. Ik bedoel, ik schreef ‘m. Maar zie je mij nog één keer mijn eigen boek lezen na het schrijven, herschrijven en drie keer het manuscript checken op fouten?

Zijn eis dat ik het niet over snurken mocht hebben, heb ik ondanks schaven en schrappen nooit vergeten. In tegendeel, ik zeg het nog eens: manlief snurkt! Mijn schoneslaper (hij stapt tenslotte schoon en fris elke avond ons bed in) blijft volhouden dat hij zwaar ademt.
   Dat heet verdeeldheid in bed, want zo eigenwijs als hij is, hou ik vast aan mijn punt. Ik hoor toch eigenorig zijn slaapgeluiden? Hoe geloofwaardig kan het zijn?
   Tot hij zonder er bij stil te staan, toegeeft dat hij snurkt. Maar dat later.

Door al dat schrijven over hem, zou ik bijna vergeten dat het niet eens om hem gaat. Got ya! Het gaat om mij!
   Anderhalve week geleden keek mijn lief me met een donkere blik en ernstig gefronste wenkbrauwen aan. Ik begreep niet waarom. Ik had het ontbijt goed verzorgd. Zelfs zijn boterham liet van schrik wat hagelslagjes vallen.
   ‘Heb je slecht geslapen schat? Het was zo’n warme nacht.’
   ‘Volgens mij is er geen boom meer over in de Veluwe.’
   ‘Woedt daar dan een bosbrand?’
   ‘Nee, jij hebt ze omgezaagd!’
   ‘Ik?’ Ik maakte een snifgeluid met mijn neus, voelde geen loszittende snot. ‘Ik heb anders geen last van hooikoorts, verkoudheid of andere binnensneuse slijmopwekkende problemen.’ Bij die problemen kan het zijn dat ik ga snurken. Kijk! Ik geef het luidruchtig toe. Maar schuif graag de schuld af op pollen of een vies bacterietje.
   Wat ik ook durf toegeven is dat ik soms wakker wordt van mijn eigen zagerij en schrik wakker:
   ‘Maakte ik dat geluid?’ Gevolgd door een grom naast me.

Na het ontbijt, mijn man zijn hart gelucht en geklaagd dat ik zijn nacht versnurkte, vertrok hij naar zijn werk om rond vijven gelukkig weer met zijn mondhoeken omhoog en ogen die pret vertoonden thuis te komen.
   ‘Uit onderzoek blijkt dat mensen gaan snurken door heet weer.’
   ‘Dus de hitte is de schuld. Wat erg voor je.’
   ‘Hoezo?’
   ‘Het wordt warmer. Waar komt jouw wijsheid vandaan?’
   ‘Hier,’ zei hij en liet me deze website zien. Ik las: MEER SNURKERS DOOR HITTE.

Geïnteresseerd snoof ik verder in het artikel.
   We snurken meer, omdat we langer opblijven. Check, waarom onder het dekbed duiken als je toch niet kan slapen door de hitte? Ik gaapte er even bij.

Een volgende reden is dat we meer alcohol drinken voor het slapengaan. Ont-check! Echt niet, water it is, dat helpt tegen de dorst. Alcohol lust ik niet.

Een logische reden is dat we door de warmte slechter en lichter slapen. Zo, echt?
   ‘Daarom hoor je mij snurken schatje. Jij moet gewoon dieper slapen. Ik help je er wel bij.
   Toch niet met een pilletje?’
   ‘Nee joh, natuurlijk niet. Kom hier, dan geef ik je een klap op je kop met deze koekenpan.’

De indrukwekkendste reden voor snurken met de hitte: We gebruiken meer slaapmiddelen. Als boek-lezen een slaapmiddel is, zeg ik check. Maar een pilletje? Ont-check.
   ‘Hoezo snurk je door slaapmiddelen?’
   ‘Kijk, Irene, je spieren verslappen.’
   ‘Ah ja, voel de ontspanning in keel en omstreken. Ik voel een losse tong. Door die ontspanning snurken mensen dus.’
   ‘Zie je, ik snurk niet, ik ontspan me gewoon goed.’

Daar! Mijn wachten is beloond. Weliswaar indirect, maar toch de erkenning dat hij snurkt? Eindelijk verdwijnt ZWAAR ADEMEN definitief van mijn woordenlijst. Ik snurk en hij ook! Het klinkt bijna romantisch.




Extraatje: alleen als goed Googles-Neerlandicus kan je deze webpagina begrijpen met een hoera voor Google vertalen!